De hele dag bezig met lobbyen en masseren

De Europese Commissie heeft duizenden beleidsambtenaren in dienst. Onder hen vele Nederlanders. Zij spreken hun talen, zijn niet diplomatiek en worden high als een voorstel door de Commissie wordt overgenomen.

Het is kwart voor twaalf in de ochtend. Voor het bureau van Gerard de Graaf op de vijfde verdieping van het kantoor van de Europese Commissie, staat een kleine Brit. Hij zwaait met een nota over normalisering van Europese producten en wil een afspraak maken om die in een vergadering te bespreken. Gerard de Graaf, afdelingshoofd van het directoraat-generaal Interne Markt in Brussel, schudt zijn hoofd. ,,Stuur die nota rond'', zegt hij. ,,Horen we niets dan gaat-ie zo naar Bolkestein. Komt er kritiek dan kunnen we altijd nog een meeting beleggen. Zo weinig mogelijk meetings graag.''

De Nederlander Gerard de Graaf (42) is Europees ambtenaar. Hij is beleidsambtenaar en speechschrijver van Europees commissaris Frits Bolkestein. Hij moet opletten dat hij niet `té assertief' is. Uit de persoonlijkheidsanalyses die hij in zijn leven heeft gedaan, blijkt steeds: `je bent te ongedurig. Je bent geen ambtenaar'. ,,Je moet hier de hele dag mensen overtuigen, beïnvloeden, masseren'', zegt De Graaf. ,,Nederlanders doen juist het tegenovergestelde: ze zijn niet diplomatiek, ze gooien bommetjes. We moeten ons inhouden.''

Aan de andere kant. Hij denkt aan de Brit met de zwaaiende nota. ,,Neem een ambtenaar aan en hij begint een memo te schrijven. Elk documentje rechtvaardigt een meeting. De Europese Commissie heeft 4.000 tot 5.000 beleidsambtenaren in dienst. Het is een organisatie als een paard. Die moet je voortdurend opzwepen.''

Wat vaak voorkomt is dat het directoraat-generaal – het Europese equivalent van een ministerie – Interne Markt botst met andere directoraten-generaal, zoals Ondernemingen. Interne Markt is voor de vrije marktwerking in de EU, voor meer concurrentie. Ondernemingen wil bedrijven juist beschermen. Iedere fabrikant van auto-onderdelen zou een motorkap moeten kunnen maken die op een Peugeot 406 past, vindt Interne Markt. Die motorkap is nu design-protected. Dat kan niet, zegt Ondernemingen. ,,Straks gaan de Chinezen met onze BMW-onderdelen aan de haal. Straks bouwen ze rond een BMW-motor een hele eigen auto.''

Jaarlijks gaan zo'n zeshonderd voorstellen die met de Europese markt te maken hebben naar de Europese Commissie. Vijfhonderd daarvan passeren Gerard de Graafs afdeling zonder problemen. Ongeveer dertig voorstellen worden tegengehouden. Pasgeleden was er het plan in de Franse Elzas een wetenschappelijk themapark te openen. De Franse overheid had staatssteun aan het park betaald, maar themaparken in de omgeving kwamen in opstand. Zij vreesden voor concurrentievervalsing. ,,Daar waren wij het mee eens'', zegt De Graaf. ,,We hebben de komst van het park geblokkeerd, totdat we van de Franse overheid de garantie kregen dat ze de Europese regels zouden respecteren.''

Gerard de Graaf is lang en blond, een tuinderszoon uit het Westland. ,,Mijn vader was de grootste ambtenarenhater. Ambtenaren spelen een spel, vond hij. Daarom kijk ik in mijn existentiële buien uit het raam. Ik vraag: waar doe ik het voor? Dan antwoord ik: om het leven van de burger te verbeteren. En dat kan, want Interne Markt heeft in tien jaar 2,5 miljoen banen geschapen.''

Gerard de Graaf werkt dertien jaar bij de Europese Commissie en hij weet dat hij er zijn hele leven zal blijven. ,,Misschien word ik hierna wel ambassadeur in Fiji.'' In 1988, na zijn studie sociale geografie, begon hij met 17.000 concurrenten uit alle Europese landen aan een `concours', een twee jaar durend examen. Nog geen twintig deelnemers zouden worden aangenomen. De Graaf sprak Engels, Frans en Duits en hij had zich goed voorbereid. Hij schreef een essay over wat er schortte aan het Europese ontwikkelingsbeleid.

Hij begon als A8, assistent-administrateur, de laagste ambtelijke rang. Nu is hij A4 – het middenmanagement. Tussen 1997 en 2001 woonde hij met zijn Belgische vrouw in Washington, waar hij de handelsbetrekkingen tussen Europa en de Verenigde Staten probeerde te verbeteren. Tegenwoordig woont hij met zijn gezin in de Brusselse voorstad Oudergem.

Gerard de Graaf houdt van metaforen. De Europese Commissie als boksbal is favoriet. De Europese wet- en regelgeving noemt hij `een koraalrif'. Ingewikkelde probleemstellingen brengt De Graaf `als een walvis die het plankton uit het water zeeft' terug tot een A4-tje. ,,Een zin moet juist zijn, maar ook impact hebben'', zegt hij. Dat heeft hij in Washington geleerd. ,,Amerikanen kunnen dat, in soundbits praten. Ze zien er ook goed uit. Veel Europese ambtenaren en politici zijn te timide en te complex.''

