Regie is te behoudend bij `Niemandsland' van Pinter

Acteur Lou Landré is in het complexe toneelstuk Niemandsland (1975) van Harold Pinter een sluipende panter over het podium. Elk moment kan hij toeslaan. Complex is Pinters toneelstuk omdat de personages in hun rol nauwelijks enige houvast hebben. Neem Landré in de rol van Spooner: hij dringt, ongevraagd en onuitgenodigd, het huis binnen van een vroegere vriend, de literaire grootheid Hirst. De heren drinken whisky, vele glazen. Hirst, vertolkt door Carol Linssen, weet niet wie die raadselachtige verschijning in zijn smetteloos witte woonkamer is. Kent hij de man wel, weet Spooner zelf wie hij is?

Als een acteur geen psychologisch fundament voor zijn rol heeft, dan moet hij uit andere bronnen zijn kracht putten. In het geval van Niemandsland is dat voor alles de taal. In een van zijn eerste clausen rept Spooner dan ook over de `kracht' die een mens moet bezitten om zich een plaats te verwerven in de wereld. Die kracht kan ook handigheid betekenen. Spooner lijkt aanvankelijk krachtig, maar gaandeweg verandert hij in een wat schlemiele, handige gozer, een tweederangs dichter die parasiteert op andermans roem. Zijn sjofele jasje, scheve stropdas en bordeelsluipers van schoenen voltooien dit beeld. Linssen daarentegen is every inch a gentleman.

Niemandsland door het Nationale Toneel speelt zich af een in wit decor waarvan de perspectivische lijnen diep in de verte verdwijnen. Helemaal aan het eind zien we het hoofddecor terug, maar dan verkleind: een spiegel en daar tegenover een deur, een grote zetel en een kleine en natuurlijk de glazen dranktafel. Door optische werking worden de acteurs groter naarmate ze verder in het decor staan. Al vanaf de eerste uitvoering is Niemandsland erkend als een belangrijk maar ook ondoorgrondelijk stuk. Het speelt zich af op een avond, nacht en ochtend. Indringer Spooner is een echt Pinter-personage dat elke keer van gedaante lijkt te veranderen. De gesprekken tussen het tweetal lopen niet langs lijnen van de logica. Spooner is een gluurder naar seks in de bosjes van het park, maar hij zegt alleen het `oogwit' te zien. Hij is een verlopen dichter. Uiteindelijk blijkt, in een onthullende en ook verontrustende frappe aan het slot, dat deze Spooner jarenlang een overspelige verhouding heeft gehad met de vrouw van Hirst. De panter heeft toegeslagen. Landré is uitnemend in het plaatsen van snijdend-ironische opmerkingen. Dat geeft humor en dynamiek aan de voorstelling. De acteurs moeten wel de beschaafde conversatietoon doorbreken, anders blijft spanning uit.

Zowel regisseur Antoine Uitdehaag als decorontwerper Tom Schenk benadrukken het droomachtige van Niemandsland. De deur staat eenvoudigweg los op de speelvloer. Carol Linssen laat met nadruk zien dat zijn personage zweeft tussen het werkelijke en het ireële. Zijn tekst klinkt ijl en als vanuit de verte. Er is geen werkelijke actie, ondanks de aanwezigheid van Hajo Bruins en Peter Bolhuis die als maffiosi vermomde beschermengelen van Hirst fungeren.

De toeschouwer moet hard werken om tot in de kern van Pinters stuk te komen. Landré is op zijn best als de kapotmaker van het op het eerste gezicht onberispelijke leven van zijn tegenspeler. Door gebrek aan spanningslijnen en het al te raadselachtige van de tekst verflauwt halverwege de aandacht. De regie is vaak te behoudend, ik verwachtte vaak iets geks, iets onverwachts of brutaals. Landré is schitterend in de ochtendscène bij het ontbijt met champagne. In een voortreffelijke mengeling van liederlijkheid en gespeelde grandeur, met een gretige oogopslag, schrokt hij zijn bord leeg. Dit is ook Pinter, gelukkig. Deze scène staat. In Landré's spel klinkt de lugubere echo na van de met drank doorwaakte nacht. Zijn missie is gelukt: Hirsts leven zal nooit hetzelfde zijn, hoe wanhopig Linssen ook probeert zich te handhaven.

Voorstelling: Niemandsland van Harold Pinter door het Nationale Toneel. Regie: Antoine Uitdehaag; decor: Tom Schenk. Gezien: 18/9 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Toutrnee t/m 20/11. Inl.: 070-31814829; www.nationaletoneel.nl