Werken maakt héél gelukkig

Mensen met een leuke baan zijn over het algemeen gelukkiger. En die bevlogenheid werkt door op collega's en het thuisfront. Alleen, hoe vind je zo'n leuke baan?

Werken, het woord alleen al. Je denkt meteen aan vroeg opstaan, sleur en stoffigheid, aan niet vrij zijn om te doen wat je wilt en te moe om na het werken nog iets te doen. Te vermijden, werk. Zo min mogelijk tijd aan besteden, maar dan wel proberen om in die luttele uurtjes zo veel mogelijk geld te verdienen. Dat is het ware leven.

Als je dat denkt, dan is er nieuws voor je. Werken is leuk. Psychologen hebben het uitgebreid onderzocht, gemeten en bewezen, dus het is waar. Werken is geweldig. Je moet het alleen niet voor het geld doen – dat geldt trouwens voor vrijwel alle leuke dingen in het leven – maar dan is werken echt hartstikke fijn.

Cijfers? Feiten? In Nederland, zegt Arnold Bakker, organisatiepsycholoog aan de universiteit van Utrecht, zijn drie keer zoveel mensen met enorm veel plezier aan het werk, met bevlogenheid, dan dat er mensen een burn-outsyndroom hebben opgelopen (zo'n vier procent van de beroepsbevolking). En geen werk hebben heeft invloed op je geestelijk welbevinden. Wie werkloos is, loopt meer kans alcoholverslaafd of depressief te raken of zelfs zelfmoord te plegen. Bakker: ,,Psychiatrische patiënten worden vaak aangespoord te werken zodat ze zich beter gaan voelen: arbeidstherapie, werken als medicijn.''

Het heeft onder meer met `flow' te maken. Psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi beschreef dat gevoel voor het eerst, bijna vijftien jaar geleden: het gevoel dat je lekker bezig bent, dat je totaal opgaat in wat je aan het doen bent, dat je achteraf denkt dat de tijd wel heel snel voorbij is gegaan. Het gevoel dat anderen met vrije tijd en vakantie associëren, zeg maar. Maar het blijkt dat juist werkende mensen die `flow' bezitten.

Maarten Berg, auteur van Pluk het geluk, een boek met enige op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde adviezen hoe je gelukkig kunt worden, vertelt hoe psychologen dat onderzocht hebben: door mensen piep-apparaatjes mee te geven en hen op willekeurige momenten met een piepje te overvallen; dan moesten ze meteen opschrijven wat ze aan het doen waren en hoe ze zich voelden. Berg: ,,De stemming die gemeten werd op het moment dat mensen tv keken is weleens vergeleken met een milde vorm van depressie, maar werken bleek heel erg leuk.''

Er zijn wel voorwaarden, natuurlijk. Je moet bijvoorbeeld een leuke baan hebben. ,,Iets dat echt bij je past, waarbij je je prettig voelt'', zegt Bakker. ,,Niet boven je kunnen, want dat veroorzaakt stress, maar ook niet te ver eronder, want dan ga je je vervelen en dat levert ook weer stress op.'' Maar hoe vind je een leuke baan ? Daarbij speelt toeval een rol, aldus Bakker. ,,Er is een héél dik boek waar alle mogelijke beroepen instaan, daar staan meer beroepen in die je niet kent dan die je wel kent. Mensen kiezen vaak iets wat ze kennen, wat er op hun weg komt.'' Des te belangrijker is het om te bedenken dat je een baan niet hoeft te nemen, ook al ben je aangenomen. ,,Solliciteren is een tweezijdige selectie. Als een bedrijf, dat jou wil hebben, je niet bevalt, moet je het niet doen.''

Het belang van leuk werk is nauwelijks te overschatten, vinden de psychologen. Het is, naast liefde, één van de twee pijlers van de psychologische ontwikkeling. En de gemiddelde Nederlander spendeert er het grootste deel van zijn leven aan, elke dag ongeveer een derde deel van de tijd. Bakker: ,, Japanners vertelden mij laatst dat ze maar drie vakantiedagen per jaar hebben. Ze staan bovendien elke werkdag om zeven uur op en komen om elf uur 's avonds thuis.'' Dat neemt niet weg dat ook in Nederland de baankeuze van wezenlijk belang is, vindt hij.

Maarten Berg is het daarmee eens. ,,Er is een sterk verband tussen je gelukkig voelen en plezier hebben in je werk: mensen die hun werk leuk vinden, zijn meestal gelukkiger. Het blijkt trouwens ook andersom te gelden: als je gelukkiger bent, krijg je meer plezier in je werk. Dus als je het idee hebt dat je niet goed zit op je werk, kun je proberen eerst eens wat vaker met je vrouw uit eten te gaan. Je algemene tevredenheid kan overwaaien naar je werk.''

