Het Kamergebouw verandert van een open en transparant volkspaleis in een kogelvrije vesting

De terreurdreiging moet niet worden gebagatelliseerd, maar enkele terroristen mogen niet alle regels van de democratie bepalen, vindt Maarten Huygen, commentator van NRC Handelsblad. Hij gaat wekelijks op stap in de samenleving.

Als ik op mijn verkenningstocht afdaal van de bovenste verdieping van het persgebouw bij de Tweede Kamer, kom ik op de trap twee mannen tegen met identiteitspasjes in hun riem. Ze zijn van de technische dienst. Eén kijkt mij achterdochtig aan. Ik zie hem twijfelen of hij mij moet ondervragen of per mobilofoon mijn aanwezigheid moet melden bij de beveiliging. Op de bovenste verdieping zijn geen perskamers, dus wat doe ik daar als onbekende man met zwarte tas? Ik voel me plotseling verdachte. Na nog eens scherp kijken loopt hij door en passeert hij zonder iets te vragen. Met mijn tijdelijke perspas kan ik ongehinderd dwalen door het Tweede-Kamergebouw. Hoe lang nog?

Het is wennen aan de terreurdreiging. Het Tweede-Kamergebouw verkeert in een overgangsfase van een open en transparant, glazen volkspaleis naar een kogelvrije vesting. De hoop is gevestigd op nieuwe technologie. Bij ingangen staan glazen cilinders met ronde deuren, waarvan de meeste nog openstaan. Ik probeer een luchtsluis die al werkt. Met je pasje open je de eerste deur van de cilinder, je stapt naar binnen, wacht tot de deur weer dicht gaat en dan zit je een paar seconden opgesloten in een muf perspex hok. Als je letterlijk bent gewogen – er mogen er geen twee tegelijk in – gaat de volgende deur pas open. Maar wat gebeurt er als een ontploffing het hok heeft ontwricht of als de stroom is uitgevallen, zodat de tweede deur niet meer open kan en de bezoeker gevangen zit? Dat is om veiligheidsredenen geheim. De terrorist mag het niet weten, dus wij ook niet.

De perstoren die grenst aan de Tweede Kamer heeft nog maar één uitgang met luchtsluizen. Een middel dat erger is dan de kwaal. Als bij die ingang brand ontstaat, zijn alle journalisten opgesloten. Het doet me denken aan nieuwe auto's die zo veilig en stevig zijn dat de inzittenden er na een ongeluk niet meer kunnen worden uitgehaald. Vindt de brandweer dat zomaar goed? Die sluizen zijn niet nodig, als bij elke ingang een portier staat die mensen met tijdelijke of permanente pasjes zou kunnen controleren en doorlaten. Maar de Kamer heeft liever apparatuur die personeel uitspaart.

De terreurdreiging moet niet worden gebagatelliseerd. Er staan Nederlandse troepen in Irak. De aanslagen in Spanje hadden in de ogen van terroristen meteen resultaat, want de troepen werden teruggetrokken. Deze week werd bekend dat in Den Haag verdachten zijn opgepakt, terwijl ze op de Utrechtsebaan de weg en de verkeersborden aan het filmen waren. Als die terroristen al in hun veronderstelde opzet waren geslaagd, zou de Amsterdamse stadsschouwburg vorige week zaterdag zeker geen ironisch `Groot Gala van het terrorisme' hebben georganiseerd. Luchthaven Schiphol heeft de Stadsschouwburg er nog wijselijk van weerhouden om aan de aanwezigen gele tasjes met See, Fly, Dy uit te delen. Dat was niet grappig. In Amerika of in Rusland zouden nabestaanden van ontplofte vliegtuigen krachtig hebben geprotesteerd. Gelukkig waren er bij al die aanslagen geen Nederlandse vliegtuigpassagiers. Dat is een nationale bof maar zeker geen aanleiding tot arrogante ludieke acties, alsof de slachtofferlanden de dreiging zelf hebben verzonnen.

Madrid had al ruime ervaring met Baskische bommenterreur, toen het afgelopen voorjaar werd getroffen door een slachting in treinen. Maar in Nederland moeten we nog afscheid nemen van een uniek open en liberaal tijdperk, ondanks de Molukse gijzelingen indertijd. Van de openheid van toen getuigt het door architect Pi de Bruijn ontworpen Huis van het Volk. Met zijn brede, klaarlichte wandelgangen, roltrappen en doorzichtige vergaderzalen vertegenwoordigt dit gebouw de mooiste gedachten uit de jaren '70, toen de eerste tekeningen werden gemaakt. Het is zelfs de bedoeling dat de burgers vanaf het Spui hun Kamerleden kunnen zien onderhandelen. Een ideaal stadion voor de contactsport van de politiek. Na 11 september 2001 en 6 mei 2002 is die filosofie achterhaald, omdat door open deuren ook wrede terroristen kunnen binnensluipen.

Ik bewonder het paradijselijke vertrouwen in de mensheid dat het Kamergebouw uitstraalt. Het oorspronkelijke plan om het binnenplein op de begane grond openbaar te maken, is nooit uitgevoerd. Achter gepantserde loges zitten portiers, en bezoekers moeten zich legitimeren en hun tassen en jassen afgeven. Wel loopt een open, glazen tunnel vanaf het Spui naar het Binnenhof dwars door het Kamergebouw. Elders in de wereld zijn dergelijke doorgangen allang afgesloten. Als bevoorrecht journalist mag ik mijn tas en zelfs mijn Zwitserse zakmes wel meenemen. Ik vrees dat het ook daarmee snel zal zijn gedaan.

Openbare gebouwen worden als hallen op luchthavens. Overal dringen fouilleerpoortjes en bagage-inspectie op, dus waarom niet in het parlement? Bij de Haagse rechtbank moet je alle scherpe metalen voorwerpen inleveren, wie je ook bent. In het Amerikaanse Congres, dat ik goed ken uit de tijd vóór 2001, vertrouwden ze meer op mensen dan op techniek. Bij elke toegang staat naast een fouilleerpoortje een oplettende toezichthouder die ongetwijfeld ook weet wat hem in geval van nood te doen staat. Het is minder eng dan zo'n eenzame luchtsluis en agenten die elders in groepjes met elkaar kletsen. Die onwetende gezelligheid van het gezag had in het verleden haar charme, nu niet meer.

Terwijl ik over de glad gepolijste granieten vloer loop, stel ik me brokken voor en verwilderd rondzwervende gewonden die je zo vaak op tv ziet na een terreuraanslag. Als dat gebeurt, is het definitief afgelopen met de transparantie. Maar je kunt niet op alles zijn voorbereid. Vrijheid is wel enige risico's waard. Enkele terroristen mogen niet alle regels van de democratie bepalen.

Kan een democratie zich wel pantseren? Misschien komt er kogelvrij glas tussen de Kamerleden en de publieke tribune. Volk en parlementsleden ademen dan niet meer dezelfde lucht. Ik zou dan ook in de bovenste verdieping van de perstoren zijn aangehouden. Het geeft een gevoel van veiligheid, maar het gaat ten koste van de kleinschalige gemoedelijkheid die de Nederlandse democratie kenmerkt.

    • Maarten Huygen