Alleenheersers

Dertig jaar lang was Arnold Palmer de best verdienende sporter ter wereld. De nu 75-jarige golfer won meer dan negentig toernooien, waaronder acht majors (te vergelijken met grandslamtoernooien bij tennis). Tussen 1955 en 1971 was hij op minstens één groot toernooi per jaar de beste. Pas in 1991 passeerde basketballer Michael Jordan hem als mondiale grootverdiener. Nu is dat golfer Tiger Woods.

Zijn populariteit had Palmer niet alleen te danken aan zijn langdurige eerste plaats op de wereldranglijst. Wat Muhammad Ali was voor het boksen was `Arnie' voor het golf. Voor een aanvankelijk kleine sport ontstond mede dankzij Palmer geleidelijk aan massale belangstelling. Hij speelde op een manier die uit het hart van de Amerikaan was gegrepen. Hard slaan, bal zoeken en weer hard slaan. ,,Ik win liever één toernooi in mijn leven dan dat ik iedere week alleen de cut [schifting na twee dagen] haal'', zei hij ooit.

Palmer kende een grote schare fans die gedurende een wedstrijd met hem meeliep. Dat was revolutionair. Arnie's Army was voor golfbegrippen luidruchtig en het gerucht ging zelfs dat het `leger' hem soms een handje hielp door als een levende muur zo nodig de bal op de fairway te houden.

Palmer maakte zes maal deel uit van het Amerikaanse team in de Ryder Cup, de tweejaarlijkse wedstrijd tegen Europa's beste spelers. Tweemaal was hij coach bij deze Cup waar dit weekeinde voor de 35ste maal om wordt gestreden.

Dit is de zevende aflevering in een serie over alleenheersers in de topsport.