Liefdesembryo

Twee mannen met gezamenlijke kinderwens kunnen in de toekomst een kind krijgen met hun eigen genen er in. Net zoals echtparen ieder de helft van de genen aan een kind bijdragen. Tot nu toe is dat niet mogelijk voor homostellen. Slechts één van beide ouders kan biologische ouder zijn, maar een eicel (bij homostellen van mannen) of zaadcel (bij twee vrouwen) moet – met de helft van het genetisch materiaal – van buiten de relatie komen.

Het geheim schuilt in het winnen van geslachtscellen uit een gekloond embryo. De procedure gaat als volgt. Er is een eicel nodig (vrouwen kunnen die zelf leveren; mannen moeten er weliswaar een gedoneerd krijgen) maar daar wordt in het lab de inhoud (een halve set genen) uitgehaald. De laborant plant een lichaamscel van één van beide ouders in de lege eicel. Zo'n eicel kan in het lab tot deling komen en er groeit een embryo uit. Dat embryo is een kloon van degene die de lichaamscel leverde waarmee de lege eicel werd gevuld. Het embryo wordt vernietigd om er de voorlopers van geslachtscellen (gameten) uit te winnen. Die geslachtscellen worden al zeer vroeg aangelegd. Gameten kunnen in het lab uitgroeien tot eicellen of tot spermacellen. Zo kan een homoman via een kloon eicellen produceren. Bevruchting met sperma van zijn partner levert een genetisch echt liefdesembryo op. Mannen moeten nog op zoek naar een draagmoeder.

De stand van de wetenschap is dat bij muizen de gameten uit gekloonde embryo's zijn geïsoleerd. Alles wat hier verder is beschreven is wishful thinking. Van twee bioethici Guiseppe Testa uit Duitsland en John Harris uit Groot Brittannië die de gang van zaken niet natuurlijk vinden, maar dat het recht op voortplanten belangrijk er is dan het verbod op klonen (Science, 17 sept). In Groot-Brittannië kunnen homostellen nu ook al kinderen krijgen met IVF met gedoneerde ei- of spermacellen. En de hele geneeskunde is `een poging om de natuurlijke gang van zaken te frustreren'. Dus als je dit niet goed vindt, moet je van de hele geneeskunde afzien, schrijven de twee. De techniek is overigens ook bruikbaar om heterostellen waarvan één of beide partners onvruchtbaar zijn aan een genetisch eigen kind te helpen. Eiceldonatie, spermabanken en discussies over het bekend maken van de biologische ouders (de sperma- of eiceldonoren) worden dan overbodig.

    • Wim Köhler