Groen licht

Het wordt 's nachts stemmiger op Waddenzee en Noordzee, als het aan de NAM ligt. Het licht gaat er uit. Of op groen.

BOOREILANDEN en andere productieplatforms leveren met hun helle verlichting vogelellende op. Trekvogels worden er door afgeleid en kunnen door uitvoerig cirkelen hun kostbare brandstofvoorraad uitputten. Een andere kleur verlichting kan de vogels van dienst zijn èn de Nederlandse Aardolie Maatschappij NAM heel wat kosten besparen.

Vooral zangvogels worden 's nachts sterk aangetrokken door de stevig verlichte booreilanden en andere productieplatforms op de Noordzee. Ze strijken er in grote aantallen op neer, of cirkelen er langdurig omheen. Dat zogeheten `milling' brengt flinke risico's met zich mee: het is uitputtend voor de vogels. Ze hebben een perfect afgewogen balans gevonden tussen vlieggewicht en reisduur, met een beperkte voorraad brandstof. Door langdurig cirkelen kunnen ze zoveel vet en water verliezen dat ze hun bestemming vervolgens niet halen.

Trekvogels oriënteren zich op uiteenlopende manieren en waarom zij zich precies tot boor- en productieplatforms voelen aangetrokken kan in theorie vele oorzaken hebben. Maar het lichteffect springt toch direct in het oog als factor die ze in verwarring brengt.

Bioloog Joop Marquenie, adviseur milieubeleid voor de NAM en onderzoeker licht toe: ``Die invloed is in het geval van offshore platforms niet simpelweg te onderzoeken. Je kunt niet zomaar het licht uit - en aandoen. Op de oudere gasplatforms brandt de verlichting continu. Schakelaars kunnen vonken, en daarmee explosiegevaar opleveren en ontbreken dus.''

generator uit

Het NAM platform L5, zo'n honderd kilometer noordwestelijk van Den Helder, bood in het najaar van 2000 uitkomst. Daar kon de generator nu eens worden uitgezet, waarna, als de accu's eenmaal waren uitgeput, het platform het donker gehuld was. Met natuurlijk nog wel de minimale bakenverlichting met rode en groene lampen en die van het helikopterdek. Het verschil is niettemin aanzienlijk (zie foto's). Tijdens nachten met veel vogeltrek via de radar vastgesteld werden de verlichting met een andere krachtbron aan en uitgedaan.

Marquenie en collega-onderzoekers konden het nu eens vergelijkend zien. ``Zangvogels, eenden en steltlopers werden sterk aangetrokken door het licht, vanaf wel drie tot vijf kilometer. Maar vrijwel alleen na middernacht en bij meer dan tachtig procent bewolking. Het effect was heel duidelijk en snel. Als we het licht werd aandeden, kwamen er binnen zeven minuten al meer dan tweehonderd vogels op af. Na een half uur waren dat er al vier-, vijfduizend. Na het uitdoen waren die weer binnen het kwartier verdwenen.''

Beperking van verlichting helpt dus. Nieuw NAM platforms worden nu gebouwd met speciale explosierisico-vrije schakelaars. Daar kan het licht 's nachts gewoon uit, of gedimd. Met de bestaande platforms ligt het moeilijker. Het alsnog aanbrengen van veilige schakelaars en trekken van kilometers aan speciaal geïsoleerde draad is een kostbare grap. Die aanpak werd door de NAM in een geval toegepast. Maar dan zijn er in alleen al het Nederlandse deel van de Noordzee nog zo'n negentig platforms te gaan waarvan een kwart in eigendom de NAM. Marquenie: `Het heeft natuurlijk geen zin maar een fractie uit te doen. Een andere optie is: de lichtkleur veranderen.'

Die sfeervolle aanpak werkt. Op sommige kleuren doen trekvogels inderdaad veel minder uit. Dat bleek afgelopen jaar aan het donkere strand van Ameland. Op verzoek van de NAM bracht biologiestudente Hanneke Poot van de Universiteit Utrecht daar lange nachten door, in een soort bushuisje naast een kleurig verlichte proefopstelling. Twee schuin naar boven gerichte lampen op een vijf meter lange mast kon de onderzoekster beurtelings aan of uit doen. Afwisselend werkte zij per nacht met twee van vijf kleuren: wit, en met filters gefilterd wit, of eveneens met filters, blauw, groen en rood en hield nauwgezet bij in hoeverre passerende vogels door het licht van hun route afweken.

na twaalven

Ook hier bleek het effect op de vogels na twaalven en bij bewolkte hemel het grootst. Maar het kleurgebruik scheelde daarbij behoorlijk. Poot's werk bracht aan het licht dat wit licht verreweg de meeste vogels beïnvloedt, met tachtig procent, rood zo'n zo'n zestig procent, en met, als resultaat aan de andere kant van het spectrum, blauw met zo'n vijf procent. Groen scoorde formeel hoger, maar dat moest nog worden gecompenseerd voor lichtsterkte, Bij een juiste waarde komt de aantrekkingskracht op het aanvaardbare niveau van blauw.

Dan komen ook mensenogen in het spel: mensen zien en werken beroerd bij blauw licht. Groen, waar het mensenoog erg gevoelig voor is, levert geen probleem. Aanbrengen van groene lampen kan dus enorm schelen in de vogelafleiding. Theoretisch wetenschappelijk komt dit ook nog eens mooi uit. Een betrekkelijk nieuw idee over de kompasoriëntatie van vogels stelt dat hun ogen bij de waarneming van het aardmagnetische veld een belangrijke rol spelen. De gevoeligheid van die receptoren wordt vooral beïnvloedt door licht met golflengtes in het groene spectrum.Maar voorlopig is vooral de praktische waarde van dit beperkte maar unieke onderzoek groot. Een afstudeeronderzoek kan complete gasvelden in vogelvriendelijk licht gaan hullen als het gaat lukken de gebruikelijke tl-verlichting het juiste deel van het groene spectrum mee te geven. Het nieuwe inzicht gaat de NAM nu flink bekend maken onder collega-organisaties, men past de eigen platforms aan en er zijn zelfs mogelijke gevolgen voor vliegveld- en industrie verlichting. Joop Marquenie: ``Of denk eens aan wolkenkrabbers op Amerikaanse schaal, die vogels ook in de problemen brengen. Ook de verlichting daarvan zou je kunnen aanpassen. Waarom zou je dit tot de offshore industrie beperken?''

    • Frans van der Helm