De Domme Rest

Oost-Duitsland is nog niet tot bloei gekomen.

En dat zal de komende jaren ook niet gebeuren, liet de Duitse president onlangs weten. Iedereen die wat in zijn mars heeft, trekt weg. Morgen zijn er verkiezingen in Brandenburg en Saksen. ,,Neonazi's in het parlement – ook dat is Oost-Duitsland.'

Dit is een verhaal over een land dat eigenlijk niet bestaat. Een land dat niet op de kaart voorkomt, geen leger heeft en geen vlag. Een land, midden in Europa, waar 17 miljoen mensen wonen die dezelfde taal spreken, die een gezamenlijk verleden hebben en die in barre tijden steun bij elkaar zoeken. Een imaginair land.

Oost-Duitsland is geen staatkundige eenheid. Zes, onderling zeer verschillende, deelstaten met een eigen politieke kleur maken er de dienst uit. Oost-Duitsland is ook geen regio. De geografische en historische verschillen zijn daarvoor te groot. Hanzestad Rostock aan de Oostzee doet in niets denken aan Goethe-stad Weimar in Thüringen. Oost-Duitsland is een geestelijke constructie, waarmee een meerderheid van de bewoners in het gebied van de voormalige DDR zich verbonden voelt.

Soms komt dit land in het nieuws. De berichten zijn dan niet vleiend. Hang naar nostalgie. Geweld tegen buitenlanders. Ontevredenheid. Hoge werkloosheid.

Toch is het een land met charme. Oost-Duitsland heeft een landelijke kuststreek in het noorden, romantische zandsteenplateaus in het oosten en rollende heuvels in het zuiden. Het is een land van meren waar plezierjachten nog geen files vormen, van kale vlaktes met een bijna ascetische schoonheid en van uitgestrekte, stille dennenbossen. Knalgele velden kondigen er de zomer aan. In de winter komen de reeën in kleine kuddes tot aan de snelweg.

Het is een modern land. De infrastructuur is uitmuntend. Glasvezelkabels en snelwegen zijn in topconditie. Snelle treinen verbinden grote en zelfs tamelijk kleine steden met elkaar. De reiziger wordt overal ontvangen op nieuwe perrons, waar fraaie beeldschermen meestal melden dat de treinen op tijd zijn. Universiteiten en ziekenhuizen zijn goed geoutilleerd.

Op erfgoed is men zuinig. Steden en dorpen beschikken vrijwel zonder uitzondering over een gerestaureerd marktplein waar geraniums bloeien. Her en der herinneren opgepoetste burchten, patriciërshuizen en Jugendstilgevels aan roemruchte tijden. Tradities worden gekoesterd. Op Hemelvaartsdag, bijvoorbeeld, krijgen de mannen er vrij om zonder vrouw en kinderen, maar met een krat bier de natuur in te trekken. Rivieroevers en wandelroutes vormen dan het decor voor beschonken joligheid op mannelijke schaal.

Dezer dagen is het onrustig in Oost-Duitsland. Op zes achtereenvolgende maandagen liepen tienduizenden betogers te hoop tegen de verlaging van werkloosheidsuitkeringen. De uitkeringen gaan weliswaar in heel Duitsland omlaag, maar in het oosten is de werkloosheid met 20 procent nu eenmaal twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. De demonstraties zijn inmiddels over hun hoogtepunt heen, het verzet groeit niet uit tot een volksopstand. Maar de ontevredenheid blijft. En zoekt een uitlaatklep. Morgen zullen socialisten en rechts-extremisten bij regionale verkiezingen hoogstwaarschijnlijk een riante winst boeken.

De Partei des Demokratischen Sozialismus (PDS), twee jaar geleden al eens doodgewaand, staat aan de vooravond van een grandioze comeback. In deelstaat Brandenburg, voorspellen opiniepeilingen, zou de PDS wel eens de grootste partij kunnen worden. De rechts-extreme Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), vorig jaar ternauwernood aan een verbod door de rechter ontsnapt, staat op winst. Terwijl het ledental al jaren afneemt, zou de partij in deelstaat Saksen wel eens in de buurt van 10 procent kunnen komen. Neonazi's in het parlement – ook dat is Oost-Duitsland.

Solidariteit

De Oost-Duitsers delen hun staatshoofd met de West-Duitsers. Bondspresident Horst Köhler (CDU) heeft een ambt zonder formele macht. Zijn enige politieke instrument is het gesproken woord. Daarvan bedient hij zich met beduidend minder schroom dan zijn voorganger, de goedmoedige consensusmachine Johannes Rau. De econoom Köhler, voorheen directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), heeft zich voorgenomen zijn land te zeggen waar het op staat.

