Hallelujafiets

Waar komt het woord hallelujafiets vandaan? Dat wil een lezer uit Den Haag graag weten. Voor wie het niet kent: hallelujafiets wordt gebruikt voor een fiets met een diep frame en een hoog stuur. Zo'n rijwiel wordt ook wel een omafiets of opoefiets genoemd (en soms een weduwefiets). De lezer had zelf drie mogelijke verklaringen bedacht die verband houden met andere samenstellingen met halleluja die hij in de Grote Van Dale aantrof. Daarin staat dat hallelujabrigade wordt gebruikt als spotnaam voor het Leger des Heils, hallelujahoed voor `grote hoed van de vrouwelijke soldaten van het Leger des Heils', hallelujameisje en hallelujazus voor `heilsoldate', hallelujastemming voor `feestelijke, opgetogen stemming' en hallelujatenen voor `hoeratenen, jubeltenen'. Hallelujafiets blijkt niet in de Grote Van Dale te staan, hoewel het geregeld voorkomt. Opoe- en omafiets gelukkig wel.

De lezer bedacht zelf de volgende verklaringen voor hallelujafiets. 1. Het kan zijn dat de heilsoldates vaak op deze fietsen gesignaleerd worden, en doet het hoge stuur denken aan de hogere macht waarnaar de roep halleluja (= `loof de Heer') verwijst; 2. Misschien zien de fietsen er vrolijk uit, en roepen ze associaties op met een vrolijke, uitgelaten stemming, ook wel hallelujastemming genoemd. Halleluja geldt immers ook als vreugdekreet; 3. Pastoors reden (of rijden) nog weleens op dit soort fietsen, wat makkelijker is vanwege hun `jurk' (soutane). Het woord halleluja verwijst dan naar de geestelijke.

Tot zover de lezer. Ik denk dat geen van deze verklaringen helemaal juist is. Volgens mij ligt het eenvoudiger. De meeste samenstellingen met halleluja- verwijzen naar het Leger des Heils. Het zijn allemaal spotnamen. Mij staat bij dat de `soldaten' van het Leger des Heils op dergelijke fietsen met een diep frame en een hoog stuur reden – en misschien doen ze dat nog steeds (ik kom ze alleen in cafés tegen). Inmiddels is dat soort fietsen weer in de mode, maar lange tijd vond men ze ouderwets. Hallelujafiets is dus een spotnaam voor een `ouderwetse fiets, zoals bereden door heilsoldates' en het is gevormd naar het voorbeeld van hallelujameisje enzovoorts.

Dat hallelujameisje is trouwens al behoorlijk oud. Het is in 1897 voor het eerst in het Nederlands opgetekend, samen met hallelujahoedje. Dat is vroeg, want het Leger des Heils – in 1878 in Engeland opgericht door William en Catherine Booth – was pas sinds 1887 actief in Nederland. Hallelujameisje had een Engelse voorgangster, want daar werden die zalvende en halleluja-roepende meisjes hallelujah-lasses genoemd.

Wat aan de populariteit van het woord hallelujafiets zal hebben bijgedragen is een liedje van Adèle Bloemendaal uit 1973 of 1974, getiteld `De fiets is beter, ja natuurlijk'. Daarin zingt zij: ,,Laat mij maar lekker toeren op mijn halleluja-fiets.''

Gebomcheckt. Onlangs hoorde ik een verslaggever van het RTL4-Journaal zeggen dat het Kurhaus in Den Haag, vanwege een bijeenkomst van de Europese ministers van Financiën, zorgvuldig was gebomcheckt. Dat is nou een woord waarvan ik zou zweren dat je het nooit in de krant zou aantreffen – tenzij in een citaat, en dan nog vooral met de bedoeling om een agent of beveiligingsbeambte een beetje voor gek te zetten. Maar nee, ik zat ernaast, er blijkt in de kranten al sinds 1997 geregeld te worden gebomcheckt. De meeste kranten zetten er nog aanhalingstekens omheen, maar bij Het Parool zijn ze daar inmiddels mee gestopt. Daar stond laatst: ,,En dus worden alle tassen zorgvuldig gebomcheckt...'' Het is een kwestie van smaak, maar mij lopen bij gebomcheckt de rillingen over de rug.

Reacties naar de Achterpagina of naar

sanders@nrc.nl. Zie ook Woordhoek op donderdag op www.nrc.nl

    • Ewoud Sanders