Hang de vlag uit: ik zoek een baan!

De vrees om géén baan te vinden is ongegrond. Starters zoeken misschien een maandje, langer maar uiteindelijk volgt de baan. Netwerken en op tijd beginnen.

Coen Westermann (27) heeft een half jaar geleden zijn studie Rechten afgerond. Hij ,,wilde onwijs graag aan de bak'', maar kon niet direct iets vinden. Hij werkte op oproepbasis als `secretaresse' bij advocatenkantoor Houthoff Buruma, wat hij gedurende zijn studie al als bijbaan deed. Ondertussen stuurde hij zo'n dertig brieven, open sollicitaties of naar aanleiding van vacatures. Die bleken weinig effectief. Hij werd nooit op gesprek uitgenodigd. Inmiddels werkt hij bij Unilever. ,,Als mijn taak, het implementeren van overheidsregelgeving klaar is, moet ik hier in principe weg. Maar gelukkig kan ik wat langer blijven, want mijn collega die arbeidsrecht doet, heeft het erg druk en kan wel wat hulp gebruiken.''

Westermann vond uiteindelijk deze passende baan bij Unilever via een vriend die als assistent-in-opleiding (aio) aan de Erasmus Universiteit werkt. Deze vriend hoorde via een hoogleraar over de zoektocht van Unilever naar een pas afgestudeerde. De manier waarop Westermann uiteindelijk een baan vond, via zijn netwerk, is een heel effectieve manier, zegt Trudy Haneveer, loopbaanadviseur bij de Universiteit van Tilburg. ,,Velen kiezen voor een open sollicitatie, maar de kans dat het schip dan strandt, is erg groot. Al die brieven schrijven kost veel moeite. Een open sollicitatie heeft alleen zin als je, via je netwerk, meer weet van het bedrijf dan wat er op de website staat.''

Haneveer raadt studenten daarom aan elkaar op de hoogte te houden van de markt.,,Hang overal de vlag uit dat je op zoek bent naar een baan; bij de sportclub, je tandarts, je familie.'' Ook uit onderzoek van de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) en Elsevier (juni 2004) blijkt dat het netwerk een betere manier is om een baan te vinden dan een open sollicitatie. Zo'n acht procent van de hoogopgeleide starters heeft een baan via familie, vrienden of kennissen, terwijl nog niet één procent een baan heeft via een open sollicitatie. Doris Dhuygelaere, studieloopbaanadviseur op de Universiteit van Amsterdam, ziet nog wel aversie bij veel studenten tegen netwerken. ,,Zij denken bij `netwerken' meteen aan inlikken, maar het kan ook gewoon informeren zijn.'' Netwerken blijkt dus een goede manier om ergens binnen te komen.

De manier waarop de meeste hoogopgeleiden echter aan een baan komen is via een gerichte sollicitatie op een vacature (39 procent bij hbo'ers en 47 procent bij academici). Reageren op een vacature is met zeventig procent de populairste manier om je voor het eerst op de arbeidsmarkt te begeven. Nieke Campagne, adviseur bij het loopbaancentrum BUL van de Universiteit Leiden, ziet dat studenten bij het zoeken naar vacatures met name internet gebruiken. ,,Ze bekijken vooral vacaturebanken en zoeken minder in de krant. Internet is gemakkelijk, want je kunt overal je cv dumpen en online solliciteren. Bovendien komt er regelmatig wat uit. Ik denk dat de helft van de studenten die hier komt, via internet een baan vindt. De andere helft vindt werk via hun netwerk.''

Bij het zoeken naar een baan wordt door studenten ook veel gebruiktgemaakt van de traineeprogramma's, masterclasses en stages georganiseerd door bedrijven. Paul Nobelen, voorzitter van de brancheorganisatie voor werving- en selectiebureaus en headhunters OAWS, heeft het idee dat bedrijven op deze manier proberen zelf aan potentiële werknemers te komen. ,,Ze presenteren zich op banenmarkten en proberen een goed imago te verwerven, want zij zien ook dat de arbeidsmarkt vergrijst.'' Maar de grote rol die headhunters en campus recruiters een paar jaar geleden nog hadden, bestaat volgens Nobelen niet meer. ,,De vraag naar pas afgestudeerden is nu minder. Al verwacht ik wel dat die vraag weer snel zal aantrekken door de uitstroom van de oudere werknemers.''

Dat de vraag naar pas afgestudeerden is afgenomen, merkte ook Misja Vroemen (23). Zij heeft, een jaar na het afronden van haar studie Pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, nog steeds geen (passende) baan gevonden. Vroemen heeft nu een baan op mbo-niveau in de kinderopvang. ,,Ik ben al druk op zoek geweest naar ander werk, vooral op internet, maar er zijn geen vacatures voor mij.'' Vroemen, die in Zuid-Limburg woont, is nu op zoek gegaan naar werk in België. ,,Ik zie het niet gebeuren dat ik hier binnen een half jaar werk vind. Mijn hoop is nu gericht op België.''

Of Maarten van Straaten (29). Hij studeert deze maand af, maar is al in mei begonnen met zoeken. Hij vreest dat zijn opleiding, Koreaanse Taal en Cultuur, te gespecialiseerd is. ,,Ik heb daarom ook managementvakken gevolgd en een internationale stage gelopen. Ik sta nu bij drie vacaturebanken ingeschreven en ik heb open sollicitaties gedaan. Ik heb zelfs Guus Hiddink een brief geschreven. Wellicht kan hij iets voor me betekenen met zijn netwerk in Korea. Daar kwam niets uit. Hij schreef dat hij vaker van dit soort vragen kreeg.''

Toch gaan de meeste studenten tegenwoordig niet eerder op zoek, ook al liggen de banen niet voor het oprapen. Campagne: ,,De meeste studenten komen pas op het allerlaatste moment naar ons toe.'' Toch is op tijd gaan zoeken wel aan te raden, blijkt uit cijfers van het SEO. Peter Berkhout, onderzoeker bij het SEO: ,,Farmaceuten hebben snel een baan maar 90 procent gaat ook al vóór het afstuderen op zoek. Antropologen gaan meestal niet vóór het beëindigen van hun studie op zoek maar wachten dan ook langer op een baan.''

Haneveer van de Universiteit van Tilburg ziet ook dat studenten hun studie verlengen door nog maar een stage te gaan lopen, ,,omdat de geluiden over de arbeidsmarkt zo negatief zijn.'' Dat studenten pessimistisch zijn over de arbeidsmarkt, is nergens op gebaseerd, vindt Berkhout. ,,Zo slecht gaat het niet. De economie staat er niet zo goed voor als in 2000 en pas afgestudeerden moeten wat langer zoeken. Maar waar praat je over? Ze zoeken nu misschien gemiddeld een maand langer.''

Volgens het onderzoek van Elsevier en het SEO is drie procent van de hbo'ers en vier procent van de academici anderhalf jaar na het afstuderen nog werkloos. Dat is een percentage onder het gemiddelde van Nederland. Sommigen zoeken inderdaad lang naar een baan, zoals cultureel antropologen (21 maanden), maar medische en technische studenten vinden daarentegen een baan binnen drie of vier maanden.

Het vinden van werk is vooral ,,gevoelsmatig'' moeilijk, zegt de in Rotterdam gevestigde loopbaanadviseur Els Ackerman, die op de website van Intermediair starters adviseert bij het vinden van een baan. ,,Voor starters lijkt het moeilijk, omdat het een paar jaar geleden zo gemakkelijk ging. Ze kennen de geweldige verhalen van toen en dat schrikt af als je het nu zelf moet gaan doen.''

    • Marleen Luijt