John Kerry weet niet wat hij wil met Irak

Wat betreft de oorlog Irak waait presidentskandidaat Kerry met alle winden mee. Zo gaat hij de verkiezingen verliezen, stelt Charles Krauthammer.

Als de Amerikaanse presidentsverkiezing vandaag werd gehouden, zou John Kerry verliezen met een achterstand van 88 à 120 kiesmannen. De reden is eenvoudig: dé zwakke plek van deze president – en hét thema van deze campagne – is de oorlog in Irak. En daar is Kerry over uitgepraat.

Waarom? Omdat hij tot nu toe over Irak alles heeft gezegd wat maar te verzinnen is. Aangezien hij elk mogelijk standpunt over de oorlog heeft ingenomen, heeft hij nu niets meer te zeggen wat ook maar enigszins geloofwaardig is. Als hij gewoon zou hebben toegegeven dat hij de oorlog niet had moeten steunen, was hij misschien een anti-oorlogskandidaat geworden. Maar nadat hij tien keer van standpunt is veranderd, blijft er niets meer voor hem over.

Hij noemt Irak nu de ,,verkeerde oorlog op de verkeerde plaats op het verkeerde moment.'' Maar hij heeft natuurlijk wel zijn stem aan de oorlog verleend. En kort na de val van Bagdad herhaalde hij nadrukkelijk zijn steun aan de oorlog: ,,Het was de juiste beslissing om Saddam te ontwapenen. En toen de president die beslissing nam, stond ik achter hem.''

Toen (radiopresentator) Don Imus hem verleden week vroeg: ,,Vindt u dat er omstandigheden zijn waaronder wij een oorlog met Irak hadden mogen beginnen – hoe dan ook?'' antwoordde Kerry: ,,Niet onder de huidige omstandigheden, nee. Ik zie er niet één. Ik heb gestemd op grond van de massavernietigingswapens. Daar is de president niet eerlijk over geweest.'' Maar vorige maand zei hij nog dat hij ook voor de oorlogsresolutie zou hebben gestemd als hij toen had geweten wat hij nu weet.

Is Irak onderdeel van de oorlog tegen de terreur of iets wat daar alleen maar op cynische wijze van afleidt? ,,En van alles wat Bush in Irak heeft gedaan,'' zei Kerry in april van dit jaar, ,,probeert hij mensen te overtuigen dat het met terreur te maken heeft, ook al weet iedereen hier dat het geen fluit met Al-Qaeda van doen heeft maar allemaal allang op het programma stond.'' Maar kort na 11 september 2001 zei Kerry uiteraard het tegendeel. ,,Ik vind beslist dat wij het terrorisme overal ter wereld onder druk moeten houden,'' zei hij in december 2001. ,,Dit houdt niet op bij Afghanistan [...] Het terrorisme is een mondiale dreiging. Het is een plaag. En het is van levensbelang dat we doorgaan, bijvoorbeeld met Saddam Hussein.''

Toen was Saddam dus wel degelijk onderdeel van de oorlog tegen de terreur – een `voorbeeld' van de `mondiale' strijd tegen het `terrorisme'. Kerry keerde afgelopen week tijdelijk tot dat standpunt terug toen hij de duizend Amerikaanse doden in Irak herdacht met de uitspraak dat zij ,,hun leven gaven voor hun land, voor de vrijheid, in de oorlog tegen de terreur.''

Hoe is het zover met Kerry gekomen? Hij begon zijn politieke loopbaan door in nationale veiligheidskwesties volgens zijn geweten te stemmen. In de jaren tachtig was hij een consequente, progressief-democratische duif: voor een kernwapenstop, tegen Star Wars, tegen Reagans defensieopbouw, tegen de oorlog in Nicaragua. En daarna sloot hij zich aan bij de overweldigende meerderheid van zijn partij die tegen de Golfoorlog stemde.

Dat bleek een vergissing. En Kerry moest ervoor boeten. Het jaar erop, in 1992, moest hij toezien hoe Al Gore, die wel goed had gegokt in de Golfoorlog, als Democratisch kandidaat voor het vice-presidentschap werd gekozen – een plaats waarvoor Kerry hoge ogen had gegooid.

Kerry leerde zijn politieke les. Dat dacht hij tenminste. Dus toen de oorlog met Irak kwam, wilde hij niet weer achter het net vissen. Hij stemde voor.

Maar daarna ging het mis - met de oorlog en met hem. Wat deed hij toen? Terwijl Howard Dean op de Democratische nominatie afstevende, bespeelde Kerry het diepe anti-oorlogssentiment in zijn partij door tegen de 87 miljard dollar ter bekostiging van de bezetting te stemmen. Twee later maanden later, toen Saddam was gepakt en de oorlog er wat beter uitzag, maakte Kerry weer een draai en sloeg Dean om de oren met: ,,Wie betwijfelde of Irak of de wereld beter af zouden zijn zonder Saddam Hussein, en wie nog altijd meent dat we niet veiliger af zijn nu hij is gepakt, heeft niet het inzicht om president te zijn of de geloofwaardigheid om tot president te worden gekozen.''

Inmiddels is Kerry weer terug bij de `verkeerde oorlog op de verkeerde plaats op het verkeerde moment', notabene een uitspraak van Dean. Opeens zijn we toch weer niet beter af nu we Saddam kwijt zijn.

Deze duizelingwekkende tegenstrijdigheden – zo flagrant, zo publiek, zo veelvuldig – ondergraven bij voorbaat alles wat Kerry nog over Irak zou kunnen zeggen. Inmiddels is dan ook zijn persoonlijkheid in het geding. Toen Kerry tijdens de Republikeinse Conventie ging windsurfen, merkte Jay Leno op dat zelfs Kerry's hobby's van de windrichting afhingen. Wat de oorlog betreft is Kerry niet alleen voorwerp van spot geworden, maar ook van onoverbrugbare achterdocht. Wat is dat voor man die president wil worden maar die in de ernstigste kwestie van onze tijd niet weet wat hij wil?

Charles Krauthammer is columnist van de Washington Post © Washington Post Writers Group

    • Charles Krauthammer