Op zoek naar klein geluk

De grote massa kickt op megaprijzen en superkanjers bij de loterijen. Nadeel: de winkans is minuscuul. Waar heb je de meeste kans op een prijs in het middensegment, tussen de 1.000 en 10.000 euro? Een handleiding voor gelukzoekers.

Weinig lezers zullen zich aangesproken voelen door het onderwerp van dit stuk: hoe vergroot je je kans op een prijs tussen pakweg 1.000 en 10.000 euro in een van de goededoelenloterijen? De grote massa gaat namelijk voor de superkanjers, jumbojackpots en megaknallers met zoveel nullen dat het zonde van de drukinkt zou zijn om die bedragen hier helemaal uit te schrijven. Maar is het verstandig om op die prijzen in te zetten? Bij Lotto is de kans om met één lot de jackpot te winnen 1 op 48.870.360, een bericht dat ontbreekt op de posters bij de sigarenboeren. Prijzen tot een paar honderd euro zijn nauwelijks interessanter: veel kans (bij de Staatsloterij zelfs één op drie) maar bitter weinig geld.

Verstandige loterijspelers gaan dus voor de middenmoot van het prijzenbestand. Reken echter niet op bijval voor dat idee bij de woordvoerders van de drie grote spelers op de Nederlandse loterijmarkt: de Staatsloterij, de Lotto en Novamedia (Postcode-, BankGiro- en Sponsorloterij). Arjan van 't Veer, manager corporate affairs bij de Staatsloterij: ,,Die prijzen in het middensegment zijn heel leuk voor de individuele winnaars, maar het is het deel van de prijzenpot dat marketingtechnisch het minst doet.'' En daar draait het om: zoveel mogelijk spelers aantrekken met de supergrote prijzen en ze vervolgens behouden met veel kans op een prijs waarvoor je je auto nog niet halfvol tankt. Dus gaat slechts 8 procent van de Staatsloterijprijzen naar het segment van 100 tot 50.000 euro. Ruim driekwart gaat naar prijzen tot en met 25 euro. En 15 procent gaat naar de superprijzen. De Staatsloterij heeft sinds een paar jaar een kloon, Dayzers, met een gelijkmatiger spreiding van de prijzen.

De Lotto kent alleen kleine en grote prijzen: tussen 1.000 en 50.000 euro valt daar niks te winnen, al worden grote prijzen soms gedeeld. Ook hier een kleine nevenloterij: Lucky Day, met veel kansen in het middensegment. Algemeen directeur Wim van den Assem: ,,Mensen kicken op grote prijzen. Je leest nooit in de krant dat iemand 50.000 euro heeft gewonnen. Een persbericht van ons met de mededeling dat iemand een prijs van 20.000 euro niet is komen ophalen? Dat wordt gewoon niet geplaatst. Maar bij 100.000 euro komt het in de krant.''

Mildred Hofkes, hoofd communicatie bij Novamedia, over het idee om de prijzen meer uit te spreiden naar het middensegment: ,,Dat horen we wel vaker, maar er is een verschil tussen zeggen en willen. Hoe hoger de jackpot, hoe meer deelnemers. Wij hebben de hoogste prijs van Nederland: bijna 21 miljoen, aan het eind van het jaar. Dat trekt mensen aan. Verliezers zeggen: waarom zijn er niet meer kansen? Maar de winnaars zeggen: meer is beter.''

Illustratief is de populariteit van de jackpotverdubbelaars en aanverwante producten. Deelnemers aan de Postcode Loterij bijvoorbeeld ontvangen na bijbetaling van 1,25 euro per lot een twee keer zo grote jackpot – tenzij de jackpot niet op hun lot valt natuurlijk. De kans dat dat niet gebeurt, ligt in de orde van 10 miljoen op één, maar toch gaat twee derde van de 2,5 miljoen deelnemende huishoudens voor de verdubbelaar. Bij de Staatsloterij heeft 93 procent van de spelers 1 euro over voor die extra minuscule kans.

Voor een eerlijke berekening van de kansen op de prijzen waarvoor je een pc of tweedehands auto kunt kopen, moeten we eerst de tarieven van de loten bijstellen. Bij Lotto/Lucky Day gaat 25 procent van de recette naar goede doelen (voornamelijk sport), bij Novamedia is dat sinds 1 september 50 procent (over een breed maatschappelijk spectrum). Bij de Staatloterij/Dayzers ging vorig jaar 15 procent naar de schatkist – volgens Van 't Veer ,,de moeder van alle goede doelen'', wat Hofkes weer kwalificeert als ,,een belediging van die goede doelen die geen enkele overheidssteun ontvangen''. Die percentages brengen we in mindering op onze inzet. Bijvoorbeeld: een lot van de Postcode Loterij kost 6,50 euro en daarvan besteedt een speler de helft aan een kans op een return on investment. Deelname kost dus 3,25 euro per lot. Verder zijn de prijzen van de Staatsloterij netto, terwijl er bij Lotto en Novamedia boven 453 euro eerst 25 procent kansspelbelasting af gaat. In het onderstaande zijn alle prijzen fiscaal netto. En op de aanschafprijs per lot is steeds het deel voor goede doelen (de schatkist meegerekend) in mindering gebracht.

