`Strijd tegen terreur in EU en VS verschilt niet echt'

Ondanks cultuurverschillen lijken de VS en EU op elkaar in hun maatregelen tegen terreur, vindt de Amerikaanse minister van Binnenlandse Veiligheid.

De oorlog tegen het terrorisme duurt geen jaren, maar decennia. Het is dan ook geen oorlog die op een klassieke manier, door middel van een formele capitulatie, zal worden beëindigd. Dat heeft de Amerikaanse minister voor Binnenlandse Veiligheid, Tom Ridge, zaterdag in Den Haag, na afloop van informeel overleg met de Europese Unie over terrorismebestrijding, gezegd.

,,We zullen nooit een officiële ceremonie op het dek van een oorlogsschip hebben om officieel uit te spreken dat wij de strijd tegen het terrorisme hebben gewonnen'', aldus Ridge. Van een totale overwinning zal nooit sprake zijn, al verwacht hij wel dat de strijd tegen het internationaal terrorisme uiteindelijk effectiever zal zijn dan de strijd tegen de internationale criminaliteit.

Na afloop van de bijeenkomst, die voortaan jaarlijks zal plaatshebben, had de Amerikaanse ambassade nog een ontmoeting georganiseerd met enkele Brusselse correspondenten van Europese kranten. Wat extra uitleg van Amerikaanse zijde was blijkbaar nodig. Vandaar het charme-offensief. Belangrijkste boodschap van Ridge: de VS en EU verschillen niet wezenlijk in hun maatregelen tegen terrorisme. ,,Er is zeker geen sprake van onenigheid. Soms zijn er verschillende opvattingen.'' Hij ziet het meer als cultuurverschillen. In Amerika wordt een terroristische actie als oorlogsdaad beschouwd, in Europa als criminele handeling. ,,Maar 11 september was toch meer dan een criminele actie'', zegt hij.

De grenzen beschermen en tegelijk de deuren zo wijd mogelijk openhouden. Dat is de paradoxale opdracht van het Department of Homeland Security waar Ridge nu anderhalf jaar leiding aan geeft. Ridge: ,,We kunnen niet anders, we zijn altijd een land van immigranten geweest.'' Voor het zicht houden op de mensen- en goederenstromen is samenwerking met Europa een eerste vereiste. Die samenwerking verloopt steeds beter, was de conclusie van het gesprek van zaterdag. En dan gaat het over zaken als het uitwisselen van informatie tussen veiligheidsdiensten, de financiering van internationaal terrorisme, en het verstrekken van passagiersgegevens. Maar ook over het in de gaten houden van de immense goederenstroom tussen de twee grootste economische partners zonder dat het bedrijfsleven er al te veel hinder van ondervindt.

Controle van goederen aan het begin van de reis voorkomt oponthoud bij aankomst. Iets soortgelijks moet gebeuren met personen die naar de VS willen reizen. Al vooraf zullen tal van gegevens opgevraagd worden. Het biometrisch paspoort is daarbij een van de hulpmiddelen. Gevoeliger in Europa ligt het zogeheten Passenger Name Record-systeem waarbij luchtvaartmaatschappijen worden verplicht tal van gegevens van hun passagiers zoals emailadres, creditcardnummer maar ook specifieke maaltijdwensen aan de douane over te dragen. Het Europees Parlement tekende daar eerder dit jaar bezwaar tegen aan, wat tot een conflict met de Europese Commissie leidde die hierover een verdrag met de VS had afgesloten.

Ook hier weer althans naar buiten toe veel begrip van Amerikaanse kant. Volgens Ridge kan die kwestie eenvoudig worden opgelost. Er werd in eerste instantie te veel informatie opgeëist. ,,Het vragen van maaltijdgegevens was een brug te ver'', zegt hij. Maar Ridge wil wel kwijt dat Europa niet het alleenrecht heeft op het beschermen van de privacy. Die zaak speelt in de VS evenzeer. Niet voor niets beschikt zijn departement als enige in Washington over een eigen privacy officier. ,,We zijn op dat vlak even waakzaam als de Europeanen.''