De pinguïn moet weer leren vliegen

Vissers, zeelieden en ecotoeristen zitten de pinguïn steeds meer in de weg. Over 50 jaar is de pinguïn misschien uitgestorven, concluderen 150 pinguïnologen die zich de afgelopen dagen in Vuurland verzamelden. `Hoe kun je niet totaal verliefd worden als je een pinguïn ontmoet?'

Het zijn niet bepaald de simpelste vragen waar de ruim honderdvijftig pinguïnologen zich over buigen. In een oord dat ze hier aanduiden als ,,het einde van de wereld'' en gezeten in de versleten, zwarte lederen zetels van Vuurlands enige bioscoop in Ushuaia, cine Packewaia, stoeien ze vijf dagen lang met de meest uiteenlopende kwesties.

Waarom gaan vrouwelijke, niet broedende macaronipinguïns andere, wel broedende vrouwtjes soms zeer agressief te lijf wanneer de mannetjes een paar dagen van huis zijn om te eten?

Hoe is het toch mogelijk dat een pinguïn na dagen op zee altijd probleemloos zijn partner terug kan vinden in een kolonie van soms honderdduizenden identiek ogende en roepende soortgenoten?

En waarom is het tweede ei van de grote kuifpinguïn die leeft op de Bounty- en Antipodeseilanden ten zuiden van Nieuw-Zeeland gemiddeld vijfenzeventig procent dikker dan het eerste ei? En waarom is dit ei wit en niet groen zoals het eerste legsel?

Van die dingen.

Na elke uitbundig geïllustreerde en computergestuurde voordracht zijn de laatste twee concluderende zinnen van de hooggeleerde biologen vrijwel identiek. Er moet nog veel onderzoek worden verricht. En hopelijk kan ik over vier jaar meer vertellen.

Over vier jaar komen ze namelijk wederom bij elkaar. Het zijn de Olympische Spelen van pinguïnologen die de afgelopen dagen in het uiterste zuidelijke puntje van Patagonië voor de vijfde keer zijn gehouden. De allerbeste biologen uit de hele wereld, die zich doorgaans maandenlang op de meest afgelegen plekken van het zuidelijk halfrond ophouden om pinguïns te bestuderen, verzamelen zich dan om de actuele stand van zaken door te nemen. En ook dat doen ze het liefste weer op een zo ver mogelijk van het normale leven verwijderde plek. Want halverwege het congres moeten ze even naar buiten. Dan maken ze een tochtje. Dan gaan ze pinguïns bekijken.

Rechte lijn

In negenenzestig redevoeringen bespreken de wetenschappers het wel en wee van de pinguïn. En wat opvalt is dat pinguïndeskundigen gekke dingen doen om een antwoord te vinden op hun wetenschappelijke vragen. De Amerikaanse bioloog Paul Nolan wil bijvoorbeeld weten in hoeverre de kenmerkende geel-oranje vlekken die de koningspinguïn heeft op zijn borst, op zijn kop en op zijn snavel bepalend zijn voor het succes van de vogel bij het vinden van een partner. Bij vijftig mannelijke koningspinguïns heeft hij daarom de prachtig gekleurde vlekken verkleind door ze met ,,een niet-giftige zwarte stift'' te bewerken. De eerste resultaten suggereren dat de pinguïns met weinig kleur meer tijd nodig hebben om een partner te vinden waarmee ze kunnen paren. Maar voor definitieve gevolgtrekkingen is het te vroeg. Nolan wil nu proberen bij sommige pinguïns de uitbundige geel-oranje vlekken juist te vergroten om te zien wat dan het effect is. Maar hoe kleur je de zwarte veren van ,,these guys'' geel-oranje?

Bioloog Francis Brown uit Seattle heeft een ander mysterie opgelost. Neemt een pinguïn de kortste weg als hij naar huis loopt, wilde hij weten. Hij deed zijn studie in Punta Tombo aan de Argentijnse Patagonische kust onder de Magelhaenpinguïns. Zij broeden in een heuvelachtig, obstakelrijk terrein met manshoge struiken. ,,Pinguïns zijn niet de meest gracieuze lopers en gebruiken lopend relatief veel energie. Veel meer dan een gans of een kalkoen. Gaan ze daarom zigzaggend naar hun nest om niet te stijl te hoeven klimmen of lopen ze in een rechte lijn naar huis?''

Brown bestudeerde 105 pinguïns. Hij volgde vanaf het strand de lopende vogels die zich met een gemiddelde snelheid van 25 centimeter per seconde voortbewegen en noteerde onderweg met hulp van een satelliet-positioneringsysteem steeds hun exacte coördinaten. Op de grafische weergave van al die marsen is de conclusie overduidelijk. Bij een obstakel loopt hij er even omheen, maar voor de rest waggelt de vogel direct naar zijn bestemming. ,,Pinguïns zijn ontzettend doelgericht'', zegt Brown.

