Bivakkeren in de transitzone

Jaren geleden moest ik eens acht uur doorbrengen in de transitzone van de internationale luchthaven in Bangkok. Niet vanwege vertraging, noodweer, een bommelding of iets anders interessants, nee, gewoon niet goed opgelet bij het boeken van de aansluiting. Even de miljoenenstad met het rampverkeer induiken voor een paar uur had geen zin; gewapend met een boek zou ik me er wel doorheen slaan, dacht ik.

Ach. Binnen minuten had zich een machteloze, allesomvattende verveling van me meester gemaakt, die mijn longen leek binnen te dringen met iedere teug luchthaven-airconditioning, mijn oren met ieder onverstaanbaar omroepbericht. En dan duurt het niet lang meer voordat je de ideale onthechte geestesgesteldheid hebt bereikt voor de enige bestemming die het bestaan op dat moment nog zin kan geven: de duty free shop.

Nu bestaat Don Muang International Airport in Bangkok bijna helemaal uit één eindeloze, rechte gang waardoor een onafgebroken stroom passagiers op en af gaat. Wie door die gang loopt, komt al snel een cluster winkeltjes tegen, met naast de gebruikelijke parfum, electronica en drank tal van intrigerende, exotische, oosterse producten. Na ongeveer een half uur zijn de intrigerende, exotische, oosterse producten uitputtend onderzocht. Je loopt verder. Binnen een meter of honderd doemt er weer een cluster winkeltjes op. Maar het is hetzelfde cluster winkeltjes; je bent hier al geweest. Je loopt door, want in de verte zie je meer. Het blijkt een fata morgana: eenmaal aangekomen zie je dat dit het cluster is waar je net vandaan komt. Je hebt een rondje gelopen in de woestijn!

Tegen de tijd dat je het eind van de gang van Don Muang hebt bereikt, is er iets met je hoofd gebeurd. Een volmaakte leegte heeft bezit van je genomen, geen heldere, alerte, verlichte leegte, nee, de doffe, verdovende acceptatie dat dit alles is wat er is, alles wat er ooit geweest is, en alles wat er ooit zal zijn. Dat het vliegtuig na acht uur ook nog vertraagd is, verbaast of irriteert niet meer. Elk initiatief is vergeefs. Hier kom je nooit meer weg; hoe je hier ooit terecht bent gekomen weet je niet eens meer. Je bestaan is opgeschort en daar kun je maar beter aan wennen.

Er zijn mensen die daar zo aan wennen dat ze niet anders meer willen. ,,Days fall into each other really quickly, a day becomes a week, becomes a month, becomes a year and you don't really keep track of any of it,'' aldus George, die op een dag besloot dat het tijd werd om uit zijn leven weg te lopen. Hij kwam op Heathrow terecht en bleef daar tweeënhalf jaar wonen, totdat zijn familie hem er weghaalde. George werd geinterviewd door de BBC naar aanleiding van de nieuwe film van Steven Spielberg, The Terminal, die donderdag hier in première ging. The Terminal is het verhaal van Viktor Navorski uit Krakozhia, een fictief Oost-Europees land, waar een burgeroorlog uitbreekt terwijl Navorski in het vliegtuig naar New York zit. Daar aangekomen is zijn paspoort ongeldig geworden, en mag hij Amerika niet in. Maar teruggestuurd worden kan hij al evenmin. Dus bivakkeert hij in de transitzone, maandenlang.

Een geweldig uitgangspunt voor iedere regisseur die eens een koele blik wil laten glijden langs het Amerikaanse immigratiebeleid, de verregaande maatregelen tegen terreur of het barre lot van vluchtelingen. Maar nee. Spielberg ziet in dit fascinerend gegeven het perfecte materiaal voor een warme komedie, een feelgood movie met de luchthaven als ,,microcosmos van de Amerikaanse samenleving''. Zijn transitzone is een vriendelijk oord: Navorski sluit al snel vriendschap met de mensen die er werken (een gezellige afspiegeling van de Amerikaanse melting pot), beleeft een romance met een stewardess, verricht heldendaden en keert uiteindelijk weer huiswaarts, maar niet voordat hij ook een jazzclub in New York heeft bezocht. Spielberg onthoudt zich hier van ieder wezenlijk commentaar: zijn Krakozhia is politiek oncontroversieel, want fictief; Navorski is geen vluchteling of zelfs maar immigrant maar een onschuldige toerist.

De werkelijkheid is interessanter. Spielberg kocht voor 300.000 euro de rechten op het levensverhaal van Merhan Karimi Nasseri, een Iraniër die al zo'n 16 jaar zonder paspoort bivakkeert op een rode bank in Terminal 1 van de Charles de Gaulle luchthaven in Parijs. Nasseri was Iran ontvlucht, en had al jaren door Europa gezworven toen hij in 1988 zijn papieren kwijtraakte. Hij strandde in Parijs, waar hij de luchthaven niet uit mocht, maar evenmin naar een andere bestemming kon vertrekken zonder paspoort. Een advocaat ontfermde zich over hem, en na tien (!) jaar, in 1999, kreeg hij eindelijk een tijdelijke verblijfsvergunning en een vluchtelingenpaspoort. Maar Nasseri wilde de transitzone niet meer uit. Hij zit daar nu nog op zijn rode bank, zijn 300.000 euro op een rekening op het postkantoor in de luchthaven.

De Britse documentairemaker Paul Berczeller ging hem opzoeken: ,,Hij zag eruit als een onwaarschijnlijke kruising tussen een zen-meester en Charlie Chaplins zwerver. In sommige opzichten was hij vrijer dan de meesten van ons''. Berczeller roemde zijn ,,waardigheid'' en ,,zen-achtige onthechting''. Maar Nasseri is bepaald geen moderne pilaarheilige. Berczeller vertelde een geestelijk gestoorde man aan te treffen, die zichzelf beschrijft als ,,passagier'', zijn situatie ,,tijdelijk'' noemt, geen vrienden heeft en een minutieus dagboek heeft bijgehouden van elke dag die hij in Charles de Gaulle heeft doorgebracht. Volgens zijn familie en advocaat was hij nog normaal voordat hij er strandde.

Spielberg zwijgt in alle toonaarden over de connectie met Nasseri. Zijn film is immers een E.T. voor volwassenen, met de terugkeer van de alien als hoogste doel. Hoe zou hij ooit begrip kunnen opbrengen voor de impuls alles achter je te laten, je familie, werk, verantwoordelijkheden, je persoonlijkheid?

,,Waiting can be exciting. Waiting can be entertaining'', zei Spielberg over zijn film. Je vraagt je af of hij ooit wel eens een uur in een transitzone, laat staan asielzoekerscentrum, heeft doorgebracht. Zijn scenarioschrijver Sacha Gervasi deed ook een duit in het zakje: ,,Het leek ongelofelijk diepzinnig en ironisch dat een man die misschien nooit de Amerikaanse bodem zou betreden, toch zou kunnen ervaren hoe het leven in Amerika is - hoe het is om de Amerikaanse Droom te leven in een terminal''. En of dat ironisch is! Vooral als je kijkt naar wat het leven van zo'n `droom' in werkelijkheid met een man doet.

    • Corine Vloet