Van Oorschot

Als alumnus van de (toenmalige) Katholieke Universiteit Brabant ben ik met belangstelling begonnen aan het interview met de nieuwe voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Tilburg (W&O, 12 september). Hein van Oorschot vindt dat de secularisering van de Nederlandse samenleving moet worden teruggedrongen. Sterker: in de komende decennia zullen wetenschappers, die vanuit die ontkennende houding werken, steeds minder relevant worden. Ik ontken zeker niet het belang om bij de bestudering van maatschappelijke vraagstukken de rol van religie en levensbeschouwing te betrekken. Maar om nu vanuit de premisse dat onze afstand van religie leidt tot radicalisering (en dat onze geseculariseerde levensstijl weerzin wekt bij moslims!), de normatieve uitspraak te doen dat religie weer een plek moet krijgen in ons openbare leven, dat gaat werkelijk alle perken te buiten. Bovendien is de premisse hoogst ongepast: overal om ons heen en door alle tijden heen zien we dat religies juist leiden tot radicalisering. Van Oorschot vindt daarentegen dat islam en christendom elkaar vinden in een gezamenlijke afkeer van bepaalde zaken als het groeiende aantal echtscheidingen, opdringeringe pornografie en alcoholmisbruik. Nu toont Van Oorschot zich hier wel erg selectief en ik wil zijn opsomming gaarne aanvullen met zaken als de houding ten opzichte van seksualiteit in het algemeen en homoseksualiteit in het bijzonder, de positie van de vrouw in de samenleving in het algemeen en in het gezin in het bijzonder. Nee, gelukkig hebben wij religie in het algemeen en de islam in het bijzonder helemaal niet nodig om onvolkomenheden in onze samenleving bloot te leggen. Het sturen van maatschappelijke ontwikkelingen is een politieke en geen wetenschappelijke zaak. Naast de moeizaam verworven scheiding tussen kerk en staat, moet ook de scheiding tussen kerk en politiek enerzijds en wetenschap anderzijds koste wat kost worden verdedigd.

    • Dr. Winfried G. Hallerbach