Toyota maakt gehakt van de concurrenten

Volkswagen zit in de nesten. En niet zo'n klein beetje. Sinds 2001 daalde de winst voor belasting van 4,4 miljard euro tot 1,5 miljard vorig jaar. De eerst helft van dit jaar daalde de winstgevendheid nog eens 37 procent. Het Duitse weekblad Die Zeit schetst het beeld van een autoproducent die tussen de wielen is geraakt van een topmanagement dat te veel geld uitgaf op de markt voor luxe auto's en het onvermogen van het bedrijf als geheel om even goed en goedkoop te werken als bijvoorbeeld Toyota.

Dat betekent dat topman Bernd Pitschesrieder Bentley, Bugatti en Lamborghini, de speeltjes van voorganger Ferdinand Piëch, zal moeten verkopen. Erger is dat de banen van 30.000 mensen op het spel staan, in Hannover, in Salzgitter, in Emden en in het hoofdkwartier in Wolfsburg. ,,Nog nooit in de naoorlogse geschiedenis van Volkswagen waren de tegenstellingen tussen de eisen van werknemers en werkgevers zo groot'', zo vat het blad de ernst van de situatie samen. IG Metall, de vakbond, eist vier procent loonsverhoging plus een langetermijngarantie op het behoud van de arbeidsplaatsen. VW biedt nul procent en wil de arbeidskosten met dertig procent verminderen in zes jaar. Bovendien wil het bedrijf dat dertig procent van het salaris bestaat uit prestatieloon. Dat sluit aan op een ontwikkeling die al lang aan de gang is. ,,Nu al zijn de loonverschillen in de onderneming enorm'', schrijft het blad. Een VW-arbeider in Wolfsburg is vijf keer zo duur als zijn collega in het Slowaakse Bratislava.

Vroeger troefde VW de concurrenten af met superieure techniek, maar daar is geen sprake meer van. Concurrenten als Ford, Opel en Peugeot bieden dezelfde technische snufjes, en goedkoper. ,,Maar het ergste'', verzucht het blad, ,,is dat zelfs de kwaliteit niet meer klopt''. Uit marktonderzoek in Duitsland en de VS blijkt dat VW op dat terrein achterloopt op de concurrentie, niet alleen op koploper Toyota, maar ook op nieuwkomers als Hyundai en Subaru.

IG Metall, de vakbond, mag zich publiekelijk dan wel verzetten tegen het idee dat de arbeidskosten bij VW omlaag moeten op straffe van banenverlies, maar de ondernemingsraad weet wel beter, constateert het Britse weekblad The Economist. ,,Het is of geld of banen.''

Aanpassing aan de voorwaarden van de vrije markt betekent volgens het blad ook dat VW de eigendomsstructuur moet veranderen. Immers, deelstaat Nedersaksen heeft nog steeds een belang van 18 procent in de onderneming. Bovendien kent het bedrijf de regel dat geen enkele aandeelhouder meer dan 20 procent van de aandelen mag hebben. Deze situatie is er volgens het blad de oorzaak van dat buitenlandse investeerders VW mijden. Maar, zoals gezegd, ook de arbeidskosten moeten omlaag. Een VW-werknemer in West-Duitsland kost al tien procent meer dan zijn collega bij de concurrenten, ,,en veel meer dan die in Frankrijk en de VS''. Daar komt bij dat de auto's van concurrenten als General Motors en vooral Toyota gewoon goedkoper zijn.

,,Toyota maakt gehakt van Detroit en van de andere grote autoproducenten'', voorspelt het Amerikaanse beursweekblad Barron's. Want de nummer twee van de wereld wil nummer één worden, en ,,dat is slecht nieuws voor zijn rivalen''. In de afgelopen vijf jaar zijn de verkoopcijfers van Toyota in de VS 34 procent gestegen, en in Europa met 54 procent. Ook al is het marktaandeel in Europa nog niet groot, het is de eerste helft van dit jaar gegroeid van 4,7 tot 5,1 procent. Natuurlijk, je kunt niet verliefd op worden op een auto die niet meer is dan een apparaat. Maar wie maalt daar om? Het is duidelijk dat er veel mensen zijn die een apparaat willen dat betrouwbaar is. En dat kan Toyota het beste, en ook vlug, weet het blad op gezag van autoconsultancy Harbour & Associates. Het kost Toyota 20,6 uur om een voertuig in elkaar te zetten. Dat is beter dan een jaar geleden en beduidend vlugger dan General Motors met 23,6 uur per auto, of Ford met 27 uur. Het probleem is volgens het blad dat de Amerikaanse vakbond, de Union Auto Workers, zich verzet tegen modernisering van de productiemethoden uit vrees voor het verdwijnen van banen naar het buitenland.

Dit soort protectionisme helpt misschien wel op de korte termijn, meent het Amerikaanse kwartaalblad Foreign Policy, maar richt op de langere termijn onherstelbare schade aan. De Amerikanen zouden er beter aan doen om het onderwijs en de infrastructuur te verbeteren. Immers, in de VS heeft slecht 1,6 procent van alle 24-jarigen een ingenieursgraad. In Rusland is dat percentage twee keer zo hoog, in China drie keer, en in Korea en Japan vier. In de VS is investeren in zuiver wetenschappelijk onderzoek de laatste dertig jaar 37 procent gedaald. terwijl dat toch vernieuwingen heeft voortgebracht als internet en glasvezels. Daarom pleit het ervoor dat de overheid de uitgaven voor zuiver wetenschappelijk onderzoek minstens tien procent verhoogt. Misschien dat het dan lukt om landen als Rusland, China en Japan de baas te blijven.

    • Herman Frijlink