De Oost-Duitsers hield Köhler vorig weekeinde voor ogen dat er altijd regionale verschillen in welvaart zullen bestaan. Verschillen tussen noord en zuid, verschillen tussen oost en west. Het wegwerken van die verschillen door middel van subsidies zou toekomstige generaties met een onverantwoord grote schuldenlast opzadelen en is dus niet haalbaar. Die boodschap viel tussen Oostzee en Thüringen niet goed. Het oosten wordt al vijftien jaar zwaar gesubsidieerd en zal nog eens vijftien jaar miljarden ontvangen. Het zijn de West-Duitsers die al die glasvezelkabels hebben betaald. Op het Duitse belastingformulier staat naast de kolom `inkomstenbelasting' de kolom `solidariteitsheffing'. Bij een net inkomen kost die kolom al snel een paar honderd euro per jaar.

Köhler ging nog een stap verder. Indirect spoorde hij werkzoekenden in het oosten ook aan tot grotere flexibiliteit, tot grotere bereidheid om ter wille van een baan te verhuizen. Ook dat viel niet goed. Oost-Duitsland is eigenlijk een toonbeeld van flexibiliteit, zeggen de bewoners. Er is bijna niemand meer die nu hetzelfde doet als in 1989.

In Duitsland worden in hoog tempo taboes gebroken. De staat beloofde altijd een steeds hogere levensstandaard. Nu gaan, voor het eerst, de uitkeringen omlaag. De staat beloofde ook te streven naar gelijke welvaart tussen de regio's – er zijn zelfs twee artikelen in de Grondwet waarin je een plicht tot gelijke levensstandaarden kunt lezen. Nu zegt Köhler dat Duitsland die belofte niet kan waarmaken. Economen wisten dat al lang, maar uit de mond van het staatshoofd klinkt het toch anders.

Helmut Kohl, die zichzelf graag ziet als de vader van de Duitse eenheid, beloofde de nieuwe landgenoten destijds ,,bloeiende landschappen'. Aan die belofte klampte Oost-Duitsland zich vast. Deze week zei Kohl dat die uitspraak ook was ingegeven door de emotie van het moment.

Onder druk van de economische misère die heel Duitsland nu al jaren in de greep heeft neemt het onbehagen in Oost-Duitsland toe. Onder diezelfde druk stijgen ook de fricties tussen Oost-Duitsers en West-Duiters. Ook voordat Köhler heldere taal sprak, wonden de West-Duitsers zich al op over het gejammer van de Oost-Duitsers. De financiële solidariteit tussen het rijke westen en het arme oosten staat onder spanning nu ook het westen krap bij kas is. De burgemeester van Gelsenkirchen, stad met hoogste werkloosheid in het westen, wijst er regelmatig op dat zijn gemeente er zeer veel slechter aan toe is dan menige stad in het oosten. De Süddeutsche Zeitung constateerde al in april dat het debat over afgunst tussen oost en west weer oplaait: ,,De Westgoten vragen zich af of ze de Oostgoten inderdaad al dat geld in hun ... hadden moeten steken.'

Fabrieken: weg

Ontevreden Westgoten kunnen beter niet de trein nemen naar Wittenberge, een oud industriestadje in het noordwesten van Brandenburg. Het gloednieuwe station heeft het formaat van een klein vliegveld. De twee perrons zijn honderden meters lang, zodat de hogesnelheidstrein hier kan stoppen. Na een wandeling door de binnenstad vraagt men zich af waarom een HSL hier in hemelsnaam halt houdt.

Een oud spoorwegemplacement met metershoog onkruid scheidt de nieuwe perrons van de bebouwing. De belangrijkste winkelstraat ontvangt bezoekers met leegstaande panden. Er zijn spijkerbroeken en tv's te koop, een aantal winkeliers heeft zich toegelegd op producten van vijftig cent. Uit de voormalige speelgoedwinkel Spielerlei groeien twee bomen.

Linksaf, in de Schillerstrasse, wisselen bewoonde en leegstaande woonhuizen elkaar af. Ooit, omstreeks 1900, moet het een straat met grandeur geweest zijn. Op de onderste verdiepingen zijn de ramen nu dichtgespijkerd, op de bovenste is het glas gebroken. De lege panden zijn vaalbruin.

In de Goethestrasse hetzelfde ritme. Onbewoond, onbewoond, bewoond. Twee dichtgetimmerde kiosken en dan eentje die overleeft. Lege flessen drank in een onbewoonde portiek. Tussen oude bomen en verlaten parken klinkt soms de doffe roffel van autobanden op kasseien.