Maar het begint er altijd mee, zegt hij, dat je probeert op een goede plek terecht te komen. ,,Het is inderdaad moeilijk om te weten wat je wilt, maar er zijn ook mensen die heel goed weten wat ze leuk vinden en die toch doelbewust iets anders gaan studeren, economie of rechten bijvoorbeeld, omdat ze denken dat ze daar een goede baan mee krijgen.'' Niet handig, vindt hij. Het getuigt van ambitie om te doen wat je leuk vindt, is één van de psychologische `wetten' die hij in Pluk het geluk heeft opgenomen. ,,Mensen hebben soms het gevoel dat ze dan de gemakkelijkste weg kiezen en dat dat niet goed is, maar het is juist wel verstandig. Als je doet wat je leuk vindt, heb je ook de energie om erin uit te blinken. Omdat je het volhoudt om méér te doen dan het strikt noodzakelijke. In de praktijk vallen het ambitieuze en het leuke pad samen.''

Wat is er nu specifiek leuk aan werk? Die vraag doet denken aan een artikel dat Amerikaanse psychologen drie jaar geleden schreven, onder de titel What is satisfying about satisfying events? (wat maakt bevredigende gebeurtenissen bevredigend?) – een update, als het ware, van de redelijk bekende, maar inmiddels gedateerde behoeftenpiramide die Maslow vijftig jaar geleden opstelde. De psychologen kwamen tot een viertal belangrijke psychologische basisbehoeften; als die vervuld zijn, schrijven ze, kunnen mensen tot bloei komen als een plant die de goede hoeveelheid water en zon heeft gekregen. Mensen moeten het gevoel hebben dat hun gedrag hun ware aard weerspiegelt, dus dat ze `hun eigen ding' kunnen doen (autonomie); ze moeten het idee hebben dat ze moeilijke, `uitdagende' projecten tot een goed einde kunnen brengen (competentie); ze moeten een band voelen met andere mensen die belangrijk voor hen zijn (verbondenheid); en ze moeten tevreden zijn over zichzelf (zelfvertrouwen).

Al deze behoeften kunnen in werk bevredigd worden. Maarten Berg noemt ook meteen samenwerking met anderen als iets dat werken leuk kan maken. En autonomie: ,,Er is een onderzoek waarbij mensen aan een lopende band moesten werken. De ene groep kon het tempo van het werk niet zelf bepalen; de andere groep had een knop om de band stil te zetten, als het te snel ging. Het bleek dat de mensen in die laatste groep veel tevredener waren over hun werk, ook al gebruikten ze de knop in de praktijk nooit. Niet de zwaarte van het werk, maar het gevoel van controle bleek dus doorslaggevend.''

Organisatiepsycholoog Arnold Bakker heeft zelf onderzoek gedaan naar de bevredigende aspecten van werk, wat hij `energiebronnen' noemt. Die verschillen per baan, zegt hij, maar een aantal komt op heel uiteenlopende werkplekken terug. En ze passen allemaal naadloos in het Amerikaanse behoeftenlijstje. Veel ervan hebben met verbondenheid te maken: het gevoel dat er mensen zijn die je willen helpen, bij wie je uit kunt huilen, mensen die je informatie geven, mensen die je vertellen of je het al dan niet goed doet. Ook goede coaching en de mogelijkheid om je te ontwikkelen in je werk zijn zulke energiebronnen.

Naarmate een baan meer energiebronnen biedt, blijkt uit onderzoek van Bakker, hebben mensen niet alleen meer plezier in hun werk, maar gaan ze ook harder werken – én beter voor hun collega's zorgen, wat voor die collega's weer energiebronnen oplevert. Zo kan er in een bedrijf één grote positieve spiraal van werkplezier ontstaan. Daar wordt iedereen gelukkiger van: niet alleen de werknemers zelf, maar, zo blijkt, ook nog eens hun partners en kinderen.

En wie denkt er dan nog aan geld? Bakker in elk geval niet. ,,Geld werkt niet als energiebron, ik denk omdat het zo snel went. Ik neem het niet eens meer op als voorspeller in mijn onderzoek.'' Je moet in je basisbehoeften kunnen voorzien, zegt ook gelukspsycholoog Maarten Berg, ,,maar daarboven blijkt extra geld niet meer te leiden tot extra geluk. De wet van de afnemende meeropbrengst, noemen ze dat in de economie.'' De Amerikaanse psychologen kwamen zelfs tot de conclusie dat geld en luxe in sommige gevallen ongelukkig kunnen maken: mensen die meer behoefte hebben aan materieel en financieel succes blijken over het algemeen minder gelukkig te zijn.

Voor wie begint met werken is de conclusie duidelijk: denk niet aan geld, ga doen wat je leuk vindt, en als dat een beetje lekker gaat, blijkt misschien na een paar jaar dat je er per ongeluk schatrijk mee bent geworden. En als dat niet zo is, ben je in elk geval gelukkig.

    • Ellen de Bruin