Alarmklokken hebben hun werk goed gedaan

Academici en hbo'ers staan voor de klas zonder lesbevoegdheid. De minister wil zo een dreigend lerarentekort voorkomen.

Is er nu wel of niet een lerarentekort? Ja en nee. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht kampt het onderwijs al een paar jaar met grote personeelstekorten. In de rest van het land is het probleem minder groot. Het is voor scholen buiten de Randstad weliswaar nog steeds lastig om tijdelijke leerkrachten te vinden voor vervanging bij ziekte of langdurig verlof, maar zodra er een echte vacature is, zijn er meestal wel geschikte sollicitanten. Dat was een paar jaar geleden heel wat lastiger. Maar juist door alle alarmerende geluiden over het lerarentekort zijn de Pabo's en de lerarenopleidingen voor middelbare scholieren weer interessante opties geworden.

Het zijn niet alleen de goede vooruitzichten op de arbeidsmarkt die het vak van leraar aantrekkelijker maken, ook de arbeidsvoorwaarden van het onderwijspersoneel zijn verbeterd. De aanvangssalarissen zijn opgetrokken naar een niveau dat kan concurreren met dat van de marktsector. Bovendien hoeven leerkrachten niet meer zo lang op loonsverhogingen te wachten. Deed een beginnend docent er in 1997 nog gemiddeld 26 jaar over om het einde van de salarisschaal te bereiken, tegenwoordig lukt dit in 18 jaar.

Ook aan de werkdruk is iets gedaan. De afgelopen jaren zijn ruim 5.000 onderwijsassistenten aangesteld om de leerkracht in de klas te ondersteunen. Daarnaast is het lerarentekort weggewerkt door hbo'ers en academici zonder lesbevoegdheid voor de klas te zetten. In het voortgezet onderwijs is maar liefst een op de zeven leraren niet of onvolledig bevoegd. Deze nieuwe leerkrachten hebben een tijdelijke ontheffing en worden bijgeschoold.

In de toekomst staan veel vaker docenten voor de klas die niet opgeleid zijn aan een Pabo of lerarenopleiding. Op deze manier wil minister Van der Hoeven voorkomen dat er alsnog een groot lerarentekort ontstaat. De vergrijzing in het onderwijs is namelijk enorm. Vanaf 2007 gaan de babyboomers uit het onderwijs massaal met pensioen. Deze uitstroom kan onmogelijk opgevangen worden door de afgestudeerden van de Pabo's en de lerarenopleidingen. Zij kunnen straks slechts vier van de tien vacatures in het basisonderwijs vervullen en maar twee van de tien in het voortgezet onderwijs. Zonder de inzet van hbo'ers en academici uit andere sectoren is er in 2007 een tekort van 10.400 fulltime docenten. Tussen 2007 en 2011 zal dit tekort nog verder toenemen.

Tegelijkertijd wordt het basisonderwijs meer en meer het werkterrein van vrouwen. Het percentage mannelijke leerkrachten daalde van 37 in 1997 naar ruim twintig nu. Die daling zet door, want van de leerkrachten die jonger zijn dan 25 jaar is slechts tien procent man. Bij de 50-plussers, de groep die het snelst uitstroomt, ligt het percentage mannen op veertig.

Omdat meer mannen voor de klas het gedrag en de prestaties van jongens gunstig zou beïnvloeden, liet minister Van der Hoeven onderzoek doen naar de effecten van de feminisering in het onderwijs. De onderzoekers van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) concluderen echter dat het geslacht van de leerkracht geen invloed heeft op de prestaties van leerlingen. Toch pleit de minister voor meer mannelijke leerkrachten in het basisonderwijs. Dat zal waarschijnlijk niet snel gebeuren, want de Pabo-instroom bestaat voor meer dan tachtig procent uit meisjes. Bovendien zijn de nieuwe instromers in het onderwijs vaak vrouwelijke herintreders, die hun baan voor de klas weer oppakken als hun eigen kinderen wat ouder zijn.

Als het om directiefuncties gaat, zien de cijfers er heel anders uit. Nu is zestien procent van de schoolleiders vrouw, wat schril afsteekt bij de man-vrouwverhouding in het overige personeelsbestand. En dat betreft alleen het basisonderwijs; in het voortgezet onderwijs zijn vrouwelijke schooldirecteuren nog dunner gezaaid.

    • Wilma van Hoeflaken