Bezeten

Er zijn waarschijnlijk maar weinig wetenschappers die zo gehecht zijn aan hun studiesubjecten als pinguïndeskundigen. Een liefhebber van pinguïns staat ermee op en gaat ermee naar bed. Natuurkundige Peter Barham van de Universiteit van Bristol heeft inmiddels ruim tweehonderd verschillende stropdassen met pinguïns, maar hij zegt van zijn meegereisde vrouw Barbara dat zíj pas écht ,,totaal bezeten'' is van pinguïns. Hun inmiddels gerealiseerde levensdoel was om alle zeventien pinguïnsoorten in hun natuurlijke omgeving te bekijken.

Zoals veel congresgangers dragen de Barhams steeds pinguïnkleren, T-shirts met pinguïns en ook vesten en trainingsbroeken met pinguïnmotief. Alle congresgangers krijgen bij hun inschrijving bovendien een nylontas met pinguïnlogo plus een T-shirt met aan beide zijden een pinguïn. En op het katheder voor in de bioscoop staat een met water gevulde pinguïntheepot.

De drie biologen uit Engeland, Schotland en Tasmanië met wie ik ga lunchen praten tijdens het eten aan één stuk door geanimeerd over de raarste vogels die ze ooit hebben gezien: een albino keelbandpinguïn, een koffiekleurige Galapagospinguïn of een volledig zwarte koningspinguïn. Ondertussen eten ze een veel te grote pizza. Met ansjovis. ,,Want dat eten pinguïns ook.''

,,We zijn een ongewone groep mensen'', zegt pinguïnbiologe Dee Boersma van de Universiteit van Washington in Seattle. De Amerikaanse hoogleraar, uit een familie met hele oude Groningse wortels, geldt als een van de kopstukken onder de pinguïnologen. ,,Pinguïns zijn mijn passie. Ze hebben persoonlijkheid. De vogels hebben karaktereigenschappen waarmee je je kunt identificeren. Ze zijn sympathiek'', zegt Boersma.

,,Het zijn net mensen. Alleen gaan ze een stuk beter gekleed'', zegt de grondlegger van de vierjaarlijkse pinguïnconferentie, Lloyd Davis, bioloog van Universiteit van Otago in Nieuw Zeeland. Pinguïnologen lopen daarom geheel met ze weg. ,,De biologen zijn bereid op hele gekke plekken te gaan werken. Ze vinden het niet erg om ver van huis ontberingen te doorstaan'', aldus Davis.

,,Neem nou deze plek'', zegt Boersma terwijl we tijdens een boottochtje in de omgeving van Ushuaia een akelig winderig, rotsig eilandje passeren vol met aalscholvers en zeehonden. ,,Elke pinguïnoloog is desgevraagd bereid om op dit eilandje te gaan wonen. Wij houden ervan om in de onaangetaste natuurlijke wereld te verblijven.''

Soms zelfs slaat op latere leeftijd de betovering onverbiddelijk toe. Alan Clark (44) was een doodnormale, succesvolle partner van het prestigieuze advocatenkantoor Preston, Gates & Ellis in Seattle. Hij behartigde onder andere de juridische belangen van Microsoft, maar wist ook alles over wetgeving betreffende bedreigde diersoorten. In het kader daarvan bekeek hij in Nieuw Zeeland wat de wetgeving in de praktijk betekende voor het werk van biologen. En tijdens die oriëntatiereis stond hij op een dag oog in oog met de geeloogpinguïn!

,,En hoe kun je niet totaal verliefd worden als je een pinguïn ontmoet'', merkte Clark. De advocaat ging biologie studeren, zegde zijn baan op en zit nu al zes zomers lang op het strand van Patagonië met een richtmicrofoon de geluiden op te nemen van Magelhaenpinguins in de hoop hun communicatie te doorgronden. ,,Vroeger was ik alleen maar bezig steeds meer geld te verdienen voor ons kantoor. Nu ben ik gelukkig.''

Blauwbekken

De pinguïn is een vogel die zo'n 55 miljoen jaar geleden besloot niet meer te vliegen. Het vermoeiende opstijgen was niet langer nodig. Het voedsel lag immers voor het oprapen. De pinguïn kon de visjes en garnalen zo opduiken. Bovendien zijn er op de afgelegen stukken land op het zuidelijk halfrond waar de pinguïn verblijft geen roofdieren die hem naar het leven staan. En dus vliegt de pinguïn nu, sturend met zijn flippers, als een raket sierlijk door het water.

