Paralympics?

Vandaag beginnen in Athene de Paralympics. Hoe serieus wordt gehandicaptensport op olympisch niveau genomen en is het topsport?

Jeroen Straathof, oud-schaatser, won bij de Paralympics in Sydney goud op de tandem met visueel gehandicapte wielrenner Jan Mulder, deed op de Spelen in Athene mee aan het baanwielrennen: ,,Voor buitenstaanders is het verwarrend dat er bij bepaalde onderdelen door verschillende gradaties van handicaps ook verschillende categorieën zijn. Bijvoorbeeld wielrennen met één been of één arm. Het is topsport als je kijkt naar de belevenis van de sporters. Ze willen het hoogste bereiken, ondanks hun handicap. Het rolstoeltennis en rolstoelbasketbal hebben een hoog niveau. Mijn vriendin (rolstoelbasketbalster Evelyn van Leeuwen van het Nederlands team, red.) heeft een jaar in Spanje gespeeld. Ze kreeg een appartement en onkostenvergoeding van de club. Daar wordt het als een professionele sport gezien. De aandacht voor de Paralympics vertoont een stijgende lijn. Zondag bij het vertrek van de sporters waren er vier cameraploegen op Schiphol. Vier jaar geleden waren die er niet. Een goed teken is ook dat veel gehandicaptensporten integreren in de gewone bonden. In de maatschappij gaan we ook gemakkelijker met gehandicapten om.''

Noël van Tilburg, coach van de Nederlandse atletiekploeg in Athene: ,,Als ik kijk naar mijn ploeg, gaat het zeker om topsport. In deze laatste fase van de voorbereiding kijk ik niet meer naar beperkingen, maar gaat het om het leveren van de ultieme prestatie. Gehandicaptensport wordt steeds professioneler, ook de begeleiding. Er zijn landelijke steunpunten voor gehandicapte sporters. Atleten beschikken net als de olympische sporters over een voedingsdeskundige, er zijn mentale begeleiders. De sporters zijn dagelijks met hun sport bezig. De atletiekunie wil ons opnemen. Zij nemen ons serieus. Er is ook steeds meer aandacht van tv en kranten.''

Maaike Smit, rolstoeltennisster, won brons in Sydney (2000): ,,Mijn naaste omgeving weet dat ik met topsport bezig ben. Ik train er hard voor en heb dit jaar twintig toernooien gespeeld. Ik speel sinds 1995 op topniveau. Je bent veel onderweg. Ik heb de A-status van NOC*NSF en wordt financieel ondersteund. Dat is een vorm van acceptatie. Wat betreft media-aandacht maakt de gehandicaptensport stap voor stap progressie. In Sydney was de belangstelling een stuk minder.''

Jan Troost, voorzitter van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad: ,,De gehandicaptensport heeft de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Vier jaar geleden moest ik op de Duitse zender kijken naar de Paralympics in Sydney. Nu is er een dagelijkse bijdrage op de Nederlandse tv. Er is meer aandacht, hoewel het weinig is vergeleken met de Olympische Spelen. Voor de beeldvorming leveren de gehandicapte sporters een belangrijke bijdrage. Vaak zijn het zelfbewuste mensen die een voorbeeld zijn voor andere gehandicapten. Topsport? Op één been van een heuvel skiën vind ik indrukwekkend en een bal vanuit een rolstoel in het netje gooien is een topprestatie.''

Henny Jacobse, voorzitter NebasNsg en Nederlands Paralympisch Comité: ,,Het is pure topsport. De sporters zijn er tientallen uren per week mee bezig en hebben alles over voor hun sport. Ze worden ook serieuzer genomen. Op Schiphol werden we aangeklampt door mensen die vroegen of er bij deze Paralympics meer op de tv te zien zou zijn. De aandacht van de tv-zenders is pure winst.''

Robin Ammerlaan, rolstoeltennisser, won in Sydney goud in het dubbel: ,,Ik speel achttien tot twintig toernooien per jaar en ben de helft van het jaar in het buitenland. Rolstoeltennis heeft een aardig professioneel circuit. In Zweden heeft een professionele tennisser als Björkman veel aandacht voor rolstoeltennissers. In Nederland is dat minder. Wij spelen vaak na het ATP-toernooi op dezelfde banen. Dan zijn de Nederlanders meestal al weg. Tennissers als Jacco Eltingh en Paul Haarhuis hebben waardering voor ons en spelen wel eens mee met een demonstratiepartij. Dan merken ze dat het niet meevalt. Tennis is een kwestie van goed voor de bal komen om goed te kunnen slaan. Met een rolstoel moet je meer vooruitdenken.''

    • Pieter de Vries