De arts is tegenwoordig steeds vaker een vrouw

Nieuwe opleidingen en betere arbeidsomstandigheden maken de sector weer aantrekkelijk.

De afgelopen tien jaar is de werkgelegenheid in de zorg enorm toegenomen. Inmiddels zijn meer dan een miljoen mensen werkzaam in deze sector. Dat is dertien procent van alle werknemers. Dit percentage zal de komende jaren alleen maar toenemen. De verwachting is dat in 2025 bijna een kwart van de werknemers actief is in de zorgsector. Deze trend is niet alleen zichtbaar in Nederland, maar in vrijwel alle westerse landen. Bovendien komen er in de sector nieuwe banen bij. Hbo-zorgmasters moeten de werkdruk van artsen verlichten. In september 2004 gaan de eerste 250 studenten aan de slag op een van de zes hogescholen die toestemming hebben om de gloednieuwe opleiding `advanced nursing practice' aan te bieden. De banengroei in de zorg wordt grotendeels veroorzaakt door de vergrijzing. Ondertussen wordt het zorgpersoneel zelf ook steeds grijzer: de gemiddelde leeftijd van alle werknemers in de zorg schommelt rond de veertig jaar. Het tempo waarin het personeelsbestand vergrijst ligt dan ook boven het landelijk gemiddelde. De verwachting is dat in 2010 een kwart van de werkers in de zorg vijftig jaar of ouder is. In ziekenhuizen, verpleeghuizen en de gehandicaptenzorg neemt het aantal vijftigers toe. Maar tegelijkertijd vindt in de sector een verjonging plaats. Voor de GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) en de verzorgingshuizen geldt dat de gemiddelde leeftijd van het personeel lager zal zijn dan nu.

Net als het onderwijs komt de zorgsector meer in handen van vrouwen. Waren zij tot voor kort alleen oververtegenwoordigd in de verplegende en verzorgende beroepen, tegenwoordig is ook de arts vaker een vrouw. Voor alle medische specialismen bij elkaar geldt dat het percentage vrouwen de komende jaren zal stijgen van 26 naar vijftig procent.

Uitschieters zijn de instellingsartsen. Hiervan is nu al meer dan de helft vrouw en in 2020 is de kans dat men in een verpleeg- of verzorgingshuis een vrouwelijke arts treft 74 procent. Ook het vak van huisarts is populair onder vrouwen. Een kwart van de huisartsen is vrouw en in 2020 is dit percentage waarschijnlijk opgelopen tot een kleine zestig procent. Dit heeft te maken met het belang dat veel vrouwen hechten aan een goede balans tussen werk en privé. Instellingsartsen en huisartsen kunnen gemakkelijker in deeltijd werken dan bijvoorbeeld chirurgen of cardiologen, voor wie het woord deeltijd vaak nog taboe is. Zij gaan er juist prat op dat ze lange dagen maken.

Het ziet er naar uit dat het percentage mannen in de zorg steeds verder afneemt. Ook in de opleidingen, zoals de hbo-v, is deze ontwikkeling zichtbaar. Uit onderzoek van Prismant, een advies- en onderzoeksbureau voor de zorgsector, blijkt dat mannen de zorg pas weer aantrekkelijk gaan vinden als de carrièreperspectieven verbeteren en de salarissen stijgen. Vrouwelijke werknemers vinden dat ook belangrijk, maar kennelijk hechten zij er minder waarde aan.

Het ziekteverzuim onder werknemers in de zorg was jarenlang hoger dan in andere sectoren en dat gold ook voor de WAO-instroom. Maar het afgelopen jaar is het ziekteverzuim gedaald en met een WAO-instroom van 0,84 procent zitten de ziekenhuizen zelfs onder het landelijke gemiddelde.

Volgens de NVZ (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen) en Arcares (branche-organisatie van verzorgings- en verpleeghuizen) is dit het resultaat van extra aandacht voor de arbeidsomstandigheden. Zo is er de laatste tijd veel aandacht besteed aan flexibele werktijden. Met name vrouwen tussen de 25 en 39 – een groep die sterk vertegenwoordigd is in de zorg – vinden dit belangrijk, opdat zij werk en zorg voor de kinderen goed kunnen combineren.