Zaai geen wind, oogst geen storm

Vonne van der Meer is goed in het intermenselijk verkeer. Met een paar welgekozen woorden en zinnen weet ze een relatiecrisis op te roepen, spanningen tussen een baas en zijn ondergeschikte of een misverstand tussen dokter en patiënt. Ze weet aannemelijk te maken dat een jongen van negentien, die bij zijn volle verstand is, nog in Sinterklaas gelooft, of dat een brave huismoeder heel goed een erotisch avontuurtje kan hebben met een Zwarte Piet. Zelfs schrok ze er, in De reis naar het kind (1989) niet voor terug om een vrouw met een heftige kinderwens naar Peru te laten reizen en terug te laten komen met een oude man, die spoedig de geest zou geven.

Haar verhalen en romans hebben de neiging net iets te ontsporen en buiten de normale orde te vallen, maar het wordt nooit zo gek dat het niet meer te volgen is. Herkenbaarheid is, denk ik, zo niet het handelsmerk van Van der Meer, dan toch wel het houvast dat zij haar lezers wil bieden. De negentienjarige schoenzetter is, zo blijkt zonneklaar uit het verhaal, op zoek naar veiligheid en geborgenheid en de vrouw met de kinderwens wil zorgen, desnoods dan maar voor een grijsaard.

Meestal komt het, een andere handreiking aan de lezers, aan het eind weer helemaal goed in het werk van Van der Meer. In haar drie eilandromans (samenhangende verhalen over de tijdelijke bewoners van een vakantiehuisje op Vlieland) komt men na een bescheiden misstap – vooringenomenheid, overspel, hebzucht, leugenachtigheid – weer snel terug op het rechte pad. Van der Meer beziet haar schepsels met een liefdevol, moederlijk oog en brengt ze daarmee onder ieders bereik, wat ze ook op hun kerfstok mogen hebben. Dat is sympathiek en innemend, maar niet helemaal zonder risico, want steeds dreigt bij haar het gevaar van zoetsappigheid, van een verhaal dat uiteindelijk van iedere angel ontdaan is.

Ook in haar nieuwe roman, Ik verbind u door, spant het er af en toe om. Op de intrige valt, zoals gewoonlijk, erg weinig af te dingen. Het verhaal zit goed in elkaar en wordt met veel overtuiging en subtiliteit uitgewerkt. Over stijl en opbouw is er ook niets te klagen: gevarieerd, mooi scènisch, goede dialogen, verrassende details, geestige terzijdes. De zoetsappigheid zit hem onder meer in de persoon van de heldin, Edith, die wel erg rechtschapen is. Een lieve moeder en echtgenote, een vrouw die de dag weet te plukken, een tuinierster met groene vingers, een fysiotherapeute met hart voor haar vak. Ze werkt halve dagen, omdat ze niet houdt van haasten. Zodoende kan zij royaal de tijd nemen voor haar bejaarde patiënten en voor haar illegale Afghaanse werkster, die zij met raad en daad bijstaat.

Troebelen'

Misschien werkt Edith wel enigszins op mijn zenuwen omdat zij de vrouw is die ik en waarschijnlijk iedereen op zondagmiddag wel even zou willen zijn, maar die me op alle andere dagen van de week nu eenmaal onbestaanbaar lijkt, want te goedertieren, te weldenkend, te sociaal voelend en te zeer ontheven aan het kwaad.

Wat Edith dan toch nog tot een enigszins gewone vrouw maakt, is dat uitgerekend zij het startsein geeft tot een reeks van troebelen. Onder het bijbelse motto: wie wind zaait, zal storm oogsten. Het begint ermee dat zij haar echtgenoot boos maakt en het eindigt, vele ontmoetingen en doorverbindingen later, met doodslag.

Van der Meer geeft in deze roman niet meer en ook niet minder dan een lesje in praktische theologie. Heb uw naaste lief, dat is de bedoeling. Maar in het leven van alledag loopt alles wel eens anders dan we zouden willen. Eén dag krijgen we te zien, 10 september 2002, een dolle dinsdag, zo lijkt het, uit het leven van verschillende mensen, die allemaal op een of andere manier op elkaar inwerken. Het begint met Edith, die tijdens een ochtendlijke vrijpartij met Berend door een onaangename gedachte besprongen wordt. De lust vergaat haar en Berend stapt beledigd uit bed. Hij smijt met dingen, rijdt veel te hard naar zijn werk en snauwt zijn rechterhand Jaap af. Jaap reageert zich af op zijn secretaresse Carla, die op haar beurt de telefoniste Elly kleineert, zodat zij (`Ik verbind u door') door het hele land nieuwe mensen boos kan maken. En ook al maakt Edith het door de telefoon weer goed met Berend en spreekt Berend verzoenende woorden tot Jaap, die zich verontschuldigt tegenover Carla, die zich voorneemt om aardiger te zijn voor Elly, enzovoort, dan toch is het kwaad al geschied. Het chagrijn woekert voort en maakt nieuwe slachtoffers die het weer doorgeven aan anderen. De mens als doorgeefluik: het is een interessant procédé met veel verhalende mogelijkheden, dat wel eerder is toegepast, door onder anderen K. Schippers in Beweegredenen (1982) en Gerrit Krol in Omhelzingen (1993).

