Aandacht voor het vmbo

Vmbo'ers gaan vaak zonder diploma van school. En wie blijft voelt zich er onveilig – zeker in de grote steden. Dat moet worden voorkomen.

Kennelijk heeft minister Van der Hoeven (CDA, Onderwijs) zich het afgelopen jaar toch iets meer van de kritiek op haar beleid aangetrokken dan ze openlijk toegeeft. De begroting van haar departement heeft het motto `van woorden naar daden' gekregen.

Dat was precies de kritiek van de oppositie in de Tweede Kamer en onderwijsorganisaties op de eerste periode van Van der Hoeven. Met grote woorden als `autonomie' en `verantwoordelijkheid' leek ze te bedoelen: scholen, zoekt u het maar uit. Haar uitspraak ,,verwacht van mij geen wonderen'' maakte dat beeld er niet veel beter op. En het vooraf zo bejubelde Innovatieplatform, waarin overheid, bedrijfsleven en instellingen samen de kenniseconomie op peil zouden brengen, lijkt na één jaar vooral goed in vergaderen.

Komt daar dit jaar dan verandering in? Misschien wel. Uiteraard staat de begroting, zoals al jaren, in het teken van het vergroten van de vrijheid van scholen en het verminderen van de regelzucht van het ministerie. In 2006, zo staat er, krijgen scholen geld dat zij naar eigen inzicht mogen besteden.

Maar om de grote problemen in met name het vmbo en mbo te bestrijden is meer nodig, staat in de begroting. De voortijdige schooluitval is nog altijd groot. In de grote steden valt vaak de helft van de scholieren uit. Bovendien waarschuwde de Onderwijsinspectie een paar maanden geleden dat leerlingen en leraren, vooral op vmbo-scholen in de grote steden, zich steeds minder veilig voelen.

Het beleid voor het komende jaar zal zich concentreren op deze groep scholen. Daarom wordt het geld dat is bestemd voor het wegwerken van onderwijsachterstanden anders ingezet, zodat vooral leerlingen van deze scholen er profijt van hebben. Daarbij geeft Van der Hoeven volgend jaar vijftig miljoen euro extra uit aan het bestrijden van de onveiligheid op school. Bovendien komt er honderd miljoen euro vrij om het vak van leraar aantrekkelijker te maken.

En daarmee houden de extraatjes wel ongeveer op. Minister Van der Hoeven en haar staatssecretaris Mark Rutte (VVD) staan voor de haast onmogelijke taak het onderwijs uit de Europese middenmoot te halen zonder dat er geld bijkomt. Zo bezuinigt Van der Hoeven honderd miljoen euro op het achterstandsonderwijs en zet Rutte de bekostiging stop voor studenten die van buiten de Europese Unie komen of ouder zijn dan dertig jaar. Wie langer dan vijf jaar studeert moet tot vier keer zoveel collegegeld betalen.

Toch kan Nederland best een toppositie in de wereld verwerven met hetzelfde budget, vinden Rutte en Van der Hoeven, als er maar scherp gekozen en efficiënt gewerkt wordt. Niet alleen bij studenten kijkt de overheid nadrukkelijker naar de top. Excellente onderzoekers krijgen extra geld, en vooral onderzoek in ICT, nanotechnologie en genomics krijgen extra steun.