Wie inzet op relatief veel kans op middelgrote prijzen kan de Lotto vergeten, want die heeft geen prijzen in het middensegment. De Staatsloterij keert maandelijks 407 prijzen tussen de 1.000 en 10.000 euro uit. Bij 3,2 miljoen deelnemende loten koop je voor 10,62 euro een kans van 1:7.862 op een prijs van gemiddeld 2.506 euro. Voor fans van middelgrote prijzen is dat toch wel een aantekening waard.

De drie loterijen van Novamedia keren weliswaar elk evenveel van de inleg uit aan prijzen, maar ze hanteren een andere verdeling. De BankGiro Loterij trekt maandelijks veertien prijzen van 750 tot 7.500 euro, wat bij 1,2 miljoen loten ook niet echt interessant is. Bij de Sponsor Loterij is het niet veel beter. Maar bij de Postcode Loterij ligt het veel gunstiger, omdat de megaprijzen worden verdeeld over een hele straat of zelfs wijk. Elk lot à 3,25 euro heeft achter de postcode een driecijferig nummer, en elk lot heeft dankzij een waakzame notaris en een geijkte computer precies evenveel kans op een grote prijs (kleine prijzen worden op postcode getrokken).

Van de jackpot – die een paar keer per jaar valt en doorgaans een paar miljoen euro telt – gaat ongeveer de helft naar het winnende lot, de rest wordt verdeeld over de andere loten in die straatcode. Gemiddeld zijn dat er zeven. Ze krijgen veel geld, maar de winkans per trekking is één op twee miljoen. Niet interessant dus voor middelgrote prijzenjagers. Jaarlijks valt op ruim vierhonderd loten een straatprijs van 9.375 euro. Dat is nog net een middencategorieprijs, maar de kans op winst is slechts 1 op 140.000 per trekking per lot. Interessanter zijn de kanjerprijzen: vier per jaar van gemiddeld een miljoen of zeven. Daarvan wordt driekwart gelijk verdeeld over alle loten in de straatcode. De rest gaat naar de hele postcodewijk, exclusief de lettercombinatie. In een wijk zitten gemiddeld 899 loten (4,3 miljoen loten per trekking gedeeld door 4.778 postcodewijken). Op elk van die loten valt per kanjertrekking zo'n 2.000 euro. Bingo voor de middelgroteprijzenjagers.

Voor de straatprijzen, de jackpots en de kanjerprijzen geldt: hoe meer huizen er in je straatcode of wijkcode staan, hoe meer kans. Nog een tip voor liefhebbers van middelgrote prijzen: doe zelf mee met één lot per trekking, maar moedig de buren aan er veel meer te kopen.

De echte liefhebbers van veel kans op middelgrote prijzen mijden loterijen met grote prijzen. En dat brengt ons bij Dayzers en Lucky Day. Dayzers van de Staatsloterij heeft wekelijkse trekkingen. Elk lot begint met vier door de speler zelf gekozen cijfers die samen een datum vormen. Die cijfercombinatie levert wekelijks een verlies op van 2,83 euro, de prijs van een lot. Maar wie een jaar meespeelt, heeft een kans van meer dan één op duizend om een paar duizend euro te winnen.

Door de dagelijkse trekkingen is Lucky Day van De Lotto een soort traag werkende fruitautomaat. Lotto-directeur Van den Assem betoogt dat ,,wetenschappelijk is aangetoond dat die frequentie niet tot enige vorm van verslaving leidt''. Het aardige is dat de speler zelf het prijssegment kan kiezen door met een bepaald aantal cijfers mee te spelen: twee, tien of iets daartussen. Wat rekenwerk (zie kader) leert dat Lucky Day de loterij is voor fans van middelgrote prijzen.

Wie de jumbo's, knallers en kanjers mijdt, mist het dromen over heel veel geld. Van den Assem van de Lotto: ,,We zien onze verkopen nu oplopen omdat de jackpot hoog staat.'' Staatsloterijmanager Edgar Rijnders: ,,Dat miljoen is vóór de trekking al drie keer uitgegeven.'' En Hofkes van Novamedia: ,,Iemand noemde loterijen ooit een opstand tegen de predestinatie. Dat doet 5 miljoen euro wel – 5.000 euro niet.''

    • Michiel Hegener