Democratie voor beginners

Maandag kiezen de Indonesiërs voor de eerste keer rechtstreeks een nieuwe president. Is het land nu democratisch?

De kiezers krijgen de smaak al te pakken, maar de grote partijen zijn hun streken nog niet verleerd.

Jimmy Carter kwam kijken en zag dat het goed was. ,,Indonesië heeft in zes jaar de overgang gemaakt van een autoritair systeem naar rechtstreekse presidentsverkiezingen. Dat is geweldig!'' De grijze waarnemer uit de Verenigde Staten woonde de eerste ronde op 5 juli bij en gaf die een ruime voldoende. De Europese Unie stuurde eigen waarnemers en ook hun oordeel viel gunstig uit. De campagne was vreedzaam, de stemming verliep doorgaans correct en de opkomst bedroeg 80 procent. De uitslag liet wat lang op zich wachten, maar bleek betrouwbaar, en de drie kandidaten die uit de boot vielen schikten zich na enig tegenstribbelen in hun lot.

Indonesië heeft zich dit jaar heel wat op de hals gehaald. Binnen zes maanden moesten een parlement, provinciale, regentschaps- en gemeenteraden, een senaat en een president en vice-president worden gekozen op grond van nieuwe kieswetten.

President en vice-president werden tot nu toe aangewezen door het Volkscongres. Dit jaar worden ze voor het eerst rechtstreeks gekozen. De eerste ronde, met vijf kandidaten, is inmiddels achter de rug. Komende maandag kiezen de Indonesiërs uit de twee koplopers hun nieuwe staatshoofd.

Dat is niets minder dan een marathon. En als het land zonder ontsporingen de eindstreep haalt, is dat een formidabele prestatie. Ook voor gevestigde democratieën zouden zulke gecompliceerde en langdurige verkiezingen een hele opgave zijn en Indonesië doet dit voor het eerst. Daar komt nog bij dat dit een archipelstaat is van meer dan 13.000 eilanden, die zich, geprojecteerd op de kaart van Europa, uitstrekt van Dublin tot Teheran. Dat levert enorme logistieke problemen op. Voor de verkiezingen in april moesten per kiesdistrict verschillende stembiljetten worden gedrukt voor het parlement, de senaat, de 33 provinciale en bijna 400 regentschaps- en gemeenteraden, en dat voor 150 miljoen geregistreerde kiezers. Die 660 miljoen biljetten én de stembussen moesten vervolgens tijdig worden aangeleverd aan de 500.000 stembureaus, van Atjeh tot de hooglanden van Papoea.

Het parlement heeft zeven maanden gedebatteerd voor het de nieuwe kieswet goedkeurde. Alle fracties moesten bij iedere ontwerpparagraaf calculeren of die bij de komende verkiezingen in het voordeel zou werken van hun eigen partij. Het resultaat is een compromis tussen hervormers en conservatieven, maar het verlegt de grenzen van de Indonesische democratie.

Speciale pen

Onder generaal Soeharto (1967-1998) hadden Indonesiërs de keuze uit drie partijen, waarvan er twee voor spek en bonen meededen, want die mochten niet meeregeren. De kiezers stonden onder zware druk van dorpshoofden en andere notabelen om te stemmen op de regimepartij Golkar, het politieke vehikel van Soeharto. Na zijn val is het aantal legale politieke partijen flink toegenomen – in 1999 deden er 48 mee aan de verkiezingen – maar de stemprocedure bleef hetzelfde. De kiezers moesten met een speciale pen een gaatje boren in een partijsymbool. De partijen maakten vervolgens uit wie de veroverde zetels mochten bezetten. Partijbesturen hadden het recht om afgevaardigden die zich niet aan de partijlijn hielden te vervangen.

Menige afgevaardigde had het hem toegewezen district nog nooit gezien, laat staan dat hij of zij zich bekommerde om de noden van de bevolking. De nieuwe kieswet verplicht de deelnemende partijen kandidatenlijsten op te stellen en ter goedkeuring voor te leggen aan een kiescommissie van onafhankelijke academici. Die gaan na of de kandidaten het afgelopen jaar woonachtig waren in het district waarvoor ze uitkomen. De kiezer kan voortaan de naam of het portret van een kandidaat aanprikken.

