PSA-test voorspelt de ernst van prostaatkanker slecht

De test op prostaatspecifiek antigeen (PSA-test) om prostaatkanker op te sporen is een achterhaald fenomeen, vinden prof. Thomas Stamey en zijn medewerkers van de Amerikaanse Stanford University. Zij analyseerden de agressiviteit van tumoren in 1300 prostaten die in de afgelopen twintig jaar in hun kliniek operatief zijn verwijderd en koppelden de gegevens aan de uitkomst van gemeten PSA-waarden bij de patiënten. De voorspellende waarde van de PSA-concentratie bleek in die periode afgenomen: tussen 1983 en 1988 had 43% van de patiënten met een verhoogd PSA een ernstige prostaatkanker en tussen 1999 en 2003 was dat nog maar 2%.

Stamey die de PSA-test nu onderuit haalt, toonde in 1987 als eerste aan dat de hoeveelheid PSA in het bloed een maat is voor de grootte van de prostaat. Daarmee zou de makkelijk te meten PSA-waarde in het bloed bruikbaar zijn voor het opsporen van prostaatkanker. Nu komt hij daar op terug. Stamey zegt dat steeds meer mannen de PSA-test uit voorzorg laten doen. Toen hij begon werd de test vooral gedaan bij patiënten met grote kankergezwellen waarbij de geproduceerde hoeveelheid PSA een goede maat was voor de ernst. Nu de test zo algemeen is, worden veel kankers heel vroeg opgespoord. Die produceren dan te weinig PSA om in te schatten of ze echt kwaadaardig zijn (Journal of Urology, okt).

Volgens Stamey moet bij patiënten met een verhoogd PSA de prostaat niet meer worden weggehaald. Prostaatkanker komt veel voor, terwijl de kans om eraan te overlijden heel klein is. De PSA-test leidt dus makkelijk tot overbehandeling.

De vraag is dan wel hoe mannen opgespoord kunnen worden bij wie de prostaatkanker echt gevaar oplevert. Stamey pleit voor het aloude handwerk: artsen moeten met de vinger in de anus voelen of de prostaat vergroot is. Maar dat rectaal toucher blijft een onplezierig onderzoek, wat maakt dat de zoektocht naar alternatieve bloedtestjes onverminderd doorgaat. Onlangs nog heeft de groep onderzoekers rond de Rotterdamse hoogleraar Schröder een test op IGF-I (Insulin-Like Growth Factor) beoordeeld maar die bleek geen betrouwbare voorspelling over de groei van prostaatkanker op te leveren (Journal of Clinical Endocrinololy and Metabolism, sept).

Deze week zette Nature een artikel op haar website over het Hedgehog-signaalpad dat een rol speelt tijdens groei en ontwikkeling van weefsels. Dat blijkt ook verhoogd actief bij uitgezaaide menselijke prostaatkanker. Misschien is het op den duur mogelijk om aan de hand daarvan te bepalen bij wie de prostaat verwijderd moet worden en bij wie hij gewoon kan blijven zitten.

    • Bart Meijer van Putten