De mens mag dan totaal vertederd raken door pinguïns, de vraag is of de liefde wederzijds is. Op de rustdag van het pinguïncongres varen de biologen twaalf uur lang in een zware storm in het Beaglekanaal. Op deze aan beide kanten door reusachtige bergen omringde toegangsweg naar Antarctica waait en sneeuwt het. De biologen staan evenwel onverstoorbaar grote delen van de dag buiten op het dek van de Catamaran met de verrekijker in de aanslag te blauwbekken in de hoop een pinguïn te kunnen verschalken.

Vlak voor zonsondergang worden twee ezelspinguïns gesignaleerd op het strand van het eiland Martillo. Maar als ze de aanstormende groep fotograferende pinguïnologen ontwaren, poept het pinguïnpaar van schrik een halve cirkel en zet het resoluut op een lopen. Ze verdwijnen tussen de sneeuwvlokken.

Pinguïns houden niet van mensen, zeggen pinguïnologen desgevraagd. ,,Ze tolereren ons'', zegt Heather Urquhart die met pinguïns werkt in het zeeaquarium van Boston. ,,Ze staan onverschillig ten opzichte van ons'', meent Dee Boersma. En soms, als pinguïns slechte ervaringen met ze hebben, haten ze de mens regelrecht. ,,Ik heb Humboldtpinguïns van de allerhoogste rotsen zien springen bij het naderen van mensen'', zegt biologe Patricia Majluf uit Peru, een land waar op pinguïns wordt gejaagd.

Uit een groot deel van de lezingen blijkt dat pinguïns ook alle reden hebben voor een hartgrondige hekel aan de mens. De pinguïn zou er verstandig aan doen zo snel mogelijk weer te leren vliegen. Het beest zou moeten wegflapperen naar een plek ver buiten bereik van de mens. Maar waar is een pinguïn vandaag de dag nog veilig?

,,De pinguïns zijn in grote moeilijkheden. Vooral de situatie van de pinguïns die buiten het zuidpoolgebied in meer gematigde zones leven is alarmerend'', zegt de Amerikaanse professor Boersma. Met het bestuderen van de pinguïn waarin ze zich aanvankelijk verdiepte, de meest noordelijk levende Galapagospinguïn, stopte ze omdat de vogel nauwelijks nog te zien was. Er zijn er nog maar een paar duizend van. Nu stort ze zich al jaren op de Magelhaenpinguïn in Argentinië, maar ook die populatie is de laatste vijftien jaar met zo'n twintig procent gedaald tot circa tweehonderdduizend exemplaren.

De vervuiling van de zee speelt de pinguïn parten. Hij raakt besmeurd met olie en krijgt zelfs op de meest verafgelegen plekken nog plastic, pcb's of andere smerige stoffen binnen. ,,Walvissen en pinguïns zitten vol met gif'', zegt Boersma.

Een ander groot probleem is de klimaatverandering. El Niño, de regelmatig terugkerende opwarming van de Stille Oceaan, heeft grote negatieve gevolgen voor het voedsel van de pinguïns. De temperatuur in hun leefgebieden stijgt. ,,Op plekken waar het vroeger sneeuwde, regent het nu. Jonge pinguïns worden zo nat van de regen dat ze soms massaal aan longontsteking sterven'', aldus Boersma.

Door het broeikaseffect is op Antarctica in 2000 een driehonderd kilometer lange en veertig kilometer brede ijsschots losgebroken. De Amerikaanse bioloog Gerry Kooyman toonde er satellietfoto's van. De inmiddels in stukken uiteengevallen ijsberg – de grootste ter wereld – vernietigt broedgebieden van de keizerpinguïn en belet de vogels hun normale routes te volgen. Foto's van uitgehongerde, dode, op het ijs in elkaar gezakte keizerpinguïns – 1,15 meter lange prachtige vogels – illustreren het dierendrama dat zich daar afspeelt. ,,En het leed is nog steeds niet voorbij'', aldus Kooyman.

In Vuurland zijn ook studies gepresenteerd waarin letterlijk is gemeten hoe pinguïns reageren op mensen. In Zuid-Afrika bijvoorbeeld worden steeds meer pinguïnkolonies opengesteld voor menselijke bezoekers. Biologe Marienne de Villiers van de Universiteit van Kaapstad bestudeerde hoe de broedende zwartvoetpinguïn het zogeheten ecotoerisme ervaart. Op Dasseneiland verwijderde ze de eieren uit negentien nesten en liet die kunstmatig door een machine warm houden. In het nest van deze pinguïns plaatste ze twee nepeieren die voorzien waren van sensoren en opname-apparatuur.

