Geen leerkracht die het merkt

Bijna acht procent van de jongeren verlaat als functioneel analfabeet het voortgezet onderwijs.

`Er is geen echte aandacht aan ons besteed.'

BRIGITTE OMMEN (24) is een van de naar schatting enkele tienduizenden jongeren in Nederland die als zogenaamd functioneel analfabeet het voortgezet beroepsonderwijs in Nederland heeft verlaten. Intussen beheerst ze de taal op niveau 3, het niveau waarop de gemiddelde Nederlander het Nederlands beheerst. Functioneel analfabeten zitten op niveau 1.

Ommen is actief in een belangenbehartigingsgroep van (ex)analfabeten. ``Ik wil iedereen die niet goed kan lezen en schrijven duidelijk maken dat ze het echt kunnen leren en zich niet hoeven te schamen''.

Analfabeten hebben meestal een lage vooropleiding of zijn voortijdig schoolverlater. In de helft van de gevallen hebben ze een andere moedertaal dan het Nederlands. Functioneel analfabeten kunnen wel enigszins lezen en schrijven maar zijn niet in staat om een bijsluiter van een medicijn te begrijpen. Mensen die helemaal niet kunnen lezen en schrijven komen in Nederland alleen nog onder ouderen voor en de eerste generatie immigranten.

ziekenhuis

Volgens Brigitte had haar analfabetisme destijds twee oorzaken. ``Ik lag als kind veel in het ziekenhuis vanwege epilepsie en miste zodoende veel lessen op school. Ik ging naar het speciaal onderwijs en daar ligt de nadruk op sociale vaardigheden in plaats van lezen en schrijven. Veel van mijn toenmalige medeleerlingen kunnen ook niet goed lezen en schrijven''. Nadat Brigitte Ommen vier jaar geleden een ongeluk kreeg en een jaar in coma lag, bleek ze helemaal niet meer te kunnen lezen en schrijven. Voor haar de reden om een jaar geleden weer naar school te gaan.

De cijfers over het aantal analfabete schoolverlaters zijn niet eenduidig. In het laatste onderwijsverslag van de Inspectie van Onderwijs werd gesproken van tien procent van de jongeren. Dit cijfer is overgenomen uit de International Adult Literacy Survey (IALS), een onderzoek uit 1995 naar taalvaardigheid in Zweden, Duitsland, Nederland, Polen, Ierland, de Verenigde Staten, Canada, Zwitserland, België, Nieuw Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Volgens directeur Willem Houtkoop van het Max Goote Kenniscentrum voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie en verantwoordelijk voor het Nederlandse onderzoek, is enige nuancering wel op zijn plaats. ``Het cijfer van de Onderwijsinspectie is gebaseerd op de groep 16- tot 50-jarigen. Wanneer men alleen naar de groep 16 tot 24 jarigen kijkt komt het IALS op 7,8 procent. Nederland heeft bijna dezelfde score als België en Zweden, de koplopers van het onderzoek. En in vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Groot Brittanië doen we het helemaal goed''. In de VS en Groot Brittanië zijn respectievelijk 25 en 18 procent van de jongeren tussen de 16 en 24 jaar analfabeet. In de VS overtreft als enige land in het onderzoek het aantal jonge analfabeten zelfs de ouderen.

Het verbaast Willem Houtkoop elke keer weer dat deze negen jaar oude cijfers voortdurend op tafel komen: ``Dat komt waarschijnlijk omdat het de enige cijfers over analfabetisme zijn die we hebben''. Er vindt nieuw onderzoek plaats, Adult Literacy and Life Skills, waarvan echter pas over twee jaar de uitslagen bekend zullen worden. In dit onderzoek wordt ook het `computeranalfabetisme' onderzocht. Houtkoop: ``De cijfers moeten eerst in elk land door de politiek geaccordeerd worden. Want cijfers over analfabetisme liggen politiek gevoelig. Het zegt iets over de staat van het onderwijs en het vermogen om grote groepen mensen op te leiden en mensen niet buiten de boot te laten vallen. Behalve een persoonlijk probleem is het ook een maatschappelijk probleem. Mensen blijven achter in een maatschappij en economie die hoge eisen aan geletterdheid stelt. Het is een groep waarover in het vertoog over de kenniseconomie, weinig aandacht wordt besteed''.

