Voor wie het geld telt

In de week van (het uitlekken van) de miljoenennota wijdt Pieter Steinz deel 32 van zijn serie over thema's in de wereldliteratuur aan geld in het algemeen en Bel-Ami van Guy de Maupassant in het bijzonder.

Oom Dagobert die een frisse duik neemt in zijn zwembad vol goudstukken; Shylock die gestraft wordt voor zijn woekerpraktijken; de nouveau riche uit Satyricon die van gekkigheid niet meer weet wat hij zijn gasten moet voorzetten – de literatuur wemelt van de personages die bezeten zijn van geld. Hebzucht, sinds mensenheugenis een van de Zeven Hoofdzonden, is zonder twijfel ook een van de Zeven Hoofdthema's van de wereldliteratuur; niet voor niets was de rags-to-riches story lange tijd een van de populairste genres. Zelfs boeken die ogenschijnlijk over iets anders gaan – Madame Bovary (overspel), Wuthering Heights (wraak) – hebben vaak een stevige financiële `onderbouw'.

Zo ook Bel-Ami, een van de zes romans van de korte-verhalenschrijver Guy de Maupassant (1850-1893). Omschreven als een boek over brandende ambitie, of als een satire op de Parijse mediawereld anno 1885, doet het verslag van de succescarrière van een ex-soldaat uit de koloniën. Zijn naam is Georges Duroy, en aan het begin van Bel-Ami zien we hem zijn laatste vijffrankstuk stukslaan in een goedkoop restaurant, waarna hem weinig meer rest dan doelloos, dorstig en smachtend over de boulevards te lopen. Juist op dat moment ontmoet hij een oude dienstmaat uit zijn tijd bij de huzaren, de geslaagde journalist Forestier, die hem geld geeft om zich in de kleren te steken (`In Parijs kun je beter geen bed hebben dan geen pak') en hem introduceert bij de hoofdredacteur van La vie Française: `Zijn krant is onafhankelijk, katholiek, liberaal, republikeins, orleanistisch, roomtaart en kwartjeswinkel, is voor niets anders opgericht dan om zijn beursoperaties en zijn ondernemingen van allerlei aard te steunen.'

Vanaf dat moment gaat het snel. Geholpen door de vrouw van Forestier – zelf kan hij niet schrijven – begint Duroy met een column over zijn tijd in Noord-Afrika. Het succes doet hem opschuiven naar de positie van roddelchroniqueur, in dienst van de belangen van de krantenmagnaat; en met het geld en het aanzien komt ook de belangstelling van mooie, rijke vrouwen, wier maintené hij wordt. Duroy heeft `zichzelf beloofd een leperd, een goochemerd en een slimmerik te zijn', en daar houdt hij zich aan. Na de ontijdige dood van Forestier sluit hij met diens vrouw een verstandshuwelijk, dat hij laat ontbinden als hij daar financieel veel beter van kan worden. Aan het slot van de roman is hij erin geslaagd om te trouwen met de dochter van de krantendirecteur, een extra wrede daad omdat hij uit opportunisme eerst haar moeder het hoofd op hol heeft gebracht.

`Ieder voor zich. De overwinning is voor de waaghazen. Alles draait om egoïsme.' Aldus Duroy, die als ambitieuze mover and shaker alleen zijn gelijke heeft in de slimme en mooie Madeleine Forestier (`Ze is op de hoogte van alles, ze kent iedereen, hoewel je denkt dat ze niemand ziet, ze krijgt wat ze wil, zoals ze het wil en wanneer ze het wil!'). Samen zijn ze een negentiende-eeuwse versie van Valmont en Merteuil, het intrigantenduo uit de briefroman Les liaisons dangereuses van Pierre Choderlos de Laclos. Maar meer nog dan de gewetenloosheid van Georges en Madeleine wordt in Bel-Ami de hypocrisie en de verkalktheid van de Franse samenleving aan de kaak gesteld. Trouw en idealisme zijn non-existent, de politiek en de journalistiek zijn nauwer verknoopt dan in het Nederland van Balkenende, en iedereen is gekocht of te koop.

De satirische blik op het goeie ouwe fin-de-siècle is trouwens niet de enige reden om Bel-Ami te lezen. Het boek is als het ware met het ciseleermes geschreven, zit vol droog-humoristische passages, en slaagt erin om van twee zeldzaam onsympathieke personages aantrekkelijke romanhelden te maken. Daarbij is het onder de titel Adonis (naar de bijnaam van Duroy) kort geleden ook nog eens vloeiend vertaald door Hans van Cuijlenborg. Opdat ook zij die het Frans niet machtig zijn, kunnen genieten van – zoals in de roman wordt opgemerkt over een topschilderij – `het krachtige en onverwachte werk van een meester, zo'n werk dat de gedachte verstoort en je jarenlang doet dromen'.

Reacties: steinz@nrc.nl

Guy de Maupassant: `Bel-Ami' (Penguin Classics; de Nederlandse vertaling van Hans van Cuijlenborg is verschenen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep).

Volgende week: literatuur om bij te huilen. Besproken boek: `The Cider House Rules' van John Irving.

    • Pieter Steinz