Uit de registraties blijkt dat de hartslag van pinguïns bij het naderen van mensen snel en fors stijgt. Vier van de negentien pinguïns waren tien minuten na vertrek van de bezoekers nog overstuur. Een enkele zwartvoetpinguïn verliet na de confrontatie met een mens van de weeromstuit zijn nest.

Publiekstrekker

De Villiers vindt dat grote voorzichtigheid is geboden bij het voor mensen toegankelijk maken van pinguïnkolonies. Maar ze vreest dat de ontwikkeling niet meer is terug te draaien. Ecotoerisme is een groeiende en financieel aantrekkelijke industrie. Ze heeft becijferd dat met de twee dollar die een toerist moet betalen om de kolonie binnen te kunnen elke Zuid-Afrikaanse pinguïn – die zo'n 25 jaar oud wordt – in zijn leven ongeveer 1.250 dollar binnenhaalt.

Maar er wordt nog veel meer verdiend aan pinguïns. Ushuaia is een goed voorbeeld. Steeds meer mensen vestigen zich aan het einde van de wereld omdat er onder andere als gevolg van toerisme een goede boterham is te verdienen. In Ushuaia woonden zo'n 25 jaar geleden nog maar een paar duizend mensen. Nu is het een van de snelst groeiende steden ter wereld, met inmiddels 60.000 inwoners. De hoofdstraat Avenida San Martín is een lang lint vol souvenirwinkeltjes. Ook wemelt het van de reisbureaus die tochten naar de Zuidpool aanbieden.

Op het pinguïncongres spraken ook pinguïnverzorgers van verscheidene dierentuinen. ,,Vooral de laatste tien jaar stijgt de belangstelling voor pinguïns gigantisch'', zegt Urquhart uit Boston. ,,Het zijn grote publiekstrekkers.'' Op het Australische Phillipeiland is iedere avond een voor bezoekers toegankelijke parade van de dwergpinguïn te zien. Jaarlijkse omzet 5 miljoen dollar. Ook de zoo van Edinburgh heeft een dagelijkse pinguïnoptocht. De dierenarts van deze zoo, Romain Pizzi, vertelde in Vuurland dat helaas steeds meer pinguïns er steeds jonger sterven. ,,Ik sluit niet uit dat ze sterven door de stress die al het bezoek oplevert.''

Waarschijnlijk het allergrootste gevaar voor de pinguïn is de visserij. Natuurbeschermers toonden in Ushuaia 's nachts gemaakte satellietopnamen van Zuid-Amerika. Op de foto's lichten steden op als Sao Paulo, Rio de Janeiro en Buenos Aires. Maar ook zo'n honderd kilometer voor de kust is een honderden kilometers lange verticale streep licht te zien. Dat zijn vissersschepen.

Aan de andere kant van het continent, voor de Peruaanse kust, is visserij eveneens een omvangrijke industrie geworden. De Peruaanse vissersvloot is inmiddels, na die van China, de grootste ter wereld. Jaarlijks wordt er minimaal tien miljoen ton vis gevangen. Dat is voor 95 procent ansjovis – het voedsel van de enige daar levende pinguïnsoort, de Humboldt.

Pinguïns raken hier regelmatig verstrikt in visnetten. Voor de kleine vissers, die hooguit een paar mijl uit de kust vissen, is de pinguïn bovendien een leuke bijvangst. ,,Ze houden pinguïns als huisdieren omdat ze denken dat hij geluk brengt'', vertelt biologe Majluf. Voor Peruanen is de pinguïn ook een stevige maaltijd. Ze marineren hem dagenlang en serveren hem dan als `kip van de zee'. ,,Hij is erg taai en smaakt vreselijk vissig'', vertelt Majluf die één keer een door een visser aangeboden pinguïn heeft geconsumeerd.

De Peruaanse biologe is door El Niño en de nog steeds groeiende visserij pessimistisch gestemd. ,,Het is niet onwaarschijnlijk dat de pinguïn over een jaar of vijftig niet meer bestaat'', zegt Majluf. ,,De fundamentele vraag is of mensen in staat zullen zijn zichzelf nog beperkingen op te leggen. Als dat niet zo is, ziet het er heel somber uit voor de pinguïn'', beaamt ook Boersma.

Alleen hun Nieuw-Zeelandse collega Lloyd Davis denkt niet dat de pinguïn ten dode is opgeschreven. ,,De mens kan de pinguïn in vijftig jaar uitroeien, maar er ook voor zorgen dat de vogel nog vijftig miljoen jaar vooruit kan. Er is nog een uitweg. Dat geeft hoop.''

    • Marcel Haenen