Het is lunchtijd. Samen met collega afdelingshoofd Jeroen Hooijer, ook Nederlander, eet De Graaf een pizzaatje bij La Braccia. Er wordt een mengelmoes van Frans, Italiaans en Engels gesproken. Gespreksonderwerp is de macht van het middenkader bij de Europese Commissie. ,,Nederland is te veel gefixeerd op politieke benoemingen, op het leveren van de directeur-generaal'', zegt Hooijer. ,,Terwijl de jonge medewerkers, de A-7's vaak veel belangrijker zijn. Zij barsten van de energie, de creativiteit. Zij schrijven de wetsvoorstellen en de speeches, zij doen het conceptuele werk.''

,,Ga maar eens in de parkeergarage kijken na 19.00 uur 's avonds'', zegt De Graaf. ,,Alleen hun auto's, de middenklassers, staan er nog. Dat zijn 60 van de 470 mensen die bij Interne Markt werken.''

,,Een paar jaar geleden heb ik op mijn computer de vrijwaringsmaatregel geschreven'', zegt Hooijer. Die noodmaatregel bepaalt dat ondermaatse diensten en producten uit de tien landen die tot de Europese Unie toetraden van de Europese markt kunnen worden geweerd. ,,Die is voor 99 procent door de commissie overgenomen. Ik was high!'' De Graaf: ,,In 1991 nam mijn baas me mee naar de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors. We stonden in zijn werkkamer en keken naar buiten. `Laten we eens vooruitkijken', zei hij. `Over een jaar hebben we een Interne Markt, over tien jaar één munt. Dan op naar één groot Europa'. Ik luisterde die middag met open mond, ik was erbij! Ik weet hoe het voelde. Dan gaat het niet om rollen wc-papier.''

De Europese Commissie draait volgens De Graaf op Nederlanders, Duitsers, Britten en wat Fransen. ,,Je weet wat je aan ze hebt. Britten hebben de common sense. Duitsers denken logisch. Alleen de Fransen vind ik moeilijk te volgen. Hun gedachtegang kronkelt maar door, daar heb ik geen geduld voor.''

Hooijer: ,,In de Europese Commissie luistert niemand naar elkaar.''

De Graaf: ,,Het is surrealistisch. Soms denk ik: wat zijn eigenlijk de conclusies? Er zijn zoveel mensen die het niet eens kunnen zijn met een voorstel. Het is net zwemmen in yoghurt. Voor veel ambtenaren gaat het al lang niet meer om de inhoud. Zij zijn al tevreden met het predikaat `the minister was satisfied'.''

Hooijer: ,,Wat helpt is van tevoren bellen met andere directoraten-generaal. Of je laat de minister van een lidstaat een brief schrijven.''

De Graaf: ,,Je schetst de betrokkene wat hem boven het hoofd hangt. Zo kun je hem overtuigen, of je zet hem onder druk: dit voorstel moet nú naar de Raad. Ga jij maar aan de ministers uitleggen waarom er geen voorstel ligt. Het komt aan op tact. Je kunt niemand beschadigen, want je hebt hem nog eens nodig.''

Gerard de Graaf werkt meer dan de 38,5 uur die zijn arbeidscontract voorschrijft. Hij is tot 20.00 uur op kantoor, leest 's avonds dossiers en hij e-mailt op zondag. Jeroen Hooijer begint om half negen en gaat vroeger naar huis om nog wat tijd met zijn drie kinderen door te kunnen brengen. Hij wordt zelden thuis gebeld. De Graaf: ,,Als er een briefing moet worden geschreven, kan ik niet zeggen: ik moet Assepoester voorlezen. Ik voel me solidair.''

Op zijn kamer zitten aan het einde van de middag twee Nederlandse ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken in Den Haag. Ze komen een `informeel diner' voorbereiden waar zowel drie commissarissen, onder wie Bolkestein, als minister Brinkhorst en oud-premier Wim Kok zullen aanzitten. Het idee komt van Brinkhorst. Het gespreksonderwerp luidt: `concurrentiekracht en betere regelgeving'. Dat is een ingewikkeld onderwerp, want het directoraat-generaal Interne Markt wil liever zo weinig mogelijk regulering, terwijl andere DG's aan een wijdvertakt stelsel van regels werken. In tien jaar tijd zijn er veel vruchteloze debatten over gevoerd.

De twee Nederlanders twijfelen over de cocktail voorafgaand aan het diner en het aanvangstijdstip. Dan zegt Gerard de Graaf: ,,Maar wat wil je eigenlijk bereiken? Je krijgt het moeilijk, want je moet ook de Italianen en de Fransen meekrijgen. Je komt in de risicozone. Je komt in de hurricane-zone. Iedere wetsregel heeft zijn eigen lobbygroep en die zijn binnen vijftien minuten gemobiliseerd. Wil je dat Brinkhorst en andere ministers een duidelijke stelling innemen?'' ,,Nee, nee'', haast de woordvoerder van de twee te zeggen. De Graaf: ,,Bolkestein is allergisch voor discussies die zich op tien kilometer hoogte afspelen. En hij is toch al niet dol op diners. Hij gaat zich dood zitten vervelen.''

,,We zijn ambitieus'', zegt de woordvoerder. ,,Bolkestein moet het gevoel hebben dat er wat gedaan wordt.'' Als de twee ambtenaren de kamer weer hebben verlaten, zegt De Graaf: ,,Bolkestein zal zeggen: `it's all a waste of time'.'' Hij pakt zijn tas in en vertrekt naar zijn auto in de parkeergarage.