Anti-Amerikanisme benzine van de opstand

De Amerikanen proberen de groeiende rebellie in Irak te bedwingen. Maar hun offensieven versterken het anti-Amerikanisme en de opstand.

In de eerste paar maanden na de omverwerping van Saddam Husseins regime door het Amerikaans-Britse leger waren (terreur)aanvallen in Irak nog nieuws. Buitenlanders konden door het land reizen zonder te worden ontvoerd, laat staan onthoofd. Het haalde de krant als een Amerikaanse soldaat op een mijn reed, en de zelfmoordaanslagen kwamen als een schok. De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld bagatelliseerde de daders als leftovers en deadenders. Amerikaanse leiders in het algemeen wezen op alle vooruitgang in Irak.

President Bush deed dat twee dagen geleden ook nog. ,,Vrijheid is in opmars'', zei hij. ,,Niet zo lang geleden was Saddam Hussein aan de macht met zijn folterkamers en massagraven. En vandaag is het land op weg naar verkiezingen.''

Bush reageerde zo op persberichten dat zijn eigen inlichtingendiensten de onmiddellijke toekomst van Irak somber inzien. Op zijn best, aldus de deze zomer opgestelde National Intelligence Estimate, blijft de toestand precair. Op zijn slechtst wordt het burgeroorlog tussen de verschillende etnische en religieuze bevolkingsgroepen. Daartussen ligt de mogelijkheid van toenemend extremisme dat democratisering in de weg staat.

Als je naar de werkelijkheid kijkt – in minder dan een week meer dan 250 doden bij divers geweld in het hele land – is Irak allang naar die middencategorie afgegleden. Rebellen hebben verscheidene sunnitische steden in handen, evenals delen van de hoofdstad zelf, tot vlakbij de Groene Zone waar de Iraakse interim-regering en de Amerikaanse ambassade zijn gevestigd. In andere steden en dorpen is de veiligheidssituatie problematisch. De wegen in het sunnitisch gebied rond Bagdad zijn vergeven van extremisten en criminelen die op zoek zijn naar prooien, voor geldelijk gewin of voor politieke chantage. Tot tweemaal toe hebben groepen rebellen in de afgelopen tien dagen buitenlanders ontvoerd uit hun eigen kantoor of woonhuis in Bagdad waar ze tot dusverre veilig waren.

Interim-president Ghazi al-Yawar achtte het gisteren in Den Haag ,,prematuur'' om over uitstel van de voor januari afgesproken verkiezingen te spreken. Maar ,,wij willen geen verkiezingen om het plezier van verkiezingen''.

Het probleem is dat de Amerikanen voor herstel van de veiligheid moeten zorgen zolang de nieuwe Iraakse veiligheidsdiensten nog niet functioneren, en dat alles wat zij doen de situatie voorlopig alleen maar verergert. Vorig jaar voorspelden de Amerikanen dat de uitschakeling en dood van Saddams zoons Uday en Qusay en vervolgens de gevangenneming van Saddam zelf de angel uit de opstand zouden halen, maar het effect was nul. Saddams aanhangers maken samen met moslimextremisten (en criminelen die altijd profiteren van chaos en de onrust dan ook graag in stand houden) het belangrijkste deel van de geweldplegers uit, maar anti-Amerikanisme is de benzine van de opstand, niet God of het gedachtegoed van Saddam.

Iraakse oppositievertegenwoordigers in het buitenland waarschuwden al voor het begin van de oorlog dat de Amerikaanse troepen meteen na de omverwerping van het regime van Saddam Hussein dienden te vertrekken. Want het zou niet lang duren voor het Iraakse volk hen als bezetters zou zien, zo verklaarden zij. Het was niet realistisch, want wie had anders na de oorlog de orde moeten handhaven, maar zij hadden op dit punt wel volstrekt gelijk. Wat er aan publieke vreugde was na de val van Saddam Hussein, verdampte in heel korte tijd.

Volgens een opiniepeiling van Oxford Research International onder bijna 3.000 Irakezen verspreid over het hele land die afgelopen juni werd gepubliceerd, vond toen bijna 60 procent van de ondervraagden de Amerikaanse invasie `enigszins' tot en met `absoluut' verkeerd. Van de ondervraagden vond 53 procent de Amerikaanse troepen een bezettingsmacht en bijna 20 procent een groep uitbuiters. Meer dan 40 procent was in de voorgaande drie maanden negatiever gaan denken over de Amerikanen, en bijna 33 procent was het eens met de aanvallen op hen.

De redenen waren in volgorde van zwaarte: het schandaal van het mishandelen van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen in de Abu-Ghraibgevangenis, gewelddadig gedrag van de Amerikanen, de aanvallen op het rebellenbolwerk Falluja en de shi'itische heilige stad Najaf, het doden van mensen etcetera. ,,Ik was heel optimistisch toen de Amerikanen Irak binnentrokken'', zei een boekhouder in Bagdad gisteren tegen het persbureau AP. ,,Maar toen werd ik zó geschokt door hun praktijken, dat ik me zelfs bij de inwoners van Falluja voegde in hun oorlog tegen hen.''

En de Amerikanen hebben ook de werkloosheid nog niet opgelost of de stroomstoringen. Dus dansen en juichen er Irakezen als er Amerikanen om het leven worden gebracht, zoals in april in Falluja waar de lijken van gedode particuliere bewakers zelfs werden verminkt. Het daaropvolgende Amerikaanse offensief tegen de rebellen in de stad maakte ook veel slachtoffers onder de burgerbevolking. Dat gaf nieuw voedsel aan de antiAmerikaanse gevoelens, en de gelederen van de opstandelingen zwollen verder aan. En zo gaat het door in een zichzelf versterkende cyclus van geweld. Tegenwoordig komen bij Iraakse terreuraanslagen op Iraakse burgers omstanders de Amerikanen vervloeken.

    • Carolien Roelants