Op 5 april deden bij verschillende gelijktijdig gehouden verkiezingen 24 partijen mee. De kiezers staarden wat verbouwereerd naar de voor het stembureau opgehangen lijsten met kandidaten voor parlement, provincieraad, streekraad en senaat. De meeste namen en pasfoto's zeiden hen niets. Zo'n 40 procent van de kiezers prikte dan ook alleen in een partijsymbool en verspeelde zo het nieuwe recht om een voorkeursstem uit te brengen. Wie wel op een favoriete kandidaat stemde, kwam nogal eens bedrogen uit. Veel partijen hadden als stemmentrekkers filmacteurs, populaire tv-presentatoren en activisten voor sociale doelen op de lijst gezet, maar vaak op niet-verkiesbare plaatsen. Een kamermeerderheid had verhinderd dat de kandidaat met de meeste voorkeursstemmen automatisch recht kreeg op een zetel, zoals enkele fracties wilden. De voorkeursstemmen werden opgeteld bij het partijtotaal en hielpen in veel gevallen een beroepspoliticus die net iets hoger op de lijst stond aan een zetel. De sterren zelf vielen buiten de boot.

De uitslag liet een aardverschuiving zien. De kiezers zegden het vertrouwen op in president Megawati Soekarnoputri. Haar Strijdende Partij voor Indonesische Democratie (PDI-P) verloor ruim een derde van haar aanhang en haalde nog geen 20 procent. Golkar maakte met 22 procent pas op de plaats, maar werd dankzij het verlies van de PDI-P weer nummer één. Grote winnaars waren twee nieuwkomers op het politieke toneel. De piepjonge Democratische Partij (PD) van generaal b.d. Susilo Bambang Yudhoyono, een populaire oud-minister in Megawati's kabinet, kreeg 7,5 procent. De Partij voor Gerechtigheid en Welzijn (PKS), een kaderpartij van jonge moslimfundamentalisten, werd beloond voor jaren sociaal werk in de kampongs en haalde 7,1 procent. De verkiezingen maakten schoon schip. Zestig procent van de afgevaardigden die dit najaar aantreden is nieuwkomer.

Gesjeesde student

Pièce de résistance van het nieuwe staatsbestel is de rechtstreekse verkiezing van het staatshoofd. In juli vorig jaar nam het parlement een wet aan die de nieuwe spelregels vastlegde. De slotfase van het debat over het wetsontwerp draaide om de handicaps van twee belangrijke kandidaten: president Megawati Soekarnoputri en de leider van Golkar, parlementsvoorzitter Akbar Tandjung.

Een eerste versie van het wetsontwerp bepaalde dat een kandidaat voor het hoogste ambt een universitaire graad moet hebben en dat een strafrechtelijk veroordeelde niet mag meedoen aan de race. Daardoor hadden beide favorieten een probleem. Megawati is een gesjeesde student en Tandjung werd in hoger beroep veroordeeld tot drie jaar cel wegens corruptie. Hij werd dit jaar vrijgesproken door de Hoge Raad, maar dat kon vorig jaar niemand voorspellen. Uiteindelijk streepten de onderhandelaars van PDI-P en Golkar de twee paragrafen tegen elkaar weg. Een middelbareschooldiploma volstaat en een veroordeelde kan president worden, mits de kiezer hem vergeeft. Met deze kunstgreep waren de laatste obstakels uit de weg geruimd voor een serieuze democratische hervorming.

