Boeing is gewoon jaloers op Airbus

De ruzie tussen Airbus en Boeing over staatssubsidies duurt nu al jaren. Maar het opvallende van de jongste aanval van Harry Stonecipher, de nieuwe topman van de Amerikaanse vliegtuigbouwer, op de kleinere Europese concurrent, is de heftige toon waarvan hij zich bedient.

Stonecipher was in Londen om het startschot te geven voor Boeings jongste campagne tegen Airbus, door het schrijven van brieven naar grote kranten om zijn kant van de zaak te bepleiten. Boeing en de Verenigde Staten willen een nieuwe bilaterale overeenkomst met de Europese Unie, die een einde moet maken aan de subsidies voor de bouwers van civiele vliegtuigen.

Boeing wil vooral graag dat er korte metten wordt gemaakt met de 3,7 miljard dollar die Airbus van een aantal Europese landen ontvangt om de A380 van de grond te krijgen. Dat soort hulp verstoort volgens Stonecipher de vliegtuigmarkt en werkt de concurrentie tegen. En Airbus doet het nu goed en heeft de steun dus niet langer nodig.

Het is geen verrassing dat Boeing zo'n grote mond tegen Airbus opzet. Het Amerikaanse concern heeft marktaandeel verloren aan zijn kleinere Europese concurrent, die vorig jaar voor het eerst meer civiele vliegtuigen verkocht. Airbus was op de luchtshow van Farnborough deze zomer ook optimistischer over nieuwe orders dan Boeing en maakte bekend de productie van zijn voornaamste serie toestellen binnen twee jaar met bijna 50 procent te zullen uitbreiden.

Dus als Stonecipher beweert dat de A380 superjumbo ,,het domste is dat iemand ooit heeft gedaan'', dan lijkt het erop dat Boeing een beetje jaloers begint te worden op de fabelachtige groei van de (relatieve) nieuwkomer. Het grote probleem is dat de campagne van Boeing overkomt als een klassiek voorbeeld van het gezegde 'de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet'. Ook de Amerikanen profiteren van staatssteun, het enige verschil is dat die minder zichtbaar is.

De subsidies van Boeing zijn indirecter, zoals de belastingvrijstelling voor 3,2 miljard dollar in de staat Washington om de 7E7 te kunnen ontwikkelen. Het concern zegt dat dit geen echte subsidies zijn, maar dat overtuigt nauwelijks. Bovendien hebben de Verenigde Staten hun mededingingszaak tegen de Europese Unie verzwakt door na 11 september 2001 enorme subsidies te verstrekken aan Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen.

Het is interessant om te zien of Boeing de zaak werkelijk op de spits wil drijven, gezien het feit dat het aanmoedigen van Washington om naar de WTO (Wereldhandelsorganisatie) te stappen risico's inhoudt voor zijn eigen subsidies. Tot nader order lijken de dreigementen van Boeing derhalve met name bedoeld voor de bühne.

    • Marianne Brun-Rovet