Jiang Zemin uit Chinese politiek

China's voormalige president en partijleider, de 78-jarige Jiang Zemin, heeft zijn laatste officiële functie, die van voorzitter van de Centrale Militaire Commissie (CMC) van de communistische partij neergelegd. Dat heeft het officiële persbureau Nieuw China gemeld.

Daarmee lijkt er definitief een einde gekomen aan het tijdperk Jiang. Zijn aftreden, waarover al geruime tijd werd gespeculeerd in de buitenlandse media, kreeg ruime aandacht in China. Het avondjournaal toonde beelden van een breed lachende en wuivende Jiang, die een oorverdovend applaus kreeg in de Grote Hal van het Volk in Peking. Hij riep de aanwezigen op om ,,hard te werken en onder leiding van de partij, samen met kameraad Hu Jintao''.

Hu volgt Jiang op als voorzitter, maar verrassend genoeg werd niet Jiangs beschermeling Zeng Qinghong als tweede man in het CMC benoemd, maar de relatief onbekende Xu Caihou. Sommige analisten zien daarin een teken dat de macht van Jiang sinds zijn aftreden als partijleider is teruggelopen. Het voorzitterschap van de CMC werd vroeger gezien als de belangrijkste functie na die van partijsecretaris, en van meer gewicht dan het presidentschap van China. Inmiddels lijkt de positie aan belang te hebben ingeboet.

Hu Jintao krijgt nu meer armslag dan voorheen om zijn eigen politieke agenda door te voeren. Daarbij ligt niet voor de hand dat Hu een wezenlijk andere koers zal gaan varen dan Jiang. Beide mannen verschillen niet veel van politieke kleur, en Hu heeft vorige week nog eens met nadruk aangegeven dat hij in elk geval niet van plan is om politieke hervormingen naar Westers model door te voeren.

Toch is het aftreden van Jiang ten gunste van Hu, die nu de drie machtigste functies van het land in één hand verenigt, overwegend positief gevallen in Hongkong en Taiwan. Daar verwacht men een mildere opstelling van Peking. Hu heeft veel minder macht in handen dan zijn voorgangers Mao en Deng, die een persoonlijk stempel op de politiek wisten te drukken. Deng brak op veel punten met zijn voorganger, en hij kon dat doen omdat hij niet alleen over visie, maar ook over een persoonlijke machtsbasis beschikte. Toen Jiang aan de macht kwam, was daarvan eigenlijk al geen sprake meer.