Vergroeid met het studentenleven

Staatssecretaris Rutte wil af van de langstudeerders. Rianne Walraven is het studeren na tien jaar nog niet beu.

TIEN JAAR LANG studeerde Rianne Walraven (31) filosofie aan de Universiteit van Utrecht. ``Het studentenleven beviel me heel goed en het liefst zou ik op die manier verder leven: een baantje voor mijn brood en daarnaast een intellectuele uitdaging vinden in mijn studie.'' Want ze is het studeren nog niet beu. De inkt op haar bul die ze in april in ontvangst mocht nemen is nog nauwelijks opgedroogd en Rianne staat alweer in de startblokken voor haar volgende (postdoctorale) opleiding: Filosofie in Bedrijf. Daar kan ze overigens pas mee kan beginnen als ze eerst elders vakken heeft gevolgd. Want cynisch genoeg is haar bul niet goed genoeg om direct met de studie te kunnen beginnen. ``Dat is een vervelende consequentie van het lange studeren: de veroudering van studiepaden.''

Eeuwige studenten. Vroeger woonden er op iedere studentenflat wel een paar. Laat-twintigers en begin-dertigers die vergroeid waren met het studentenleven en het allemaal al eens hadden gezien en gedaan. Laatbloeiers soms, of actievelingen in het maatschappelijk leven, aartsluiaards en `echte' wetenschappelijke geesten. En ze bestaan nog steeds. Vorig schooljaar waren in het hoger onderwijs 65.700 studenten zes jaar of langer ingeschreven. Van hen studeerden er 17.300 zeven jaar, 10.000 acht jaar, 5.600 negen jaar en 3.900 studeerden tien jaar. Wie langer dan tien jaar studeert valt buiten de statistieken.

Slechts 10 procent van alle universitaire studenten van een 4-jarige opleiding studeert binnen die tijd af. HBO-ers doen het beter: van hen studeert 40 procent binnen die tijd af. Als het aan staatssecretaris Rutte ligt gaat dat veranderen. Hij wil de kwaliteit van het hoger onderwijs verhogen door studenten sneller te laten studeren. Want als er minder mensen studeren, hoeven de kosten minder uitgesmeerd te worden. Rutte wil daarom het lenen bevorderen, zodat studenten minder bijbaantjes hoeven te nemen en ze meer uren aan hun studie kunnen besteden. En hij wil het collegegeld voor langstudeerders fors verhogen.

Ook Rianne heeft altijd gewerkt naast haar studie. Als schoonmaakster en in de horeca. ``Gemiddeld werkte ik twintig uur per week. En ik studeerde zo'n zes uur per dag.'' Daarnaast werd ze `gesponsord' door haar ouders en vriend (huisvesting, collegegeld) en de staat (een lening van het IBG).

Rianne is nogal geschokt door de plannen van de staatssecretaris, vertelt ze in haar etagewoning in hartje Utrecht. ``Ik denk dat je daarmee inlevert op de persoonlijke ontwikkeling van studenten. Ik vergelijk studeren altijd met zwemmen. Voor een vak moet je naar een bepaalde boei toe zwemmen, maar onderweg kom je langs andere boeien die interessant zijn om even aan te doen. Dat is mijn verhaal. Als ik een paper moest schrijven voor een vak, dan stuitte ik op allerlei vragen waarop ik het antwoord ging zoeken voor ik verder ging. Dan zat ik aan tafel met een enorme stapel boeken: dit is interessant, en eens kijken wat deze schrijver daar dan over te zeggen heeft, en hoe anderen zijn mening interpreteren. De mogelijkheid om op deze manier te kunnen studeren is een verrijking geweest voor mijn persoonlijke identiteit.''

Op de vraag of ze haar studie niet in vier jaar had kunnen afronden, schudt Rianne het hoofd. ``Misschien ligt dat aan filosofie, wat een heel `einzelgängerige' studie is, waar je heel vrij wordt gelaten. Ik ben ook een perfectionist. Ik deed pas tentamen, of leverde een paper pas in, als ik het gevoel had voldoende kennis te bezitten over het onderwerp. Dat kon ook. Voor zover ik mij herinner waren de deadlines weinig dwingend. Maar als die strikter waren geweest, had dat op zijn hoogst een jaar of anderhalf gescheeld.''

Rianne is een laatbloeier. Op haar cv prijkt het doorstroomlijstje mavo, havo, vwo, hbo (propedeuse) en uiteindelijk universiteit. Daar wilde ze als tiener al naar toe. ``Ik was politiek bewust, hield plakboeken bij over de Eerste Golfoorlog. Ik wilde de wereld verbeteren en dacht dat ik daarvoor politicologie moest studeren.'' Maar omdat ze op het vwo struikelde, begon ze aan de HBO-opleiding Maatschappelijk Werk en maakte daar kennis met filosofie. ``Het ging over mensbeelden, vanuit welke optiek je mensen wilde helpen. Dat was voor mij een eye-opener. Zag ik de ineengestrengelde, maar individuele draden van het breiwerk dat de maatschappij voor mij was.''

Ze werd verliefd op het vak, zegt ze, terwijl ze, zoals tijdens het hele gesprek, bedachtzaam naar buiten kijkt, zoekend naar de juiste woorden. ``Filosofie betekent letterlijk `liefde voor wijsheid' en zo heb ik het ook ervaren. Ik was geïmponeerd door de kennis die mij werd aangereikt. We lazen de oorspronkelijke teksten van grote filosofen. Dat was verschrikkelijk moeilijk, dan zit je echt met pen en papier zinnen te ontleden, met stapels boeken eromheen met de visie van anderen op die teksten.''

Terug naar het begin: Rianne ging studeren om de wereld te verbeteren. Nu is ze afgestudeerd, maar voor filosofen liggen de banen niet voor het oprapen. Heeft de studie gebracht wat ze had gehoopt? Even aarzelt ze. ``De filosofie heeft mij geen duidelijkheid geleverd over hoe de wereld te verbeteren. De studie heeft zelfs meer verwarring gebracht: doordat ik heb geleerd naar individuele draden te kijken, lijkt het gehele breiwerk soms van ondergeschikt belang. Ik heb niet vaak meer dat sterke gevoel heb van `zo is het!'. Vee7l vaker verval ik in een relativisme: ik zie altijd alle pro's en contra's van een kwestie.''

Met een dergelijk relativisme bekijkt ze ook haar eigen kunnen. ``Ik wil meer mensen met filosofie in aanraking brengen, als strijd tegen de oppervlakkigheid. Ik zou de filosofische praktijk willen integreren in het bedrijfsleven, de politiek en de media. Maar ik heb niet het gevoel dat ik daarvoor al wijs genoeg ben. Ik moet hun taal leren spreken. Dat hiaat in mijn kennis moet ik aanvullen.''

    • Jacqueline Kuijpers