Annans gelijk en de toekomst van Irak

Met zijn opmerking eergisteren voor de BBC dat de oorlog in Irak illegaal was, heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, moed getoond – zij het laat en op een verkeerd moment. Annan heeft gelijk, maar juridisch en politiek is het laatste woord over dit gelijk nog niet gesproken. Illegaliteit is in het internationale recht een betrekkelijk begrip. Hoe dan ook was de wijze waarop de Verenigde Staten ten oorlog trokken omstreden: preventief en eenzijdig. Hun optreden werd weliswaar ondersteund door een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, maar daarin werd slechts gedreigd met `ernstige gevolgen' bij niet-naleven door Irak van de veelbesproken resolutie 1441. Wat die `ernstige gevolgen' waren – invasie, oorlog – had een tweede resolutie moeten verduidelijken. Die is er nimmer gekomen en dat is laakbaar. Vooral ook omdat drie permanente leden van de Veiligheidsraad, Frankrijk, Rusland en China, expliciet hadden laten weten dat `1441' ieder automatisme over het gebruik van geweld uitsloot.

Preventieve oorlogvoering kan na het optreden van de VS navolging krijgen, met alle risico's van dien. De Russische president Poetin dreigde ermee toen hij onlangs maatregelen tegen het internationale terrorisme aankondigde. Preventieve oorlogvoering is slechts denkbaar in gevallen van acute dreiging. Terrorisme kan zo'n dreiging veroorzaken; in zoverre is de wereld veranderd dat niet alleen blijvend rekening moet worden gehouden met dit inktzwarte fenomeen, maar ook met het preventieve antwoord erop van staten. In het geval van Irak was echter geen sprake van onmiddellijk gevaar. Overigens waren Washington en Londen steeds van mening dat `1441' in combinatie met eerdere Irak-resoluties voldoende grond bood om Irak aan te vallen. Saddam Hussein moest ontwapenen, anders zou hij geconfronteerd worden met de `ernstige gevolgen' van zijn nalatigheid. Door het aannemen van resolutie 1441 stemden de VN impliciet in met een oorlog tegen Irak, aldus Bush en Blair. Ook het Nederlandse kabinet heeft dit bij zijn politieke steun voor de oorlog een sluitende juridische redenering genoemd.

Het is hard nodig dat het debat over preventieve oorlogvoering wordt heropend na alles wat er in de aanloop tot de invasie van Irak al over is gezegd. De gevaren en de gevolgen ervan moeten van alle kanten worden belicht, niet alleen volkenrechtelijk maar ook politiek en maatschappelijk. In die zin valt het te prijzen dat VN-chef Annan de kwestie oprakelt. Met hun preventief-eenzijdige optreden hebben de VS geschiedenis geschreven die om duiding vraagt. Het terrorisme is een reden temeer om antwoord te geven op de vraag hoe staten verantwoord dienen te reageren op acute dreigingen. Annans timing is evenwel ongelukkig. De situatie in Irak is niet van dien aard dat de internationale gemeenschap op haar gemak achterom kan kijken naar wat er allemaal is misgegaan. Dat haalt alleen maar oude wonden open. De Nederlandse minister Bot (Buitenlandse Zaken) zei deze week met recht dat het op dit moment van groter belang is ,,ons op de toekomst te richten''. De verslechterende veiligheidssituatie in Irak en de verkiezingen begin volgend jaar eisen alle aandacht op. Dat zijn nu urgentere kwesties dan de vraag of de oorlog in Irak illegaal was of niet.

De aandacht van zowel de Iraakse autoriteiten als die van de Amerikanen en de VN moet uitgaan naar het opbouwen van een politiek proces dat die naam werkelijk verdient. De situatie in het land is ronduit slecht en de vooruitzichten voor de veiligheid en stabiliteit zijn beroerd. De Iraakse interim-president Ghazi al-Yawar, die dezer dagen in Nederland op bezoek was, sloot uitstel van de verkiezingen niet uit. Ze moeten plaatsvinden onder veilige omstandigheden, zei hij. Daarvan is op dit moment geen sprake. Terughoudendheid bij militair optreden, bijstelling van de Amerikaanse ambities in Irak en eensgezindheid over de noodzaak van een eigen Iraakse politiek kunnen de chaos misschien keren. Ook een illegale oorlog moet eens met vrede eindigen.