Prepensioenbrood

Werknemers zijn in verwarring over de plannen om na 1 januari 2006 de fiscale steun aan het eerder stoppen met werken in te trekken. Voor de goede orde: de overheid verbiedt het stoppen niet, maar wil er niet langer aan meebetalen. Hoe reserveer je (indien nodig en gewenst) vanaf 2006 in eigen beheer verder, naast het bedrag dat je al bij je pensioenfonds hebt opgebouwd?

Zelf sparen biedt enkele voordelen. Je blijft baas over je eigen geld, anders dan bij een pensioenfonds of verzekeraar, bij wie je geld (premies) inruilt voor (pensioen)aanspraken. Daardoor bespaar je de kosten die deze instellingen (on)zichtbaar berekenen. Daar staat tegenover dat je hun expertise en discipline mist. Een zelfdoener bespaart op een overlijdensdekking, want zijn nabestaanden beschikken als erfgenamen altijd over zijn inleg en gekweekte rendementen.

Een pensioenreserve in eigen beheer valt in box 3 en onder de 1,2 procent heffing per jaar, voor het bedrag boven de vrijstelling van 19.252 euro per persoon (in 2004), een grens die ieder jaar een beetje wordt verhoogd. Je bent dus ieder jaar al 1,2 procent kwijt aan belasting. En dan? Stel dat je 40 jaar bent in 2006, en wilt stoppen op je 60ste.

Je pensioen gaat in als je 65 jaar bent, daar kies je in dit voorbeeld voor, net als de AOW, maar die ingangsdatum moet je accepteren. Het prepensioen van het fonds laten we in dit voorbeeld voor wat het is. Op je 60ste moet je voldoende geld bezitten om het vijf jaar uit te kunnen zingen. Over opnames uit je prepensioenpot betaal je geen inkomstenbelasting in box 1, anders dan over je pensioenuitkeringen in box 1, waarop die belasting wordt ingehouden. Die opname is dus een netto-opname. Hoewel? Over de potwaarde betaal je 1,2 procent heffing. Zit daar 100.000 euro in, waarover je 1.200 euro betaalt, en neem je in een jaar 20.000 euro op, dan betaal je in feite 6 procent belasting van 20.000.

Het wegvallen van de inkomstenbelasting lijkt een voordeel, maar betekent wel een nadeel voor mensen met een eigen huis, die de rente van een eigenwoninglening aftrekken van hun inkomen in box 1. In die box zit tussen je 60ste en 65ste geen inkomen meer, behalve dan het beperkte bij te tellen eigenwoningforfait (was: huurwaardeforfait). Daardoor moet je bijna de hele rente zelf betalen, wat er voor pleit om je huislening af te lossen vóór je stopt met werken om daarna van je eigen geld te leven. Hoewel? Na je 65ste gaan je (lagere) ouderdomspensioen en de AOW in en heb je weer inkomen in box 1. Aan stoppen zitten haken en ogen.

Hoeveel moet een 40-jarige opzij leggen om op zijn 60ste vijf jaar lang over bijvoorbeeld 24.000 euro netto per jaar (2.000 per maand) te kunnen beschikken? Die vraag kan je alleen beantwoorden met je kennis, inzicht en persoonlijke omstandigheden en de wetten van vandaag. Niemand weet hoe de wereld en de economie er in 2026 uitziet. Misschien zit je dan al jaren werkloos, arbeidsongeschikt of gescheiden thuis en ben je noodgedwongen gestopt.

Op je 60ste moet de contante waarde van vijf maal 24.000 euro in je pot zitten. Stel dat je die contant maakt (terugrekent naar één beginpunt, je 60ste) tegen 3 procent netto per jaar. Dat is de veronderstelde bruto rente minus de 1,2 procent heffing en de geldontwaarding. Dan kom je uit op circa 110.000 euro. Die moet je in twintig jaar tijd, tussen 2006 en 2026 bijeenscharrelen. Stel dat je gemiddeld per jaar 3 procent netto maakt, dan moet je afgerond ieder jaar 4.000 euro, 330 euro per maand, opzij leggen. Wie straks het dubbele van netto 24.000 euro wil besteden, legge in de komende jaren het dubbele opzij.

Zijn er alternatieven? Ja. Mensen met een eigen huis en een flinke overwaarde (geschatte huidige verkoopwaarde minus schuld), zien dat huis als een prepensioenpotje. Dat kan. Maar dit werkt alleen wanneer je in 2026 je huis verkoopt, daar ten minste 110.000 euro aan overhoudt en daarna gaat huren. Wel is de wens de vader van de gedachte, want wie weet kamp je dan met een onderwaarde en moet je doorploeteren tot je 65ste.

Een prettiger alternatief is de erfenis. Een veertiger met 70-plus ouders, met vlees op de botten, kan in 2026 zijn handen ophouden voor de erfenis. De een zijn dood is de ander zijn prepensioenbrood.