Studeren is niet alleen goed voor de jeugd

Wat een merkwaardig onderzoek moet dat geweest zijn, waar de heren Borghans en Golsteyn zich op beroepen over het rendement van diploma's en leeftijd (Brieven, 11 september). Ik proef daarin weinig aansluiting met de praktijk, eerder het tegendeel. Nog afgezien van de ideale situatie die zij beschrijven: van op je 18e (75 procent van de middelbare scholieren haalt niet zonder doubleren de eindstreep) gaan studeren en klaar in vier jaar, heeft de door het onderzoek gewenste situatie tot gevolg, dat steeds meer jongeren rond hun dertigste al een burn out hebben.

Als loopbaanadviseur heb ik regelmatig 40-jarigen aangeraden weer te gaan studeren. Aangezien iedereen weer gaat werken tot minstens 65, is het rendement dan nog ruim 20 jaar, zo niet 25 jaar. Een opleiding gaat in onze kennismaatschappij nog maar 10 jaar mee. Sommige beroepen zijn na 25 jaar al dermate verouderd, dat ze vrijwel verdwenen zijn.

Omdat de overheid allerlei bezuinigingen doordrijft, waarvan afschaffing van de fiscale tegemoetkoming studiekosten voor werkgevers al is doorgevoerd, en nu dan een ontmoedigingsbeleid voor studeren boven de dertig jaar aan de orde lijkt zijn, hoeft een wetenschappelijk onderzoeksinstituut als het ROA zich toch niet bezig te houden met politiek wenselijke toekomstfantasieën.

Ik prefereer onderzoek naar het zogeheten sandwich-model, waarbij leren en werken afgewisseld worden, waardoor veel werknemers op een plezierige manier tot na hun 65e actief op de arbeidsmarkt mee kunnen blijven doen.

    • Erica Eykema Overweg