Wittenberge is een van de snelst krimpende steden in Oost-Duitsland. Het aantal inwoners daalde tussen 1990 en 2002 van 30.000 tot 21.000 – en de leegloop is nog niet tot staan gebracht. Tot 2015 zullen nog eens 4.000 mensen vertrekken. Het zijn vooral jongeren en vrouwen die hun heil elders zoeken – in Berlijn of in het westen. De gemiddelde leeftijd is 47 jaar, landelijk is dat 35. Elke derde inwoner van Wittenberge is ouder dan 60. De leegloop is een verschijnsel waarmee alle steden in het oosten kampen. Alleen Dresden groeit weer.

In café Kindl Eck zitten tien mannen en een vrouw achter glazen bier. Peter, gepensioneerd, rust er uit van een fietstocht. Zijn verhaal is ook het verhaal van de stad.

Peter was jarenlang werkzaam in de naaimachinefabriek, die begon als Singer en later Veritas heette. Het was een van een handvol grote werkgevers in Wittenberge. De grote fabrieken overleefden het socialisme, maar sneuvelden toen het kapitalisme terugkwam. De gele torenklok van Singer uit de jaren twintig herinnert nog aan de boom van een eeuw geleden. Nu is er nog maar één werkgever van formaat: de revisiewerkplaats van de spoorwegen. Daar werkt Peters zoon. Zijn dochter woont in het westen, in Hessen. ,,Als je ziet wat er gebeurt met die stad. Het doet pijn. Het ziekenhuis: weg. Het restaurant in de haven: weg. De fabrieken: weg.'

Even voor zeven uur stapt Peter op. Tijd voor de wekelijkse demonstratie. Er vertrekt nog één man. De rest van de bierdrinkers lacht schamper. Toen bondskanselier Schröder vorige maand naar Wittenberge kwam om het nieuwe station te openen, werd hij door een boze menigte uitgejoeld. Er vloog zelfs een ei in zijn richting. Inmiddels lijkt de woede over het kookpunt heen. In Kindl Eck regeert de berusting, niet de revolutie.

Voor het stadhuis hebben zich tweehonderd mensen verzameld. ,,Geef mijn papa en mama werk', staat op een stuk karton dat een kleine jongen op zijn buik draagt. Het is de negen jaar oude zoon van Manuela Dahnke (45). Het kartonnen bord heeft hij geleend van een vriendje. Zijn moeder voedt hem alleen op en van haar hoeft hij niet ook nog voor zijn vader te demonstreren. Dahnke, opgeleid als chemisch laborante, is al sinds 2000 met tussenpozen werkloos. ,,Eerst was ik niet erg flexibel omdat ik een klein kind moest opvoeden. Nu hij ouder wordt, heb ik meer vrijheid, maar nu ben ik te oud voor een baan.'

Op het bordes van het immense stadhuis beginnen alle sprekers met een aanval op lagere uitkeringen om te eindigen bij de verhoudingen tussen oost en west. Achim vindt het onbegrijpelijk dat een werkloze in het oosten 14 euro per maand minder krijgt dan een werkloze in het westen. Hij haalt ook uit naar een econoom die op tv heeft verkondigd dat iedereen die iets in zijn mars heeft het oosten al lang de rug heeft toegekeerd. ,,Weten jullie wat dat betekent? Wij zijn weer DDR: Der Dämliche Rest.'

Als het donker wordt, schuifelt de stoet door de stad. De affiches op de lantaarnpalen laten zien wat Wittenberge bezighoudt. ,,Vertrekken of stemmen? Wij blijven hier!', meldt de partij 50/Plus. ,,Weg met criminele buitenlanders', zegt de extreem-rechtse Deutsche Volksunion. Van de DVU is ook: ,,Duits geld voor Duitse taken.' Over de nieuwe werkloosheidswet, bekend als `Hartz IV' meldt de PDS: ,,Hartz IV is wettelijk verplichte armoede.'

De verlaging van de uitkeringen is voor West-Duitsers een pijnlijke bezuiniging. Veel Oost-Duitsers zien het als een vernedering. De zoveelste vernedering in een lange reeks. In Oost-Duitsland zijn bezuinigingen een directe aanval op het gevoel voor eigenwaarde en een reden zich af te zetten tegen het westen.

Nieuwe Muur

De levensloop van Axel Schmidt-Gödelitz bestaat uit gelijke delen oost en west. Geboren als kind van grootgrondbezitters op landgoed Gödelitz in Saksen. Opgegroeid in West-Duitsland. Als West-Duits diplomaat gestationeerd in Oost-Berlijn. Getrouwd met een Oost-Duitse vrouw. Na de val van de Muur kocht zijn familie landgoed Gödelitz terug en vestigde er een conferentiecentrum waar West-Duitsers en Oost-Duitsers elkaar ontmoeten, het Ost-West-Forum.

