In Birma staat het hek naar China wijd open

De Europese Unie heeft Birma deze week gedreigd met nieuwe sancties. Maar de militaire leiders van het land zitten stevig in het zadel. China is de kurk die de junta drijvend houdt.

Geen dictatuur kent zoveel oppositiegroeperingen als de Birmese. `De Generaals', zoals de militaire top door de Birmese dissidenten worden aangeduid, houden 1.300 tot 1.400 politieke gevangen achter de tralies (Amnesty International), hebben de meeste kindsoldaten ter wereld (70.000, Human Rights Watch) en besteden bijna de helft van hun budget aan defensie. En toch zijn er meer dan honderd groeperingen, genootschappen, legers, fronten, liga's, partijen en unies die zich tegen het militaire bewind hebben uitgesproken.

,,Birmezen zijn politiek actief'', zegt Sein Win, premier van de Birmese regering in ballingschap droogjes. ,,Het volk luistert naar de radio, de BBC is geliefd.''

Sein Win is deze week samen met Thaung Htun, zijn minister van Buitenlandse Zaken, op bezoek in Nederland geweest om dat te doen wat hij sinds zijn gedwongen vertrek uit Birma in 1991 altijd heeft gedaan: aandacht vragen voor de Birmese zaak. Sinds de Nationale Liga voor Democratie (NLD), de partij waar beide politici in ballingenschap ook lid van zijn, in 1990 een overweldigende verkiezingszege behaalde, is het enkel bergafwaarts gegaan voor Birma.

De uitslag werd genegeerd, de oppositie de mond gesnoerd en haar invloedrijke leider Aung San Suu Kyi opgesloten.

De wereld sprak er schande van, maar deed ook niet meer dan dat. Vijf jaar later werd de haastig opgerichte `tijdelijke regering' van democratisch gekozen politici uit haar junglebasis in het Birmese Manerplaw verdreven. Sindsdien heeft de National Coalition Government of the Union of Burma zich over de wereld verspreid. Sein Win woont in Washington.

Die verdeeldheid, in buiten- én binnenland, is volgens sommige Birma-specialisten, één van de grote handicaps van de Birmese oppositie. Was er sprake van een verenigd front dan had de junta het aanzienlijk lastiger gehad, zo gaat de gedachte. Niet in de ogen van Sein Win en Thaung Htun. ,,De Birmese oppositiegroeperingen zijn verenigd in hun streven, en dat is democratie'', zegt Sein Win. Het front is er in wezen al. ,,Maar wat kun je doen tegen een repressief bewind?'', gaat hij verder. De mensen zijn bang. Daarom, zegt Thaung Htun, ,,ontbreekt het aan grootscheepse volksprotesten. Birma is een politiestaat''.

Sein Win en Thaung Htun kunnen het niet vaak genoeg zeggen: Birma is een politiestaat die ondanks initiatieven met klinkende namen als de `Routekaart voor Democratie' een steeds grotere greep krijgt op de ruim 40 miljoen Birmezen. Er is geen sprake van een machtsstrijd tussen haviken en gematigden, zoals de westerse media soms beweren. ,,Ze willen geen democratie'', zegt Thaung Htun over de generaals. Sein Win knikt instemmend.

De militaire machthebbers onder leiding van sterke man Than Shwe laten niet bij zich in de keuken kijken. Theoretiseren over de dieper liggende intenties van de Birmese regering, de zogeheten SPDC, de Staatsraad voor het Herstel van de Rechtsorde, is zoveel als koffiedik kijken. Maar wat zich aan de oppervlakte toont, is rigide, tegenstrijdig, soms bizar en vooral uit op het behoud van de eigen macht. Zo nam het bewind een jaar geleden drie peperdure Amerikaanse p.r.-bureaus in de arm om het land beter te leren verkopen aan het buitenland.

De Birmese economie ondertussen, is steeds verder in het slop geraakt. Na Vietnam heeft Birma het grootste staande leger in Zuidoost-Azië, maar geen land ter wereld geeft zo weinig uit aan gezondheidszorg als Birma (0,4 procent van het BNP, UNDP). De militaire junta leeft in een schijnbare weelde, maar in het land is aan vrijwel alles een gebrek. ,,We mogen van geluk spreken dat de regering niet verantwoordelijk is voor de verspreiding van zuurstof'', luidt een Birmese grap.

Als straf legt het Westen, met de Verenigde Staten voorop, het land economische sancties op. ,,Sancties zijn heel belangrijk'', zegt Sein Win. Ook al leidt de bevolking daaronder. ,,Veel slechter kunnen de mensen het niet krijgen.''

Afgelopen week besloten de Europese ministers van Buitenlandse Zaken onder leiding van de Nederlandse minister Ben Bot dat druk op het regime mag worden opgevoerd indien vóór 8 oktober, wanneer in Vietnam het Aziatisch-Europees (ASEM) overleg wordt gehouden (waar Birma voor het eerst aan tafel mag zitten), geen zichtbare verbeteringen van de rechten van de mens hebben plaatsgehad.

Voor de Birmese oppositie is dat goed nieuws. Anders dan tegenover China, eveneens een dictatuur waar op grote schaal mensenrechten worden geschonden, is Europa hier wél bereid duidelijke taal te spreken. De verklaring daarvoor is eenvoudig, het economisch belang van Birma is verwaarloosbaar in vergelijking met dat van China.

De vergelijking met China is niet toevallig. Het land speelt een grote rol voor Birma. Sein Win en Thaung Htun noemen China zelfs ,,een bepalende factor'' voor de toekomst van het land. De grens tussen beide landen staat wagenwijd open en het is China waar het Birmese bewind zijn wapens, leningen en andere producten vandaan haalt.

China, met Thailand en India in het kielzog, is voor Birma het gat in het hek dat de VS en de EU rond het land proberen op te trekken. En waar het Westen de ene dictatuur zelfgenoegzaam de ingang blokkeert, laat het de andere dictatuur ongehinderd hulp verlenen bij de uitgang. Het is vooral om die reden dat de generaals in Rangoon al zolang het hoofd boven water weten te houden. China is in belangrijke mate de kurk waar de Birmese economie op drijft. Daar is geen sanctie tegen opgewassen.

    • Floris-Jan van Luyn