Nog een muur slopen

Willy Brandt had gelijk. Vijftien jaar na de val van de Muur staan de muren van frustatie in de hoofden van vele Duitsers nog rechtovereind. Brandt, oud-bondskanselier van West-Duitsland en een groot kenner van zijn volk, had dat tegen de heersende opvatting in voorspeld. Op de eerste vergadering van de gezamenlijke Bondsdag in het nog niet gerenoveerde Rijksdaggebouw in Berlijn, eind 1990, zei hij dat muren in het hoofd meestal langer staan dan muren van beton. Herenigingskanselier Helmut Kohl dacht dat binnen tien jaar de verschillen tussen Oost- en West-Duitsland zouden zijn weggewerkt. Niets is minder waar gebleken. De miljarden aan belasting die de West-Duitsers voor vereniging met hun oosterburen betaalden, hebben de oostelijke deelstaten weliswaar moderner gemaakt, maar niet welvarender en zeker niet gelukkiger.

Het groeiend ongenoegen bij de `Ossies' heeft nu een weg naar buiten gevonden. Bij regionale verkiezingen in de oostelijke deelstaten Brandenburg en Saksen wonnen de protestpartijen. Van de grote partijen verloren met name de christen-democraten (CDU) veel stemmen. In Brandenburg bleef de sociaal-democratische SPD de grootste partij, maar boekten de oud-communisten verenigd in de PDS (Partei des Demokratischen Sozialismus) de grootste verkiezingswinst. De PDS stamt in rechte lijn af van de toenmalige SED, de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands van het naargeestige Oost-Duitse regime, dat de arbeidersstaat met harde hand regeerde. Met 28 procent van de stemmen is de PDS de tweede partij in Brandenburg. In Saksen raakte de regerende CDU haar absolute meerderheid kwijt en waren de neonazi's van de NDP (Nationaldemokratische Partei Deutschlands) met een stembusaanhang van ruim 9 procent de grote winnaars. Voor Duitsland en Europa is dit een teken aan de wand. De politiek leider van de NDP, de ultrarechtse Holger Apfel, zei dat het een grandioze dag voor Duitsland was. Voor ieder weldenkend mens was het een zwarte dag.

Duitsland, in het hart van Europa, heeft er alle belang bij dat de tweespalt tussen het oosten en het westen verdwijnt. Dat dat nog niet is gebeurd, is ronduit tragisch. Een andere oud-bondskanselier, Helmut Schmidt, gaf kortgeleden een kernachtige analyse waarom de hereniging op een teleurstelling is uitgelopen. West-Duitsland heeft met veel geld en weinig visie geprobeerd zichzelf in het oosten te kopiëren. Het effect was afzichtelijk: een moderner land, maar geen werk en dus geen vooruitzichten. En een krimpende bevolking die zich wentelt in haar slachtofferrol en heimwee heeft naar de oude tijd – toen iedereen nog een baan had. West-Duitse arrogantie gaf de nekslag.

De verkiezingsuitslagen in Brandenburg en Saksen zijn een boodschap aan de gevestigde politiek. De winst van de PDS en NDP is niet te negeren, al zullen ze zich misschien maar kort in de regionale parlementen kunnen handhaven. Het ongenoegen waarop deze partijen tieren, moet worden weggenomen. De 17 miljoen Oost-Duitsers kunnen hun gevoel voor eigenwaarde alleen zélf hervinden. Werk is voor hen het belangrijkste, en verantwoordelijkheid voor het eigen bestaan. Het geld vanuit Bonn en later Berlijn was verslavend, maar heeft het leven ook gecorrumpeerd. Minder staatsbemoeienis, meer particulier initiatief en het oppakken van de Duitse traditie waarin het kleinbedrijf centraal staat, kunnen soelaas bieden. Maar dan moet eerst die muur in het hoofd worden gesloopt.