Oog voor de nachtvlinders van Niamey

Zijn foto's hangen op Europese overzichtstentoonstellingen van Afrikaanse fotografie. Philippe Koudjina uit Niger is tegenwoordig bedelaar bij de rotonde van een tweesterrenhotel.

Vroeger kon hij alles, had hij alles. Hij speelde contrabas in een band, was een fantastische rock-'n-roll danser en had hordes vrouwen achter zich aan. Iedere avond trok hij er met zijn camera's op uit om de nachtvlinders van Niamey te fotograferen. In clubs liet hij eerst zijn flits afgaan in de lucht. Dan wist iedereen: ha, Cheese is er. En kon hij ongestoord zijn gang gaan. Cheese was zijn bijnaam. Hij was de meest geziene fotograaf van de stad. De jaren zestig en zeventig waren gouden tijden, ook voor zijn land, dankzij de ontdekking van uranium.

Philippe Koudjina (65) is nog steeds bekend, maar nu alleen als Philippe. Zo kennen omwonenden de bedelaar die bij de rotonde van het tweesterrenhotel zit, die man die een ongeluk heeft gehad en kreupel is geworden.

De fotografie bracht Philippe Koudjina geld en roem, maar betekende ook zijn ondergang. Vroeger had hij vier auto's voor de deur. Tegenwoordig heeft hij alleen een krakkemikkige rolstoel die hij als rollator gebruikt. Zijn linkerbeen is korter dan het rechter en als hij zich voortsleept op krukken, wordt hij zo krom dat het lijkt of hij zich dubbelvouwt.

Philippe Koudjina bedelt zonder schaamte. ,,Ik heb een visioen gehad'', zegt hij, ,,een droom waarin een vrouwenstem zei dat ik de straat op moest. Dat was vier jaar geleden.''

Sindsdien zit hij van `s ochtends acht tot `s avonds zes bij de rotonde te wachten tot mensen hem wat toestoppen. Meestal zijn dat kennissen die hem op deze manier onderhouden, of klanten die hem nog kennen uit de goede oude tijd. Twee zwijgzame zoontjes houden hem gezelschap. Voor school is geen geld.

Dat zijn naam de laatste tijd opduikt in Europa, tijdens overzichtstentoonstellingen van Afrikaanse fotografie, daar is Philippe zich niet van bewust. Hoe kan hij ook weten dat het werk van pionierende Afrikaanse fotografen in trek is geraakt bij westerse kunstverzamelaars en dus veel geld waard is geworden? Philippe was de eerste fotograaf in Niger die er zelf op uittrok: de oude garde zat in de studio op klanten te wachten. Dat vond hij niks.

Het Niamey van net na de onafhankelijkheid was een dorp nog eigenlijk, vol Franse ambtenaren en soldaten die dansten, dronken en recepties hielden. De soldaten waren erg populair bij lokale meiden, die altijd met hen op de foto wilden, of gewoon in hun eentje, poserend op de motorkap van een Amerikaanse auto. In 1962 zei Philippe zijn carrière in de landmeetkunde vaarwel om fulltime fotograaf te worden.

Zijn foto's uit die tijd zijn de mooiste: in zwart-wit, van een Afrikaanse jeugd die de twist danst en bier drinkt. Het is een onschuldige, vrolijke wereld waarin klasse-verschillen niet lijken te bestaan. Iedereen lacht, iedereen ziet er goed uit. Zelf zag Philippe er ook flitsend uit, in zijn maatpak en met zijn camera's om de nek. Hij duurde niet lang voordat hij de grootste verzameling van Niamey bijeengespaard had en zijn toestellen ging verhuren.

Toen hij het ongeluk kreeg, op 13 september 1999, bezat hij meer dan honderd camera's. Maar tijdens zijn ziekbed namen inbrekers al zijn grootbeeld- en spiegelreflex camera's mee. Alleen zijn 65 polaroidcameras lieten ze liggen. Die heeft hij nog steeds. Met tien stuks tegelijk ingepakt in zwart plastic tasjes, op de betonnen vloer van het raamloze hok waar hij overnacht, bovenop de met hangsloten vergrendelde kast waarin hij zijn negatieven bewaart.

Het ongeluk, dat eerder een aanslag was dan een verkeersongeluk, heeft alles overhoop gegooid. Een Arabier had ruzie geschopt omdat Philippe de foto's die hij gemaakt had van zijn meisje niet wilde verkopen, althans niet tegen het bedrag dat de Arabier bood. ,,Hij was boos dat ik zomaar foto's van haar in mijn bezit had en maakte me uit voor `vuile neger'.''

Een paar dagen later stond Philippe op straat met een taxichauffeur te praten. ,,Kijk uit!'', riep iemand nog, maar het was al te laat. De Arabier schepte hem met zijn crossmotor. Zes maanden in het ziekenhuis, plus de inbraak, waren genoeg om hem te ruïneren. Philippe sloot zich aan bij het leger van bedelaars dat het straatbeeld beheerst sinds de uraniumhausse verleden tijd is.

Hij waarschuwt: ,,Het is een puinzooi bij mij thuis.'' Hij slaapt met zijn zoontjes op een stuk triplex dat dwars over een kapot spiraalbed ligt. Er is slechts plaats voor dozen beduimelde foto's en ongeordende contactafdrukken, stille getuigen van een glorieus verleden. Water en elektriciteit zijn afgesloten. Achter de golfplaten voordeur ligt een stapel opengeknipte kartonnen wijnpakken.

Nee, Philippe is geen alcoholist. Ooit gaat hij daarin foto's in bewaren. Zodra hij ze gerangschikt heeft. Maar dan moet hij wel eerst aan zijn ogen geopereerd worden, want hij is bezig blind te worden. ,,Ik zie niet zo goed meer, alles is mistig'', zegt hij zonder een spoor van wanhoop. Het is of het heden voor hem niet bestaat. Hij leeft in het verleden. En droomt van een toekomst waarin hij, dat weet hij zeker, genezen zal zijn. ,,Dan ga ik weer aan het werk.''

    • Pauline Bax