Na de verkiezingsoverwinning van Golkar in april dacht Akbar Tandjung het imago van zijn partij op te poetsen door de keuze van de presidentskandidaat over te laten aan een conventie. Hij meende die horde met gemak te kunnen nemen. Tot ieders verrassing stuurde de partijconventie op 20 april niet Tandjung, maar generaal b.d. Wiranto, gewezen stafchef van de strijdkrachten, de arena in. Waarnemers repten van een `gekocht ticket', want Wiranto heeft rijke vrienden. Hoe dit ook zij, veel conventiegangers achtten Tandjung kansloos. Zij wilden een kandidaat die het zou kunnen opnemen tegen de gedoodverfde favoriet Susilo Bambang Yudhoyono, populair geworden als `SBY'.

Op 5 juli traden vijf kandidaten in het strijdperk. Het werd opnieuw een uitslag vol verrassingen. SBY veroverde met 33 procent de eerste plaats, maar niet de absolute meerderheid. Megawati, door velen al afgeschreven, haalde 26 procent en ging door naar de tweede ronde. Wiranto eindigde met 23 procent als derde. Hij kon dat niet verkroppen, repte van vals spel en legde zijn zaak voor aan het Constitutionele Hof. Dat achtte fraude onbewezen en Wiranto gooide de handdoek in de ring.

Bij hun eerste presidentsverkiezingen laten de Indonesiërs zich niet louter leiden door hun partijvoorkeur. Uit een exit poll bij 1.700 stembureaus blijkt dat veel kiezers op 5 juli anders stemden dan op 5 april. Vooral stemmers op Golkar deserteerden: maar 55 procent koos voor Golkarkandidaat Wiranto en liefst 31 procent voor SBY. Van de PDI-P-stemmers op 5 april – en dat waren er veel minder dan in 1999 – koos nog maar 74 procent voor PDI-P-kandidaat Megawati. Conclusie: de Indonesische kiezer beoordeelt de kandidaten vooral op hun persoonlijke merites.

Na de eerste ronde hield Golkar intern beraad. Het had geen eigen kandidaat meer in de race, maar was verzekerd van een sterke fractie in het parlement. In de partij gingen stemmen op om in de beslissende ronde SBY te steunen en daaraan politieke voorwaarden te verbinden, zoals ministersposten in het kabinet. Golkar had immers tweemaal campagne gevoerd voor een ander beleid en dan lag het niet zo voor hand om in zee te gaan met de PDI-P. Akbar Tandjung hield de boot af en zei dat een speciale partijraad zou beslissen over de verkiezingsstrategie. Intussen liet hij zich steeds milder uit over Megawati en haar PDI-P. Tussen die partij en Golkar zou een `positieve chemie' bestaan, er waren veel programmatische overeenkomsten en de twee fracties hadden goed samengewerkt in het parlement. De PDI-P maakte Golkar intussen de ene avance na de andere. Op de partijraad van 15 augustus besloot Golkar de herverkiezing van Megawati te steunen.

Het besluit leek sterk op een voorzittersdictaat. Voorstanders van steun aan SBY werd de mond gesnoerd. Akbar Tandjung liet na afloop weten dat alle afdelingen in het land de partijlijn dienden te volgen en campagne moesten voeren voor Megawati.

Tandjung heeft een aantal redenen om geen partij te kiezen voor SBY. In de Democratische Partij (PD), die is opgericht als lanceerplatform voor SBY, lopen nogal wat mensen rond die Golkar de laatste jaren de rug toekeerden. Verder hoopt Tandjung in 2009 alsnog president te worden en dan is Megawati, mits herkozen, volgens de herziene grondwet uitgediend. Als SBY aan de macht komt, gaat hij naar verwachting op voor een tweede termijn, en dan is Tandjung uitgespeeld.

Olifant

Golkar, de PDI-P en de kleinere, islamitische PPP van vice-president Hamzah Haz smeedden op 20 augustus een Nationale Coalitie. De drie partijen beschikken over een meerderheid in het nieuwe parlement en vormen een geduchte combine. Golkar en PDI-P hebben een fijnmazig landelijk netwerk en bezetten samen tachtig procent van de posten in het regionale bestuur. De Nationale Coalitie is vooral een verbond van apparatsjiki.