Ik zoek de politicoloog op in zijn kantoor in Berlijn, in de hippe Rosenthalerstrasse. Die ochtend openden de kranten met een opinieonderzoek over de verhoudingen tussen oost en west. ,,Elke vierde Wessi wil de Muur terug!', kopte een boulevardblad. In mijn West-Berlijnse kiosk was het nieuws instemmend begroet. ,,Ik wil geld bijleggen', riep de klant voor me, ,,zodat het een mooie hoge muur wordt.'

Veertien jaar wonen Oost-Duitsers en West-Duitsers nu in één republiek, maar echt broederlijk is de onderlinge omgang niet. Niemand wil de Muur letterlijk terughebben, wel is er nog genoeg werk voor professionele bemiddelaars als Schmidt-Gödelitz.

Beide bevolkingsgroepen, zegt hij, hebben zich destijds bij de eenwording vreselijk vergist. Bij vlagen steken die vergissingen de kop weer op. ,,In het westen dacht men: die zijn zoals wij. Maar dat was niet zo. Oost-Duitsers zijn anders. Ze zijn gevormd door het socialisme, door de dictatuur. Ze zijn solidair met medeburgers. Ze zijn veel minder egocentrisch. Dat hebben ze in het westen over het hoofd gezien.'

Voor de Oost-Duitsers werd de eenwording een aaneenschakeling van teleurstellingen. De eenheid is wel omschreven als een vijandige overname van de DDR door de BRD. Schmidt-Gödelitz vat de onzalige geschiedenis van het moderne Duitsland nog eens samen. ,,De Oost-Duitsers wilden graag deelnemen aan de westerse consumptiemaatschappij, maar de rest graag houden zoals het was. Ze kregen de kans om te consumeren, maar om hen heen werd alles afgebroken. Alles waar ze trots op waren.'

De bedrijven werden opgekocht en gesloten. De Oost-Duitsers werden werkloos en mochten in het kader van arbeidsprojecten hun eigen fabriek slopen. Op universiteiten en in bestuursorganen moesten mensen die ook maar vagelijk in aanraking waren geweest met de Stasi het veld ruimen. Hun plaatsen werden ingenomen door nieuwe landgenoten die vaak niet genoeg kwaliteit hadden om in de BRD aan de bak te komen. Huizen kwamen weer in het bezit van voormalige eigenaars uit het westen. ,,Die kwesties zijn al lang uit het nieuws verdwenen', zegt Schmidt-Gödelitz, ,,maar de wonden zijn nog steeds actueel.'

Voor Schmidt-Gödelitz is de onrust in het oosten daarom slechts ,,het topje van de ijsberg'. Achter de demonstraties tegen de nieuwe werkloosheidswet gaat een immense frustratie schuil. ,,De mensen in Oost-Duitsland voelen zich nog steeds tweederangsburgers.'

Lothar Bisky (63) is voorzitter van de PDS, de partij die voortkwam uit de communistische SED en die op het punt staat te profiteren van de huidige onrust. Hij is in principe voor hervorming van de verzorgingsstaat maar vindt de verlaging van de uitkeringen niet acceptabel. ,,Het is gif voor het oosten', zegt hij in een gesprek met buitenlandse journalisten. ,,Er is één vacature voor 36 werkzoekenden.' In die situatie heeft het weinig zin mensen financiële prikkels te geven om werk te zoeken.

Bisky ontkent dat de controverse over de uitkeringen een controverse is tussen oost en west. ,,Het is een conflict tussen arm en rijk.' Iedereen die probeert er een oost-west-vraagstuk van te maken verhult het sociale conflict.

Duitsland heeft geprobeerd om het oosten te vormen naar het evenbeeld van het westen, zegt hij. Die operatie is definitief mislukt. ,,De Duitse eenwording heeft goede verliezers opgeleverd, maar foute winnaars.' De SED-bonzen van destijds hebben, terecht, verloren, maar de grote winnaars waren, ten onrechte, de West-Duitsers.

,,De DDR is dood', zegt hij, ,,Het heeft geen enkel nut er alsmaar tegenaan te trappen.' Het zijn vaak kleine verschillen die pijn doen. Hogere uitkeringen en pensioenen in het westen. Het feit dat oud-officieren van de Nationale Volksarmee (NVA) zich niet officier buiten dienst mogen noemen, maar hun leeftijdgenoten van de Bundeswehr wel. Al die kleinerende regels zouden in drie jaar opgeruimd kunnen worden. Maar Bisky weet ook dat dat niet zal gebeuren.

