Jonge forens zoekt zijn heil in Europa

Een baan vinden in Europa zou door de uitbreiding en het openstellen van de grenzen gemakkelijker moeten zijn. Het motto blijft echter onveranderd: onderaan beginnen en aanpassen aan de lokale structuur.

De Europese Unie is het slachtoffer geworden van zijn eigen succes, want niemand weet meer hoeveel werknemers van het ene land in het andere werken. In de tijd dat er nog grenzen waren, hield de Europese Commissie precies bij wie waar zat. Nu is het gissen omdat met de grenzen het registratiesysteem is weggevallen. Maar als het om afgestudeerde Nederlanders gaat, zijn het er volgens Nannette Ripmeester van het bureau `Expertise in Labour Mobility' minder dan je zou denken: ,,Als je in het laatste jaar van de studie vraagt: zou je naar het buitenland willen, zegt negentig procent ja. Maar ik denk dat uiteindelijk minder dan tien procent ook werkelijk gaat.''

Spanje is nog steeds het land van de dromen. Honderden Nederlandse studenten maakten met Erasmus- of andere beurzen in Spanje kennis met het `tapas-bestaan' en droomden na hun afstuderen van een plaats op de Spaanse arbeidsmarkt. Maar onder de werkzoekenden begint volgens Ripmeester, die zich specialiseert in werken in het buitenland, langzaam aan een soort realiteitszin door te dringen. ,,Zij gingen studeren in de tijd dat de bomen nog tot in de hemel groeiden en je voor het afstuderen al een baan aangeboden kreeg. Maar nu zien ze opeens dat het moeilijker wordt. En daar komt bij dat Spanje eigenlijk altijd de hoogste werkloosheid heeft gehad in Europa. Ook onder academici.''

Wat niet wegneemt dat er nog altijd veel belangstelling is voor Spanje, gevolgd door Engeland, Frankrijk en Duitsland: de grootste landen bieden de meeste mogelijkheden. Vroeger gingen veel afgestudeerde fysiotherapeuten naar Scandinavië of Duitsland. IT'ers zochten het vooral in de zuidelijke landen. Tegenwoordig is dat minder specifiek.

Wat het volgens Ripmeester overal altijd goed doet is werken in een hotel of restaurant. Ook voor hoogopgeleiden: ,,Daar halen veel afgestudeerden hun neus voor op, maar vaak is het een goede manier om in zo'n land een netwerk op te bouwen. In veel landen ben je alleen succesvol in het vinden van een baan als je een netwerk van contacten hebt. Geldt ook voor Spanje. Onderaan de ladder beginnen.''

Een nieuwe arbeidsmarkt ligt er in de voormalige communistische landen die afgelopen mei zijn toegetreden tot de Europese Unie. Veel westerse bedrijven willen daar iets beginnen maar redden dat niet met lokaal personeel omdat dat niet genoeg managementervaring zou hebben. Daarom sturen ze liever mensen uit het eigen land naar dat nieuwe land.

Een belangrijke verandering in dit uitzenden van eigen werknemers, is dat daar geen hoge expat-salarissen meer tegenover staan. Ripmeester: ,,Het gaat nu op lokaal contract of een aangekleed contract, maar niet meer op de mooie expat-contracten die in de jaren negentig door multinationals werden geboden.'' Met hulp bij het zoeken van een huis en wat schoolgeld voor de kinderen is het meestal wel gedaan.

Ook wordt aan werknemers gevraagd `gewoon' in Nederland te blijven wonen en op en neer te pendelen naar het buitenland. De zogeheten `commuter assignments' rukken steeds verder op. ,,Heel veel jonge mensen vinden het natuurlijk extreem sexy om wel gewoon hier te blijven wonen. Dan heb je aan de borreltafel een goed verhaal; iedere week ben je flink aan het reizen. Je ziet die tendens in heel Europa. Je ziet het bij bedrijven als Cap Gemini, Ernst & Young, it-bedrijven, maar ook bij multinationals als er geen noodzaak is om continu aanwezig te zijn. Dat biedt enorme mogelijkheden voor jonge mensen omdat ze nu veel eerder specifiek werk in het buitenland kunnen gaan doen. Voor datzelfde werk zouden ze op de thuisbasis al veel langer geïntegreerd moeten zijn. Je bent jong, je krijgt een project en je kunt jezelf bewijzen.''

Voor de aanstaande sollicitant in het buitenland heeft Ripmeester een aantal nuchtere adviezen. ,,Verdiep je echt in het land waar je gaat solliciteren. Bijvoorbeeld Nederland en Duitsland, twee buurlanden die in veel dingen veel op elkaar lijken. Maar neem het cv. Wij hebben standaard een of twee pagina's waarop heel chronologisch staat wat we gedaan hebben. Een Duitser neemt geen genoegen met het afstudeerjaar, die wil ook de maand en liefst de datum erbij. En die wil ook precies weten wat iemand gedaan heeft tussen afstuderen en de eerste baan. Als je werkloos bent geweest moet je dat melden en als je een wereldreis hebt gemaakt moet dat er ook op staan.

In Engeland zijn ze weer niet in dat soort details geïnteresseerd; daar willen ze weten wie jij bent en wat je het bedrijf kunt leveren. ,,What can you do for me?'' vraagt een Brits bedrijf. In Nederland is een van de eerste vragen, noem eens drie slechte eigenschappen van jezelf. Een Engelsman zou die vraag nooit zo stellen. Die vraagt: vertel eens drie positieve dingen over jezelf. Wat kan jij aan deze organisatie bijdragen. Voor Engelsen is competitie veel belangrijker dan het voor ons is. Heb je misschien ooit wel eens meegedaan aan een essay-wedstrijd? Daar zou je hier niet mee aan moeten komen. In Frankrijk verwachten ze een handgeschreven brief en die laten ze grafologisch onderzoeken.

En tot slot: heimwee zit vaak in een klein hoekje en kan iedereen overkomen. Door andere eetgewoontes – de gedachte aan een grote zak drop – of door andere woonomstandigheden. Ripmeester: ,,Huisvesting is ook iets waar mensen zich enorm op verkijken. Vaak moet je met iemand een flat delen omdat het anders te duur is, vooral in Engeland. En je moet meteen een maand borg en een maand huur betalen, dat zijn vaak dingen waar het mis kan gaan.'' Maar wie zich verdiept in het land van zijn dromen, kan zijn weg vinden in alle 25 lidstaten.