De provincies mogen de ruimte Nederland gaan inrichten

De provincies gaan Nederland inrichten, maar het rijk houdt een oogje in het zeil. ,,Het is niet zo dat we geen regie hebben'', zegt minister Dekker.

`De provincie gaat ons werk doen!' kopt het personeelsblad Tellus van het ministerie van VROM. `Onze minister heeft de provincies van afschaffing gered, onder de vlag van decentralisatie'. Onderwerp is het kabinetsplan om de ruimtelijke inrichting van Nederland over te laten aan provincies en, in mindere mate, gemeenten. Minister Sybilla Dekker (VVD) glimlacht. ,,Inderdaad'', zegt ze. ,,De provincies gaan voor een deel ons werk doen. We geven de provincies vertrouwen en het is nu zaak dat de provincies dat vertrouwen waarmaken. Dit is een belangrijk politiek moment.''

De minister zit op haar werkkamer in Den Haag. Het gesprek wordt kort onderbroken door een telefoontje over de hoed die zij op prinsjesdag van plan is te dragen. Dekker zal even later haar handtekening zetten onder de beantwoording van in totaal 330 vragen uit de Tweede Kamer over de Nota Ruimte. ,,Die hoeveelheid vragen zegt iets over de betrokkenheid'', zegt ze. De Tweede Kamer debatteerde onlangs over het ruimtelijk beleid voor de komende kwart eeuw. Sommige Kamerleden vrezen dat het kabinet de inrichting van Nederland `over de schutting' gooit bij de lagere overheden. Onderzoekers van het RIVM en organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten waarschuwen dat natuur en landschap de dupe worden van `bestuurlijke versnippering'. Anderen zien de decentralisatie wel zitten, maar betwijfelen of provincies geschikt zijn voor hun taak.

Minister Dekker probeert de Kamer en verontruste burgers gerust te stellen. ,,Het is niet zo dat wij geen regie hebben.'' Het rijk gaat onderzoeken wat de provincies er in de praktijk van terecht brengen, belooft ze de Kamer. Om te beginnen wordt gecontroleerd op de basiskwaliteit van de ruimte, dat wil zeggen naleving van alle regels voor milieu, veiligheid, waterberging, bodem. Een strenge controle. ,,Waar sprake is van weigering of niet voldoen aan de vereisten die de afzonderlijke regels stellen zal handhavend richting verantwoordelijk bestuur worden opgetreden'', schrijft Dekker aan de Kamer. Verder ontwikkelt ze samen met de provincies en het Ruimtelijk Planbureau (RBP) een methode om de `ruimtelijke kwaliteit' te toetsen. Provincies moeten zorgen dat er voldoende woningen binnen de stad worden gebouwd. Ze moeten de twintig nationale landschappen zorgvuldig inrichten. De ecologische hoofdstructuur, een keten van natuurgebieden, mag niet in grootte worden aangetast. Dekker: ,,Als daar een recreatiebedrijf in ligt, kan het niet uitbreiden. Een alternatief is om elders die uitbreiding toch mogelijk te maken.'' Ook deze toetsing is niet vrijblijvend. ,,Wanneer blijkt dat de beoogde effecten in onvoldoende mate worden gerealiseerd, zal dit kunnen leiden tot bijstelling van het beleid.''

De provincies worden intensief begeleid. Er komen ,,vaardigheidstrainingen''. Een digitaal informatiepunt is in de maak. De provincies hebben bij het rijk veertien voorbeeldprojecten ingediend waarbij lokale overheden, burgers en projectontwikkelaars meer macht krijgen.

Dit alles wil niet zeggen dat de rijksbemoeienis toch weer via de achterdeur binnenkomt. Geen sprake van, zegt Dekker. ,,De nieuwe sturingsfilosofie stáát. Dat is ongelooflijk belangrijk.'' Het rijk, legt ze uit, bemoeit zich vooral met regio's die het kabinet van nationaal belang acht. Dat zijn de economisch belangrijke regio's zoals de Randstad, maar ook het Groene Hart en Twentestad. ,,Ieder gebied heeft z'n eigen economische signatuur. Het is zaak de sterke punten van zo'n gebied uit te buiten.'' Zelf coördineert Dekker plannen voor de zuidelijke Randstad, minister Peijs (Verkeer en Waterstaat) neemt de noordelijke Randstad onder haar hoede, minister Veerman (LNV) kan op het Groene Hart worden aangesproken en staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken) ontfermt zich over de kennisregio Zuidoost-Brabant. ,,Eén loket, dat is gemakkelijk voor de provincies.'' Maar de uitvoering van al die plannen is een zaak van de regionale overheden. ,,Als er morgen iets in de omgeving van Schiphol moet gebeuren, dan is de provincie aan zet.''

Het rijk, doceert Dekker, kan bij de ruimtelijke inrichting van Nederland drie dingen doen. Eén: interveniëren door streng te zijn of geld te geven. Twee: coördineren van beleid. Drie: faciliteren. ,,Dat laatste is hier het geval.'' De Wet op de ruimtelijke ordening wordt gewijzigd. Er komt een regeling voor planschade. En er komen regels voor grondexploitatie. Deze wijzigingen moeten provincies en gemeenten het werk vereenvoudigen. Dekker heeft de indruk dat de provincies er wel zin in hebben. ,,Ik heb gesprekken gevoerd met alle twaalf gedeputeerden van de provincies op het gebied van ruimtelijke ordening. Ik heb gezegd: `dit is jullie kans'. Als er één terrein is waar provincies zich kunnen profileren, dan is het dit.''

    • Arjen Schreuder