Slachtofferrol

Slachtofferschap is één facet van de Oostduitse identiteit, zegt Jens Bisky (38), germanist, werkzaam bij het Feuilleton van de Süddeutsche Zeitung en zoon van Lothar. ,,De Oost-Duiters voelden zich in de DDR al slachtoffer. Die slachtofferrol is gecultiveerd.'

Eind deze maand publiceert Bisky zijn jeugdherinneringen. ,,Geboren op 13 augustus. Het socialisme en ik.' Het is een antwoord op de `ostalgie'-rage. Duitsers in oost en west laafden zich vorig jaar aan films, boeken en tv-shows waarin de nadruk lag op de sympathieke kanten van de DDR. Op de oude producten (Spreewaldgurken), op de onschuldige facetten van het dagelijks leven. Bisky: ,,De kern van de Oost-Duitse identiteit wordt gevormd door dromen, herinneringen en overblijfselen van het socialisme.'

Jens, ooit vooraanstaand lid (Agitator) van de Freie Deutsche Jugend (FDJ) en officier in de NVA, heeft geen nostalgische herinneringen aan de DDR. Nostalgie, schrijft hij, doet geen recht aan de ondraaglijke druk die het socialisme tot het laatst beheerste. Het politieke systeem in de DDR maakte mensen kapot en tegelijk was het dagelijks leven er ondraaglijk eentonig. Naar het huidige Oost-Duitsland kijkt hij met verwondering en scepsis.

,,Nu wordt langzaam duidelijk dat de economische bloei, waar al jaren op wordt gewacht, er nooit zal komen. Die kan er ook niet komen. De bevolking krimpt, de elite trekt weg, de economische basis is vernield. In het oosten heerst een zeer sterk geloof aan de almacht van de overheid – ook een erfenis van de DDR. De overheid moest het maar oplossen. Dat probeerde ze ook, maar ze kan het niet. Voor het eerst wordt nu gezegd: jullie krijgen minder. Dat is een schok.'

Het is niet moeilijk om te zien waar het protest vandaan komt, zegt Bisky, maar er zitten ook heel onaangename trekken aan. ,,Men ageert tegen `die da oben' en tegen `die da unten'. Tegen de politieke elite in Berlijn en tegen de asielzoekers. De demonstranten zorgen er in hun wereldbeeld voor dat ze nog altijd iemand onder zich hebben.'

Bisky omschrijft het huidige Oost-Duitsland als een provinciale samenleving, als kleinburgerlijk. Een samenleving waar geen enkele dynamiek vanuit gaat, waar elk conflict ondergeschikt wordt gemaakt aan het Oost-Duitse groepsgevoel. Oost-Duitsland, zegt hij, wordt gekenmerkt door apathie. ,,De mentale houding is wel eens omschreven met Duldungsstarre.' In de varkenshouderij wordt met dat begrip de volstrekte willoosheid van de zeug voorafgaand aan de daad aangeduid.

Bisky, de zoon, schetst de samenleving waar Bisky, de vader, zich sterk voor maakt in donkere tinten. Wie regelmatig door Oost-Duitsland reist, weet echter dat er naast `platteland' ook `stad' bestaat, dat niet alle Oost-Duitse jongeren skinheads worden, dat subsidies uit het westen het landschap her en der wel tot bloei hebben gebracht. Naast steden die kampen met een verloren industrie, zoals Wittenberge, zijn er steden die een nieuw leven beginnen met toerisme, zoals Wismar.

De economische problemen, de arrogantie van de nieuwe landgenoten en de complexe afrekening met de DDR hebben ontegenzeglijk hun stempel gedrukt op land en volk. De opgekropte verontwaardiging over het leven heeft een basis in het verleden, maar kan moeilijk een criterium voor de toekomst zijn. Het is niet zo vreemd om in het oosten, waar de kosten voor levensonderhoud lager zijn, iets minder uitkering te betalen dan in het westen.

Hoe Oost-Duitsland op den duur om zal gaan met de nieuwe eerlijkheid van Köhler en Schröder over de beperkte kracht van de Duitse verzorgingsstaat moet worden afgewacht. Dankzij de subsidies zijn de snelwegen weliswaar piekfijn, maar financiële afhankelijkheid is op den duur niet bevorderlijk voor de eigendunk. Tegelijk is er niets op tegen als West-Duitsers eens gaan kijken waar hun belastinggeld is gebleven. Komen ze elkaar weer eens tegen.

    • Michel Kerres