Volgzaamheid staat kritisch denken in de weg

Het pleidooi van collegevoorzitter Van Oorschot van de Universiteit van Tilburg voor religie als panacee voor de problemen van de hedendaagse, multiculturele, samenleving is weinig doordacht (NRC Handelsblad, 11 september). Voor een universiteit is het een contradictie om levensbeschouwelijk te zijn. Wetenschap is waardevrij. Op de universiteit kan en moet gereflecteerd worden op waarden, maar niet door een pakket van waarden en normen uit een onware traditie te verbinden met wetenschap. Ethisch reflecteren kan en moet zonder religie. Pas als je loskomt van religieuze dogma's (onwaarheden) kun je onbevooroordeeld nadenken over ethiek.

Van Oorschot wil het geloof gebruiken als ethisch reveil. Waar hij aan voorbij gaat is de vraag naar de relatie is tussen moraal en religie. Dat is enerzijds een empirische vraag: zijn gelovigen morelere mensen? En anderzijds een filosofische vraag: kan de moraal door religie gerechtvaardigd worden? Het is niet zo dat gelovigen moreel hoogstaander mensen zijn dan ongelovigen. De claim dat moraal door religie gefundeerd wordt kan eenvoudig worden weerlegd. Het is namelijk niet duidelijk wat de ware religie is. Wie bepaalt wat waar is? In de wetenschap worden meningsverschillen met argumenten uitgevochten. In religieuze geschillen niet.

Zolang er geen objectieve methode is om vast te stellen welke religie de ware is en welke normen er uit die religie voortkomen, kan religie geen fundament zijn voor moraal. Van Oorschot pleit voor morele reflectie. Dat is goed en wenselijk, maar ook goedkoop omdat hij niet pleit voor kritisch nadenken maar voor volgzaamheid (de essentie van religie).

    • Floris van den Berg