Record: vier tegenbegrotingen

De defensieve toon waarop het kabinet in de uitgelekte miljoenennota zijn plannen verdedigt, krijgt langzamerhand een verrassende lading. De officiële presentatie morgen, met prinsjesdag, zal het karakter hebben van een antwoord – aan de oppositie. Dit weekeinde presenteerden PvdA en SP tegenbegrotingen, vandaag volgde de ChristenUnie, morgen komt GroenLinks.

De vaste, zelfverzekerde boodschap luidt: zelfs bínnen de voorwaarden van het kabinet – een begrotingstekort van 2,6 procent en versterking van de economische structuur op de lange termijn – kunnen wij het beter. Met minder bezuinigingen op de sociale zekerheid en meer investeringen in onderwijs.

Het oppositionele enthousiasme om met een tegenbegroting te komen is opmerkelijk. Jarenlang was GroenLinks de enige partij die het deed. De laatste twee jaar aarzelde de PvdA nog haar tegenbegroting tijdens het debat in de Kamer te presenteren, omdat ze nog niet was doorgerekend door de CPB.

Dit weekeinde was de PvdA de eerste. Dat de CPB-doorrekeningen pas na prinsjesdag mogen worden vrijgegeven, is niet langer een beletsel.

De ChristenUnie publiceerde vanmorgen een `christelijk-sociaal inkomensplan' – mét het stempel `gunstig' van het CPB. De SP maakte voor het eerst een tegenbegroting, en liet deze ook doorrekenen. Tot nu toe zag de SP niets in het CPB, dat de politieke speelruimte te veel zou beperken. Nu voldoet de SP zelfs aan de eisen van het Europese stabiliteitspact, ook al acht ze dat ,,politiek dood''. Zo wil de SP aantonen dat ,,zelfs binnen de normen van het pact'' een wezenlijk ander beleid kan worden gevoerd.

Het politieke debat over de miljoenennota belooft met deze algemeen aanvaarde spelregels overzichtelijk te worden. Het kabinet betoogt dat bezuinigen hoe dan ook moet, om een `structurele hervorming' van de economie door te voeren. De coalitiepartijen steunen dit. Kamerlid Bakker (D66) antwoordde de oppositie dit weekeinde al dat er ,,geen alternatief'' is.

[vervolg OPPOSITIE: pagina 3]

OPPOSITIE

Zachtere maatregelen

[vervolg van pagina 1]

Daartegenover tracht de oppositie aan te tonen dat met zachtere maatregelen betere resultaten in het verschiet liggen. Meer groei én meer banen voor hetzelfde geld, claimt de PvdA.

PvdA, ChristenUnie en SP draaien in hun tegenbegrotingen veel bezuinigingen van het kabinet voor de lagere inkomensgroepen terug. De ChristenUnie zegt de koopkracht gemiddeld met een kwart procent te bevorderen. De no-claimkorting voor ziekenfondsverzekerden die het kabinet invoert, keuren SP en PvdA af, omdat deze de ziekenfondspremie omhoog drijft. Ook de ChristenUnie wil de ziekenfondspremie juist verlagen. Bezuinigingen op zittend ziekenvervoer, thuiszorg en fysiotherapie voor chronisch zieken en gehandicapten draait de ChristenUnie terug. De SP wil vooral op de bureaucratie in de gezondheidszorg bezuinigen.

De SP wil 2,7 miljard meer uitgeven in 2005 dan het kabinet. Het grootste gedeelte daarvan gaat naar het terugdraaien van de bezuinigingen op de sociale zekerheid en het herstellen van de koppelingen tussen uitkeringen en lonen en ambtenarensalarissen en de markt (800 miljoen euro). Daartegenover staat voor evenveel aan extra bezuinigingen. Deze zoekt de SP vooral in lastenverzwaring voor de hogere inkomens en door extra bezuinigingen op Defensie. Net als de PvdA en ChristenUnie wil de SP de hypotheekrente-aftrek voor hogere inkomens hervormen.

De ChristenUnie geeft ten opzichte van het kabinet 400 miljoen euro extra uit, die deels worden gecompenseerd met lastenverzwaring voor de hogere inkomens. De ChristenUnie wil veertig procent meer werkgelegenheid scheppen dan het kabinet door de werkgelegenheid voor vooral lager en middelbaar personeel en oudere werknemers te bevorderen. Anders dan de PvdA investeert de ChristenUnie daarvoor niet in kinderopvang.

SP en ChristenUnie willen, net als CDA, PvdA en D66, bezuinigingen op het lager, middelbaar en hoger onderwijs terugdraaien. De SP reserveert ruim 450 miljoen extra voor onderwijs, tegen de PvdA 1,4 miljard, inclusief stimuleren van de kenniseconomie.