grap

Zo bijdehand als Brigitte Ommen aan de weg timmert als een voormalige analfabete met een missie, zo zijn twee broers van Marokkaanse afkomst niet. Ze schamen zich en willen niet met naam en toenaam in de krant, het is zelfs de eerste keer dat ze met een buitenstaander praten over hun analfabetisme. De oudste (32) kwam op zevenjarige leeftijd naar Amsterdam, de jongste (22) is in Amsterdam geboren. De oudste ontwijkt de vragen en maakt overal een grap van: ``Ik ben 18.'' Hij ging naar een reguliere basisschool. Tot zijn 21ste heeft hij op de LTS gezeten maar geen diploma behaald. Wel heeft hij stages gelopen tijdens zijn schooltijd, maar nog nooit gewerkt: ``Dat gaat niet, ik snap heel veel niet.'' De jongste spreekt, evenals zijn broer onvervalst Amsterdams en speelde volgens eigen zeggen liever dan dat hij leerde. Hij ging in tegenstelling tot zijn broer wel naar het speciaal onderwijs en heeft ook nog nooit gewerkt. ``Ik loop weg als ik iets niet snap of laat mijn andere broer de formulieren invullen.'' Beiden zijn dit jaar begonnen met een cursus NT1 bij het Kenniscentrum Alfabetisering Nederlandssprekenden (KAN) van het ROC van Amsterdam. Met hen nog vijftig anderen. ``We willen er bij horen en meedoen.''

Het Kenniscentrum is in september dit jaar begonnen en opgezet om de groep analfabeten beter te bereiken. Docent Hank Gronheid: ``Ik denk dat de afgelopen jaren de nadruk vooral heeft gelegen op het aanleren van het Nederlands aan buitenlanders, het NT2-onderwijs, en dat daarmee de grote groep Nederlands sprekende analfabeten is ondergesneeuwd''. Volgens Hank Gronheid zijn de Marokkaanse broers in onderwijsjargon NT1,5 cursisten. ``Ze hebben nauwelijks in het Nederlands lezen en schrijven geleerd maar beheersen ook hun moedertaal, het Arabisch, niet. Ze vallen tussen wal en schip. En met die groep zullen we toch wat moeten''.

Naast ouderen hoopt het Kenniscentrum ook veel jongeren binnen te halen. Hank Gronheid: ``Jongeren moeten ons nu nog op eigen initiatief vinden. Maar eigenlijk moet er bijvoorbeeld bij voortijdig schoolverlaters veel alerter gekeken worden of ze wel goed kunnen lezen en schrijven en waar het kan doorverwezen worden. En werkgevers moeten er ook beter opletten bij hun werknemers''. Het Kenniscentrum begint met een nieuwe onderwijsmethode waarin veel met behulp van de computer wordt aangeleerd. Hank Gronheid: ``Computers zijn voor analfabeten een enorme hoge drempel.''

leerstoornis

Volgens Willem Houtkoop weten we niet zo goed wat de precieze oorzaak is dat bijna acht procent van de jongeren functioneel analfabeet zijn. Houtkoop: ``Het is te makkelijk om het onderwijs de schuld te geven. Voor een deel gaat het om mensen die uit het speciaal onderwijs komen en gewoon niet goed kunnen leren door bijvoorbeeld een leerstoornis of dyslexie en die met veel hulp niet verder zullen komen dan niveau 1 of 2. Daarnaast leert een groep jongeren in het gewone onderwijs niet goed lezen en schrijven omdat ze in sociaal moeilijke omstandigheden opgroeien: ze zijn te veel afwezig of verhuizen voortdurend en missen te veel lessen. Klaarblijkelijk is er dan ook geen leerkracht die het merkt.''

Volgens Houtkoop is het hoge aandeel van allochtone jongeren van tijdelijk aard. ``Er is inderdaad een deel van deze jongeren tussen wal en schip gevallen in de periode dat ze naar Nederland kwamen. Maar dat gaat niet meer op voor de komende generatie jongeren met ouders uit bijvoorbeeld Marokko of Turkije. Die leren van af de eerste dag op de basisschool Nederlands en daar is ook veel meer aandacht voor gekomen''. Waar Houtkoop zich wel zorgen om maakt is de toenemende nadruk op praktijkvakken in het beroepsonderwijs: ``Er bestaat dan toch weer het gevaar dat de taalvaardigheden achterblijven''.

Zowel de broers van Marokkaanse afkomst als Brigitte zijn nu ze wat ouder zijn heel gemotiveerd om alsnog te leren lezen en schrijven. En het leren gaat ze tot hun eigen verbazing nu ook beter af. Volgens Brigitte was het op de basisschool haar echt wel gelukt als er maar iemand op had gelet. ``Eigenlijk is er geen echte aandacht aan ons besteed. Ze hebben ons maar een beetje gelaten. En nu komen we tot de ontdekking dat het eigenlijk onterecht is dat we niet kunnen lezen en schrijven. We hebben heel lang gedacht dat we gewoon te dom waren''.