Technici kunnen gemakkelijk aan de slag

De overheid en het bedrijfsleven doen er alles aan om bètastudies populair te maken. Anders dreigt een tekort aan personeel.

De arbeidsmarkt in de technische sector heeft alle aandacht van de overheid. Vooral bij hogere opleidingsniveaus dreigt de komende jaren een tekort aan personeel. Vandaar dat alles uit de kast wordt gehaald om jongeren aan de techniek en de bètavakken te krijgen. Vierjarigen kunnen in de `ontdekhoek' al leren dat techniek leuk is. En vorige maand maakte de minister van Onderwijs bekend dat goed presterende bètastudenten een bonus van 1.500 euro kunnen verwachten.

Op dit moment is van een tekort niet veel te merken. Als sterk conjunctuurgevoelige sector is het aantal vacatures in de techniek sinds 2001 gedaald en is de krapte op de arbeidsmarkt minder nijpend geworden. Maar als de economie aantrekt, zijn technici als eerste weer nodig, vertelt Henk van Terwisga van Deltapunt, het platform bèta/techniek. De overspannen arbeidsmarkt van eind jaren negentig kan dan snel terugkeren. Daarbij heeft Nederland de ambitie geformuleerd om bij de meest innovatieve kenniseconomieën van de wereld te gaan horen. Daar zijn dus nog meer hoogopgeleide technici voor nodig.

Overigens speelt de huidige afname van vacatures vooral op niveaus lager dan mbo. Ingenieurs van hbo en universiteit vinden de komende tijd nog gemakkelijk een baan, voorspelt het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. Op alle niveaus geldt dat technici minder vaak werkloos zijn dan niet-technici.

Het aantal vacatures in de techniek is sinds de jaren tachtig slechts licht gestegen. Het dreigend tekort wordt veroorzaakt doordat sindsdien minder studenten voor techniek kiezen. Uit de Technomonitor 2003 blijkt dat op havo en vwo een minderheid kiest voor het profiel Natuur en Techniek, de meest passende voorbereiding op een technische studie.

Vandaar dat ook de instroom in technische opleidingen in het hoger onderwijs stagneert. Terwijl het aantal studenten dat begon aan hbo en universiteit tussen 1999 en 2002 steeg met respectievelijk vijftien en twaalf procent, was dat voor technische opleidingen zes en drie procent. De instroom in natuurwetenschappen op academisch niveau daalde met zeven procent.

Opleidingen die techniek combineren met een maatschappelijke component, zoals Medische Technologie of Kunst en Techniek, zijn populairder. Volgens Terwisga klagen grote bedrijven vooral over het tekort aan studenten met een traditionele bèta-achtergrond zoals wiskunde, scheikunde of natuurkunde. ,,Mensen die briljant zijn op één gebied.''

Een van de mogelijkheden voor bedrijven om het dreigend tekort te omzeilen, is technische afdelingen verplaatsen naar Azië of Oost-Europa. Ingenieurs in overvloed daar, die bovendien goedkoper zijn. Moeten jongeren die door de overheid zijn gestimuleerd voor techniek te kiezen op termijn alsnog vrezen voor hun arbeidsmarktpositie? Uit het rapport `Verplaatsing industrie: hoe erg is het?' van de Stichting voor Economisch Onderzoek blijkt dat nog niet zoveel bedrijfsactiviteiten naar het buitenland worden verplaatst. Wel wordt duidelijk dat een tekort aan gekwalificeerd personeel een drijfveer is om te verhuizen. Als remedie tegen het verdwijnen van technische afdelingen naar India noemt de SEO wederom `maatregelen om de populariteit van techniek en bètastudies te vergroten'.

Vorige week bleek uit de vooraanmeldingen bij universiteiten dat het aantal eerstejaars dat een exacte studie gaat doen met acht procent is gestegen. Scheikunde, technische natuurkunde en werktuigbouwkunde zijn ineens meer in trek. Het begin is er.

    • Elske Schouten