Nederland is verworden tot een bananenrepubliek

De krantenlezer, televisiekijker en radioluisteraar maken zware tijden door. Wie iedere dag een uurtje kijkt naar de verhoren van de tijdelijke commissie infrastructuurprojecten, de commissie-Duivesteijn, weet niet wat hij of zij hoort en ziet. Oud-Kamerleden en oud-bewinsdlieden bijvoorbeeld die, zonder een spoor van schuldbewustzijn, en zonder enige gêne of ten minste een spoor van zelfreflectie, hun machteloosheid etaleren. Het ging zoals het ging, en zij hadden daar geen greep op. Het – ongetwijfeld voorlopige – dieptepunt was het optreden van het PvdA-Kamerlid Van Heemst die uitlegde hoe oud-premier en nu ING-commissaris Wim Kok er een tunneltje van 900 miljoen gulden door wist te drukken. De kijker die ook kiezer is, zit erbij, kijkt ernaar, en ziet het failliet van de parlementaire democratie in zijn volle omvang. Niet omdat de kosten zijn overschreden – dat gebeurt in ieder bedrijf en zelfs in ieder huishouden ook – maar om de manier waarop de besluitvorming heeft plaatsgevonden en, erger nog, om de machteloosheid van en het cynisme bij de ondervragende politici.

Wie vervolgens 's avonds naar het journaal kijkt, ziet verbijsterd hoe de minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, droevig in de camera kijkt, en de ongelooflijke en immorele graai- en grabbelcultuur én de, daarmee onvermijdelijk verbonden, vriendjespolitiek op haar department luchtig afdoet als administratieve slordigheden, en het Nederlandse volk belooft dat zij maatregelen zal nemen om herhaling te voorkomen.

Deze minister en die ambtenaren bestieren wel ons onderwijs en geven het geld uit (en aan elkaar) dat de belastingbetaler daarvoor aan hen heeft toevertrouwd, en zij mogen dat gewoon blijven doen.

Ik ben 63 jaar en heb mijn hele leven verkiezingsprogramma's gelezen en met potloden en stemcomputers hokjes rood gemaakt, meestal ferm ter linkerzijde. Dat heb ik twee jaar geleden voor het laatst gedaan. Nederland is een bananenrepubliek geworden. Ik ga nooit meer stemmen.