Hoop gloort voor Italiaanse luchtvaartsector na akkoorden

Er gloort weer hoop voor het noodlijdende Alitalia, nu vakbonden en directie het eens zijn geworden over een rigoureuze sanering.

Maar van een definitieve redding is nog geen sprake.

Na de piloten en het grondpersoneel eerder vorige week, stemden zaterdag ook de stewards en stewardessen na maanden onderhandelen in met het plan dat in totaal 3.679 van de 22.000 werknemers hun baan kost. Uiteindelijk bleken ook zij gevoelig voor de jobstijding van bestuursvoorzitter Giancarlo Cimoli dat er nog slechts geld in kas is om de lonen voor september te betalen.

Na de zenuwslopende onderhandeling bedankte een zeer opgeluchte Cimoli de vakbonden dit weekend ,,voor de getoonde verantwoordelijkheidszin'' en het feit dat het akkoord zonder een minuut staking tot stand is gekomen. De concessies die de bonden hebben gedaan zijn indrukwekkend. Vanaf nu zijn Alitalia-werknemers arbeiders als alle anderen. 289 piloten en 900 leden van het cabinepersoneel en bijna 2.500 man grondpersoneel verliezen hun werk. Piloten en cabinepersoneel krijgen een lager salaris en kunnen dit alleen opkrikken als ze meer uren gaan vliegen. De cabinebemanning per vlucht wordt ingekrompen. Het aantal vakantiedagen en onkostenvergoedingen is verminderd. En de lonen voor het grondpersoneel zijn tot 2006 bevroren.

Het pakket maatregelen levert een bezuiniging op van 282 miljoen euro in vier jaar. Cimoli wil in die periode totaal voor 880 miljoen euro besparen. De rest moet komen van interventies in de commerciële activiteiten en een efficiëntere en goedkopere acquisitie.

Vandaag zullen bonden en directie hun handtekening zetten onder de nieuwe afspraken over lonen en arbeidsvoorwaarden. Direct daarna kan de staat het toegezegde overbruggingskrediet van 400 miljoen euro vrijgegeven. Dat krediet kan het voortbestaan van het bedrijf tot maart 2005 garanderen, maar dat moet daarna weer worden terugbetaald. Vandaag ook starten de gesprekken met de minister van Welzijn, Maroni, over een afvloeiingsregeling. Gedacht wordt aan een sociaal plan dat het weggestuurde personeel twee jaar lang 80 procent van het loon garandeert. Dit zou de regering jaarlijks bijna 100 miljoen euro kosten.

Cruciaal voor de verdere voortgang is het toekomstige bedrijfsplan dat nu in overleg met de Italiaanse regering zal worden uitgewerkt. Alitalia wordt opgedeeld in een grondbedrijf, AZ Service, en een bedrijf dat het vliegend deel van de activiteiten verzorgt: AZ Fly. De bonden willen dat er een holding komt die beide bedrijven controleert, zodat AZ Service niet langzaam ontmanteld kan worden. De Italiaanse regering, die 62 procent van de aandelen van Alitalia beheert, wil liever geen holding. Ook na het doorhakken van deze knoop is het bedrijf nog geen winstgevende onderneming. In de afgelopen elf jaar leed Alitalia tien keer verlies en sinds 1989 verbraste het omgerekend 2,35 miljard euro.

Er zal een antwoord moeten komen op de vraag wat te doen met het knooppunt (hub) Malpensa in Milaan. De regio Lombardije en de stad Milaan eisen dat er meer intercontinentale vluchten vertrekken vanaf deze luchthaven, die nooit echt goed heeft gefunctioneerd. Volgens hen is het logisch dat Milaan een hub blijft, omdat Noord-Italianen 60 procent van de Alitalia-tickets kopen. De Romeinen vechten voor hun hub Fiumicino die behalve belangrijk voor de lokale economie ook grote symbolische betekenis heeft. Immers de stad met de grootste hub is de echte hoofdstad van Italië. Voor Alitalia zou het echter veel beter en efficiënter zijn om maar één intercontinentale luchthaven te hebben, maar dat is gezien de huidige polarisatie tussen Noord- en Zuid-Italië onhaalbaar.

Een ander probleem is de privatisering van Alitalia. De Italiaanse staat heeft zich verplicht zijn aandeel in het bedrijf binnen een jaar terug te brengen van 62 naar 49 procent. Dit maakt de behoefte van Alitalia aan nieuwe investeerders nog groter dan die al is.

Volgens bestuursvoorzitter Cimoli is er in ieder geval 1,81 miljard euro aan nieuw kapitaal nodig. De helft daarvan wordt besteed aan de terugbetaling van het overbruggingskrediet van 400 miljoen en van een obligatielening van 700 miljoen euro die in 2007 afloopt. De andere helft wordt aangewend voor investeringen in nieuwe vluchtroutes en materieel. Grote vraag is wie dit geld beschikbaar zal stellen. Cimoli zegt dat er belangstelling is, maar wil er nu niet meer over kwijt. Gesproken wordt over banken, institutionele beleggers, rijke particulieren, de low cost-carrier Volare, Lufthansa en Air France. Maar daarover is nog niets bekend.

Feit is dat Alitalia de afgelopen jaren veel goodwill heeft verspeeld bij potentiële investeerders. In twee jaar daalde haar aandeel op de Italiaanse vliegmarkt van 66 naar 45 procent. Het bruto verlies was vorig jaar ruim 500 miljoen euro en zal dit jaar niet veel lager uitvallen. De productiviteit van de piloten was de afgelopen jaren 16 tot 40 procent lager dan die van de collega's bij concurrerende bedrijven. En maandelijks vervoerde Alitalia 11.000 keer personeelsleden gratis van Rome naar Milaan, en terug, om daar van de luchthaven Malpensa te vertrekken voor een intercontinentale vlucht.

Met het akkoord tussen bonden en directie is weliswaar een eerste stap naar een betere toekomst gezet, maar zeker is die toekomst nog lang niet. Luchtvaartkenner Alessandro Frigerio van Pigoli Consulenza uit Milaan stelde het vorig week in de zakenkrant Il Sole 24 Ore als volgt: ,,Alleen ontslagen zijn niet genoeg. Wat Alitalia nodig heeft is een cultuuromslag.''