De krant antwoordt

1Een compliment is leuk om te krijgen, maar een kritische terugblik is hier ook op z'n plaats. De beslissing om dit jaar geen embargo-overeenkomst te tekenen leidde er automatisch toe dat de redactie op eigen nieuwsgaring was aangewezen. We zouden immers gisteravond geen stukken van de RVD in ontvangst mogen nemen, niet dit weekend kunnen deelnemen aan de vertrouwelijke persconferenties van het kabinet en (in ruil voor deze extra tijd en toegang) pas dinsdagavond mogen publiceren. Over onze motivering om het dit jaar anders te doen schreef ik een commentaar in de krant van donderdag. Kort samengevat: zo'n lang embargo is in een tijd van snelle media achterhaald. Vier dagen in geheim conclaaf met de politiek past ook niet meer bij de plaats die de pers hoort in te nemen. Journalistiek is het niet meer nodig omdat de stukken al zoveel bekende informatie bevatten. En politiek is prinsjesdag al lang geen officieel begin meer maar eerder een soort feestelijke onderbreking van het lopende politieke debat. De onlangs nog aangescherpte vierdaagse geheimhoudingsplicht begon mij dus te knellen. Dan maar liever alle informatie pas volgende week. Of op eigen kracht zo veel mogelijk zo vroeg mogelijk.

Afgelopen woensdagmiddag haalde de politieke redactie gelukkig al een zeer recente versie van de miljoenennota boven water, waarvan het nieuws 's avonds op nrc.nl verscheen. De krant van donderdag opende ermee. Gisterochtend kreeg de Haagse redactie alle andere begrotingshoofdstukken in handen, waarvan de weerslag in de krant van vrijdag te lezen viel. Ook op de voorpagina van vandaag staat begrotingsnieuws. Op de binnenlandpagina's waren de afgelopen dagen eveneens ruimschoots achtergrond- en analyse-stukken te lezen. Voor de goede orde: hiermee werd dus geen embargo geschonden. Embargo's zijn vrijwillig. Een krant mag meedoen, maar hoeft niet. Hooguit werd met de stap om dat niet te doen aan een door sommigen aan het Binnenhof lang gekoesterde sociale gewoonte een einde gemaakt.

Op de begrotingsbijlage na, die gewoon op prinsjesdag zal verschijnen, is de berichtgeving over de inhoud van de stukken dit jaar dus feitelijk al klaar. Een paar dagen eerder dan gebruikelijk. Ik zie ook wel dat prinsjesdag daar verder aan betekenis door inboet, maar de krant dient toch vooral de openbaarheid en het debat. Naar de motieven van degenen die ons met de stukken hebben geholpen moet ik raden. Betaald is er uiteraard niet. Dat past niet bij onze krant. `Chequeboekjournalistiek' is volgens ons stijlboek expliciet verboden. Dat er eigen politiek belang bij bronnen een rol speelt, mag veilig worden aangenomen. Daar maakt geen enkele (politieke) journalist zich illusies over. Dat vind ik ook niet per definitie laakbaar, zolang journalisten zich maar rekenschap geven van die belangen en ze bij het schrijven meewegen. Vertrouwelijke informatie, zo zegt ons stijlboek, publiceren we niet automatisch. ,,Er moet een definieerbaar journalistiek belang mee zijn gediend.'' Dat belang ligt bij de informatieplicht die de krant heeft ten opzichte van de lezer. In de beginselen van de krant staat het zo: ,,Het is ons doel de lezers in de eerste plaats de ruimst mogelijke informatie te geven, op grond waarvan zij dan zelf hun eigen mening kunnen vormen.'' Aan hen zijn die vier dagen extra leestijd beter besteed.

    • Folkert Jensma