Terwijl de boze tongen als gifslangen via via naar een onafwendbare catastrofe kronkelen, laat Van der Meer tegelijk zien hoe het óók kan en eigenlijk altijd zou moeten. Haar Edith slaagt erin een moeilijke opdracht te vervullen door de mensen vriendelijk en eerlijk tegemoet te treden. Zij krijgt een wachtkamer, bomvol met gemelijke patiënten, zo ver om haar voor haar beurt naar de dokter te laten gaan, zodat zij medicijnen kan regelen voor Afzal, een Afghaans jongetje in nood, de kleinzoon van de werkster. Niet alleen de boze tong kan worden doorgegeven, zo blijkt hier, maar ook de goede wil. En dan zijn de mensen ineens in staat om hun chagrijn en hun achterdocht af te schudden en zich van hun royale en tolerante kant te laten zien. Ze stijgen als het ware boven zichzelf uit. `Het leek wel alsof iedereen even van zichzelf verlost was', staat er dan. `Er hing iets feestelijks, iets van verwachting in de lucht, als in een danszaaltje waar elk moment de eerste plaat kan worden opgezet.'

Dat is mooi, al valt er op de roman wel het een en ander aan te merken. Voor de nuance, voor het grote grijze schemergebied tussen goed en kwaad, is bijvoorbeeld weinig ruimte uitgespaard, terwijl dat toch de plek is waar de meeste mensen zich, moreel gezien, ophouden. En wat moeten we denken van die malle beschermengel, een soort heilige geest, die als een onzichtbare helikopter boven de personages rondcirkelt? Hij vliegt bedrijvig af en aan en fluistert met enige regelmaat verstandige adviezen in iemands oor, maar die adviezen worden stuk voor stuk in de wind geslagen. Voortdurend bespeurt hij overal boze voortekenen, zonder het onheil te kunnen keren. Misschien kan er van een engel of een geest ook niet meer verwacht worden, maar zijn falende weldoenerschap springt op den duur wel erg in het oog.

Zinloos geweld

Het hoopvolle slot van de roman is ook wat eigenaardig. Terwijl de kersverse dode – een typisch geval van zinloos geweld – nog wordt beweend door de familie, krijgt Berend bij thuiskomst een warm onthaal en ziet het er zelfs voor de berouwvolle gelegenheidsmoordenaar nog helemaal niet zo gek uit. Hij meldt zich vrijwillig bij de politie. Omdat hij handelde uit blinde woede, dus niet met voorbedachten rade, zal zijn straf vermoedelijk nog wel meevallen ook. We snappen natuurlijk de bedoeling: ook voor de zondaar moet er genade zijn, want anders zou het kwaad nooit kunnen worden stopgezet.

Zoetsappigheid ligt steeds op de loer, zoals ik al zei, maar Van der Meer weet haar taalgebruik fris en spreektalig te houden, zodat een zalvende of al te priesterlijke toon wordt vermeden. Ontegenzeggelijk heeft het ook wel wat, die overzichtelijke voorstelling van zaken die zij van het leven geeft, alsof ieder mens op het rechte spoor gebracht of gehouden kan worden, als hij maar de juiste impulsen krijgt. Het kan vast ook geen kwaad om er nog maar weer eens, op een aanschouwelijke en fleurige manier, aan herinnerd te worden dat een vriendelijk woord en een welgemeend compliment in het dagelijks leven beter werken dan een snauw en een grauw. Een groots en vernieuwend kunstwerk is Ik verbind u door met dat al nog niet. Dat wil het vermoedelijk ook niet zijn. Maar als het daadwerkelijk zou kunnen bijdragen aan een betere wereld, te beginnen bij onszelf, dan is er natuurlijk genoeg reden om deze blijde boodschap, dit opgeruimde evangelie van Vonne van der Meer in dank te aanvaarden en voort te zeggen.

Vonne van der Meer: Ik verbind u door. Contact, 176 blz. €14,90 (pbk), €18,90 (geb.)