Na de lancering van de coalitie beleefde Indonesië een déja vu: de wedergeboorte van machine politics. Niet alleen de aangesloten partijen, maar ook het overheidsapparaat en het plaatselijk bestuur werden onder druk gezet om stemmen te winnen voor Megawati. Omdat de pers in Indonesië sinds de val van Soeharto vrij is en gretig op onderzoek uitgaat, zijn tal van machinaties aan het licht gebracht.

Een paar voorbeelden. Ade Komaruddin is landelijk bestuurslid van Golkar en lid van het parlement. Na de bewuste partijraad belegde hij een besloten bijeenkomst van alle dorpshoofden in zijn kiesdistrict, Purwakarta in West-Java. Hij vroeg hun dringend hun onderdanen te overreden op `Moeder Mega' te stemmen. Komaruddin schreef een wedstrijd uit. Bestuurders van dorpen en districten met het hoogste aantal Mega-stemmers op 20 september krijgen drie koeien, de tweede plaats is goed voor twee koeien en de derde plaats voor één koe. Er is een bonus tot en met de tiende plaats. Die levert een geit op.

Laksamana Sukardi is minister van Staatsbedrijven en een partijgenoot van Megawati. Onder zijn departement ressorteren tachtig bedrijven, van plantages tot banken en petrochemische fabrieken, met samen honderdduizenden werknemers. De minister belegde de afgelopen weken bijeenkomsten met het management, waar hij hoog opgaf over de successen van de regering-Megawati. Dat lijkt vrijblijvende lof, maar is het niet. Directeuren van staatsbedrijven zijn voor behoud van hun positie afhankelijk van de minister. Op een vrije zaterdag, medio augustus, sprak Laksamana 4.000 arbeiders toe van PT Petrokimia in Gresik, Oost-Java. De boodschap was dezelfde en hij werd op dezelfde manier verstaan. Dat de aanwezigen na afloop niet met de pers durfden te praten, wijst erop dat zij bang zijn voor hun baan.

Toch heeft machine politics zijn beste tijd gehad. De Nationale Coalitie mag dan geducht ogen, bij nader toezien vertoont zij barsten. De regionale Golkarvoorzitter in Purwakarta steunt SBY en hij is de enige niet. Sommige leden van het landelijke bestuur waren voorstander van neutraliteit. Zij vinden dat Golkar de handen vrij moet houden om na de verkiezingen zaken te kunnen doen met SBY. Zij hebben een Forum voor Partijvernieuwing opgericht, een verkapt podium voor oppositie tegen Akbar Tandjung. Zij houden zich formeel aan het partijbesluit, maar geven informeel dekking aan de vele partijafdelingen die SBY willen steunen. Ex-kandidaat Wiranto heeft verklaard dat hij de 25 miljoen kiezers die op hem hebben gestemd vrijlaat in hun keuze. Volgens een recente poll wil 70 procent van de Indonesiërs die op 5 april op Golkar stemden overmorgen voor SBY kiezen. Ook de aanhang van de andere twee afgevallen kandidaten zal, zo blijkt uit peilingen, in meerderheid op SBY stemmen. Zijn campagneleus – `verandering' – blijkt aan te slaan.

Dit verkiezingsjaar vormt een breuk met het verleden. Niet alleen door de nieuwe, aanzienlijk democratischer kieswetten, maar ook door de manier waarop het electoraat daar gebruik van maakt. Het laat zich de keuze niet meer zo licht voorschrijven door notabelen en patroons, maar bepaalt die steeds vaker zelf. Akhmid, een dorpshoofd uit het regentschap Purwakarta, reageerde zo op alle druk van bovenaf: ,,Of ze me nu een olifant of een mier beloven, ik ga hun kar niet trekken. Als ik hun boodschap uitdraag, krijg ik op mijn lazer van mijn dorpsgenoten.''

Eén ding is zeker: de kiezers leren sneller dan de politici.

660 miljoen stembiljetten moesten tijdig naar de 500.000 stembureaus

Of ze me een olifant of een mier beloven, ik ga hun kar niet trekken

    • Dirk Vlasblom