Sparen uit onzekerheid belemmert herstel

Remt het kabinet het herstel van de economie? Het Centraal Planbureau heeft kritiek.

Nederland klimt uit het dal, maar het gaat langzaam. Die gematigd positieve boodschap staat in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2005 van het Centraal Planbureau. ,,Het herstel is nog niet krachtig, noch in historisch, noch in internationaal perspectief.''

De groei is wel weer terug in de economie, met 1,5 procent volgend jaar, en ook de concurrentiepositie van in Nederland geproduceerde goederen vertoont weer een plusje na jaren van krimp. En de overheid lijkt haar budget weer wat beter in de hand te krijgen: het tekort loopt terug van 2,9 procent nu naar 2,6 procent volgend jaar.

Maar het is mager. De groei in de eerste vijf jaar van de 21-ste eeuw bedraagt 0,8 procent gemiddeld, met 2003 als dieptepunt met een krimp van 0,9 procent. En dat terwijl de laatste jaren van het vorige millennium een ongekend hoge groei lieten zien. Is de Nederlandse economie harder dan andere Europese landen getroffen door de mondiale malaise? En zo ja, hoe kan dat dan?

In een aparte `box' in de MEV analyseert het planbureau hoe Nederland in zo'n korte tijd van een hausse naar een baisse heeft kunnen gaan. Zowel de bloei eind vorige eeuw als de neergang nu worden grotendeels verklaard uit het open karakter van de Nederlandse economie. De wereldhandel groeide fors van 1994 tot 2000 en de koers van de euro ten opzichte van de dollar was gunstig voor Nederland exportland. Dat Nederland het in die periode beter deed dan andere eurolanden, heeft echter ook nationale oorzaken. Zo vonden steeds meer vrouwen een baan, hetgeen bevorderlijk was voor het arbeidsaanbod. Landen waar de arbeidsparticipatie van vrouwen al hoog was, kregen te maken met de wet van de remmende voorsprong.

De grootste winst van de jaren negentig zat hem erin dat de Nederlandse economie conjunctuurgevoeliger is geworden. Door de sterk stijgende huizenprijzen werd de consumptie aangewakkerd. Een groot deel van die waardestijging werd via extra leningen omgezet in consumptie, een andere consumptie-impuls kwam van de aandelenmarkten. Meer dan andere Europeanen stortten de Nederlanders zich tijdens de hausse op de beurs. En dankzij het pensioenenstelsel (kapitaaldekking) profiteerden ook de pensioenfondsen van de hausse, hetgeen zich vertaalde in lagere pensioenpremies, en dus een hoger besteedbaar inkomen.

Nu het wereldwijd slechter gaat, keren de katalysatoren van de gouden jaren zich met dezelfde hevige kracht tegen de Nederlandse economie. Een extra negatief effect trad op doordat Nederlanders (zowel burgers als bedrijven) meer gingen sparen, om hun vermogensverliezen te compenseren. En spaargeld wordt niet uitgegeven, waarmee een deel van de prille groei in elk geval tijdelijk weer `verdwijnt' uit de economie.

Die spaarzin, aldus het Planbureau, is extra aangewakkerd door het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren. ,,Nadrukkelijker dan de meeste EU-lidstaten kiest de Nederlandse regering in deze fase van aarzelend conjunctuurherstel voor hervorming en versterking van de economische structuur, ondanks de vaak negatieve bestedingseffecten op korte termijn.'' Op lange termijn moet dat leiden tot meer vertrouwen in de economie, maar vooralsnog ,,lijkt de stemming onder burgers en bedrijven meer bepaald te worden door onzekerheid''.

Het kabinetsbeleid mag dan economisch gezien bepaalde risico's met zich meebrengen, het is politiek alles behalve onverklaarbaar. Minister Zalm (Financiën) herstelt nu wat hij in de hoogtijdagen van Paars (2000-2001) door zijn vingers heeft laten glippen. Miljardenmeevallers werden niet aangewend voor verlaging van de staatsschuld en sanering van de economie. Nu het economisch tegenzit gebruikt Zalm de malaise als argument om de economie `echt' te saneren. De ruzie met de sociale partners en het afgenomen consumentenvertrouwen neemt het kabinet voor lief. Politiek beter verkoopbaar, maar economisch risicovol, meent het CPB.

    • Egbert Kalse