De dokter is de groenteboer niet

Minister Hoogervorst heeft grootse plannen met de gezondheidszorg. Het systeem van ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars moet op 1 januari 2006 worden vervangen door één voor ieder geldende verplichte zorgverzekering. Het is goed te bedenken dat Groot-Brittannië van een nationale zorgverzekering, de National Health, niet gelukkiger is geworden.

De minister wil in zijn nieuwe stelsel bovendien enkele eenvoudige slogans uit het bedrijfsleven toepassen op de gezondheidszorg: marktwerking en concurrentie. Gezondheidszorg is echter iets anders dan het verkopen van een zak suiker. Niet de prijs moet bepalend zijn maar de kwaliteit.

Kwaliteit in de zorg is van levensbelang. Kwaliteit houdt in: handelen op basis van wetenschappelijke richtlijnen, goede samenwerking tussen diverse disciplines, gezamenlijke nascholing, et cetera.

Samenwerking is essentieel voor goede kwaliteit. Concurrentie staat daar op gespannen voet mee. Bij concurrentie probeer je je te profileren ten opzichte van je collega's. De prijs is belangrijk en de klant is koning. Dit kan snel leiden tot `u vraagt en wij draaien'. In de zorg is dit echter geen goede leidraad: niet alles wat gewenst wordt, is medisch zinvol.

Ook de huisartsenzorg zal een grote metamorfose ondergaan. De minister gaat de honoreringsstructuur veranderen, opdat de huisartsen geprikkeld worden meer te gaan doen dan ze nu doen. Loon naar werken noemt hij dat.

Dit suggereert dat de huisarts in het huidige systeem de kantjes er vanaf zou lopen. Niets is minder waar zoals een ieder kan zien die enigszins bij huisartsenwerk is betrokken.

In het huidige systeem krijgt de huisarts een vast bedrag voor iedere ziekenfondsverzekerde, het abonnementstarief, vergelijkbaar met een abonnement op de Wegenwacht (maar wat goedkoper). De particuliere patiënten (ongeveer eenderde van de populatie ) krijgen voor elke verrichting een rekening. De minister wil nu een verrichtingensysteem voor álle patiënten, die dan allemaal een rekening krijgen.

Opmerkelijk is dat het verrichtingensysteem bij de medisch specialisten onlangs is afgeschaft omdat er veel nadelen aan kleefde. In het verrichtingensysteem wordt de arts financieel geprikkeld veel onderzoeken en ingrepen te doen ook als de medische indicatie wat minder duidelijk ligt. De gelden in de zorg werden inefficiënt aangewend. Het aantal onderzoeken operaties verschilden hierdoor in de diverse regio's fors.

Nu wil de minister dit systeem bij de huisarts invoeren. Uiteraard zal dit dezelfde gevolgen hebben. Veel doen in plaats van goed doen wordt financieel geprikkeld. De huisartsenzorg wordt tientallen jaren in de tijd teruggeworpen. Naar de jaren zestig en zeventig uit de vorige eeuw. De praktijken waren toen zeer groot en de consulten moesten in drie tot vijf minuten afgewerkt worden. Hierin was geen tijd om de patiënten uit te leggen wat ze zelf konden doen en met welke klachten ze naar de dokter moesten. Voor de patiënt het wist stond hij buiten met een briefje naar de specialist, het lab of de apotheek.

Een beter systeem is een abonnementstarief dat de basiszorg omvat evenals de permanente beschikbaarheid van de huisarts. Een klein deel kan bestaan uit een verrichtingentarief voor extra activiteiten. Denk aan het weghalen van knobbeltjes, het doen van kleine ingrepen en ook aan het overnemen van patiënten die chronische zorg behoeven en nu in het ziekenhuis worden geholpen, zoals mensen met diabetes en astma.

De marktwerking moet zich volgens Hoogervorst ook uitstrekken tot de huisartsenzorg. Door concurrentie tussen zorgverleners zou de prijs kunnen dalen. De zorg leent zich hier echter niet voor. Huisartsen kunnen hun 24 uurs-service alleen op kwalitatief hoog peil houden als zij met elkaar samenwerken. Goed voor elkaar waarnemen verhoudt zich niet met concurreren met elkaar.

Ook in groeigemeenten zou dit tot vreemde situaties leiden. Het zou betekenen dat de huisartsen in een nieuwbouwwijk geen nieuwe collega zouden aantrekken, hij is immers een concurrent. Zo zou de wijk verstoken blijven van huisartsenzorg of men zou zich in overvolle praktijken moeten laten inschrijven. Kortom de dokter is de groenteboer niet.

Tot slot wil de minister morrelen aan een van de fundamenten van de huisartsenzorg, het op naam ingeschreven zijn van de patiënt bij één huisarts. In principe is iedere Nederlander bij een huisarts ingeschreven. Daar is het medische dossier met alle gegevens. De huisarts kent zijn patiënt, zijn gezin, zijn werk. Hij is vaak al jaren de gezinsarts. Veel aandoeningen vooral van chronische en psychische aard kan hij door deze kennis goed begeleiden.

De minister wil de inschrijving bij één huisarts loslaten. De patiënt moet van wisselende huisartsen gebruik kunnen gaan maken. Als het bij de een te druk is, of als die afwezig is, stap je bij de ander binnen. De arts waar je binnenstapt, kent je niet, heeft geen dossier en kan dus alleen maar een soort eerste hulp verlenen.

Hiermee zou de huisartsenzorg fundamenteel worden aangetast. Vooral mensen met chronische en psychische aandoeningen (de meeste patiënten) zullen niet adequaat behandeld kunnen worden. Bij hen is juist bekendheid met hun achtergrond en een vertrouwensband van eminent belang.

Hopelijk weet de Tweede Kamer de minister nog op andere gedachten te brengen. Niet markwerking en concurrentie moeten gestimuleerd worden, maar kwaliteit en samenwerking.

Hans Gimbel is huisarts te Heerhugowaard.

    • Hans Gimbel