Wasmiddelen

Al jaar en dag wordt er extra geld beschikbaar gesteld voor achterstandsleerlingen. Dat geld gaat naar scholen met veel kinderen van immigranten. Inmiddels is gebleken dat schoolsucces niet zo zeer samenhangt met de vraag of het gaat om kinderen van immigranten, maar met het opleidingsniveau van de ouders. En met de vraag of sprake is van een eventuele taalachterstand. Dus werd besloten in het vervolg de criteria laag opleidingsniveau ouders en taalachterstand aan te houden bij de verdeling van de achterstandsgelden. Voor alle duidelijkheid: er kwam niet minder geld beschikbaar, het bedrag bleef hetzelfde, het werd alleen anders verdeeld, eerlijker ook want conform de feitelijke handicap. Daar kon iedereen uiteraard vrede mee hebben, en het spreekt vanzelf dat scholen en hun bestuurders deze maatregel toejuichten. Nee dus. Het tegendeel was het geval. Toen Van der Hoeven met haar voorstel kwam wisten schooldirecteuren in Friesland, waar blijkbaar niet alleen de leerlingen gebukt gaan onder achterstand, te melden dat het voor hen toch allemaal niets zou uitmaken. En de scholen in de grote steden schreeuwden moord en brand, in plaats van te zwijgen en God en Allah te danken dat men daar niet eerder achter was gekomen en dat de maatregel pas per september 2006 zou ingaan. De Amsterdamse wethouder voor onderwijs Aboutaleb voorspelde zelfs een ramp voor het grootstedelijke onderwijs, terwijl hij altijd weet te vertellen dat het vroegere beleid waarbij immigranten werden doodgeknuffeld plaats dient te maken voor beleid waarbij aan immigranten dezelfde eisen worden gesteld als we gewend zijn te doen aan gewone burgers. Margo Trappenburg vond op grond van een stukje dat ze ooit had gelezen over een bepaalde streek in Friesland, ook al een andere verdeling van de achterstandsgelden heel verkeerd, waarbij ze de lezer overigens verzekerde dat ze niet wist waar ze het over had. De drang om een uitgesproken mening te hebben is bij sommigen blijkbaar zo overweldigend groot, dat ze zich er niet voor generen uitdrukkelijk te vermelden dat ze geen kaas gegeten hebben van waar ze het over hebben.

Leerlingen met een bewezen taalachterstand krijgen gedurende de eerste vier leerjaren een gewicht van 2,4. De achterliggende gedachte daarbij is dat extra aandacht voor taalonderricht in die leeftijd cruciaal is bij het bestrijden van taalachterstanden. Dus ook daar is blijkbaar over nagedacht. Overigens: omdat de ouders van allochtone leerlingen vaak laag zijn opgeleid en hun kinderen vaak te kampen hebben met een taalachterstand gaan die scholen er straks ook niet noemenswaardig op achteruit.

Dit voorbeeld bewijst weer eens dat elke verandering in het onderwijsbeleid, hoe redelijk of voor-de-hand-liggend ook, weerstand oproept. Daardoor is het erg verleidelijk om als minister van onderwijs niets te doen en alles bij het oude te laten. Of het hele onderwijs te hervormen, alles op zijn kop te zetten. Dat beleid duid je dan aan met Vernieuwing. Daar wordt dan door de leraren, de mensen die weten waar ze het over hebben, wel over geklaagd, maar daarbij worden ze niet gesteund door politici en de publieke opinie. Want vernieuwen, wie kan daar nou op tegen zijn, met wasmiddelen doen ze dat toch ook?

    • Leo Prick