Erg late Nederlandse première

De Matinee in het Amsterdamse Concertgebouw richt zich dit seizoen op Ertartete Musik; muziek van veelal joodse componisten die door de nazi's in de ban werd gedaan. Een van hen was Franz Schreker (1878-1934), wiens opera Der ferne Klang (1910) zaterdag de late Nederlandse première beleefde. De directe radio-uitzending wordt morgen herhaald.

Het is nu moeilijk voorstelbaar dat Schreker een eeuw terug met Richard Strauss streed om de titel van succesvolste operacomponist van Duitsland. Der ferne Klang, Schrekers populairste opera, verduidelijkt die toenmalige reputatie. De muziek laveert op onnavolgbare wijze tussen alle denkbare stijlen – van zigeunerwijs tot atonaliteit. Het verbijsterendste culminatiepunt vormt de `Venetiaanse' muziek aan het begin van de tweede akte, met dameskoor, jazz-percussie, sensuele strijkers, gitaren én zigeunerorkestje in het gat van de deur.

Het door Schreker zelf geschreven, autobiografisch getinte en symbolistisch geparfumeerde libretto, is net als de muziek een typisch product van zijn tijd. De jonge componist Fritz wordt gelokt door een `verre klank' die hij verkiest boven zijn Grete. Zij vlucht en wordt elitehoer, maar bij hernieuwde kennismaking versmaadt Fritz haar opnieuw. Pas in zijn laatste ademtocht realiseert hij zich dat Grete steeds zijn `verre klank” is geweest.

Dirigent Edo de Waart zegde deze Matinee ,,wegens een hardnekkige griep'' opnieuw in een laat stadium af en werd vervangen door Julien Salemkour, de assistent van Daniel Barenboim in Berlijn die het werk eerder dirigeerde. Salemkour leidde het Radio Filharmonisch Orkest met hoge, brede gebaren en oor voor Schrekers evenzeer brede lijnen en muzikale invloedssferen en stelde timing en de kwaliteit van de orkestklank centraal, waardoor de solisten weinig cadeau kregen.

Vocaal telt Der ferne Klang maar liefst twintig solopartijen, die tot in de kleinere rollen kloek waren bezet. De Nederlandse bas-bariton Geert Smits (Dr. Vigelius) zong karakter- en gloedvol, mezzo Nadine Denize maakte indruk door de nog heldere toon waarmee ze als `oude vrouw' haar opwachting maakte en prima gecast waren onder vele anderen ook mezzo Lani Poulson (kijvende moeder), Tommi Hakala (toneelspeler) en Stephan Rügamer (twijfelachtig individu). De Nederlandse bariton Thomas Oliemans maakte als dokter Rudolf een sterk Matineedebuut.

Naast een muzikaal wat matte hoofdrol van de invallende tenor John Horton Murray (Fritz) dreef Der ferne Klang op de stralende kwaliteiten van sopraan Anne Schwanewilms, die de twijfels en verlangens van Grete weergaloos gestalte gaf. Het is bizar dat een zo persoonlijk en evident invloedrijk werk als Der ferne Klang een eeuw op de Nederlandse première moest wachten, maar Schwanewilms maakte dat gemis ook daadwerkelijk navoelbaar. De Matinee bewees met deze première opnieuw haar onmisbaarheid.

Concert: Der ferne Klang van F. Schreker door Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Julien Salemkour. Gehoord: 18/9 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 21/9 20 uur.