Wij kunnen niets verkeerd doen

Hoe ontstond bij Amerikaanse militairen het klimaat waarin de excessen in de Abu Ghraib gevangenis konden plaatshebben? De journalist Seymour Hersh onderzocht de voorgeschiedenis en de anatomie van een wandaad.

Op 16 januari dit jaar maakte het US Central Command, dat de Amerikaanse militaire operaties in Irak leidt, bekend dat een onderzoek was ingesteld naar mishandeling van gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad. De korte persverklaring was zo saai geformuleerd dat niemand er aandacht aan besteedde. Als het CBS programma `Sixty Minutes' en verslaggever Seymour Hersh van het weekblad The New Yorker begin mei niet foto's en ooggetuigeverslagen hadden gepubliceerd van die misdragingen, dan was het hoogstwaarschijnlijk gebleven bij de vijfregelige verklaring van half januari.

Het Amerikaanse ministerie van defensie gaf vorige week vrijdag ook een verklaring uit. Aanleiding was het verschijnen, begin deze week, van Seymour Hersh' boek Chain of Command. The road from 9/11 to Abu Ghraib, gelijktijdig in het Nederlands verschenen als Bevel van hogerhand. Het waren allemaal onbewezen beweringen, alle interne onderzoeken hadden niets opgeleverd dat duidde op verantwoordelijkheid in de `commandolijn', aldus het Pentagon.

En met een bijna journalistieke opwelling van jaloezie poneerde de verklaring: `De Amerikaanse krijgsmacht niet de heer Hersh of enige andere journalist gaf als eerste ruchtbaarheid aan de wandaden in Abu Ghraib in januari 2004, vier maanden voor de heer Hersh zijn ,,primeur'' publiceerde'.

Er is in de verhevigde informatie-oorlog die bij deze verkiezingen hoort voor iedere stelling wel een afnemer te vinden, maar dát gelooft echt niemand. De suggestie dat het Pentagon, na met intense geheimhouding een heel ontvoerings- en verhoorprogramma van `vijandige strijders' te hebben opgezet dat de Conventies van Genève goeddeels negeert, de wereld spontaan zou hebben verteld in welke mate dat uit de hand was gelopen, gaat wel ver.

De poging om zo alsnog de democratische transparantieprijs te claimen geeft onbedoeld een inkijkje in de zelfgecreëerde werkelijkheid bij de burgertop van het Pentagon die heeft geleid tot de resultaten die dit boek met grote journalistieke volhardendheid in kaart brengt. Op de 26 lange stukken (bijna 110.000 woorden in totaal) die Hersh sinds de aanslagen van 11 september 2001 schreef, zijn vrijwel geen gedetailleerde weerleggingen gevolgd.

Smaadproces

Alleen zijn bericht uit hoge militaire kringen dat het beperkte leger dat minister van defensie Rumsfeld op de been had gebracht in Irak het voorlopige einddoel Bagdad niet zou halen, is door de feiten weersproken. Hersh erkent het in dit boek. Zijn voorspelling, destijds ook opgetekend uit de hoek van hoge militairen, dat omvang en voorbereiding van die expeditiemacht volstrekt tekort schoten voor het pacificatiewerk achteraf, komt nog dagelijks uit.

Hersh is nog een paar keer tegengesproken. President Bush heeft tegen president Musharraf gezegd: ,,Seymour Hersh is een leugenaar'', toen de verslaggever in zijn blad had geschreven dat de regering-Bush plannen had om de kernwapens van Pakistan in beslag te nemen als dat land in hoge mate instabiel zou worden. En Richard Perle, de zakelijk en strategisch mede door de artikelen van Hersh van zijn glans beroofde oud-voorzitter van de Defensie-adviesraad, noemde Hersh `degeen in de Amerikaanse journalistiek die het dichtst bij een terrorist komt'. Het smaadproces waar Perle mee dreigde is nooit aangespannen.

Seymour Hersh is een van de iconen van de Amerikaanse journalistiek sinds hij in 1969 Amerika wakker schudde met zijn berichten over de slachting door de Charlie Company onder leiding van luitenant Calley van honderden burgers in het Vietnamese dorp My Lai en de pogingen van de defensieleiding dat in de doofpot te stoppen. De jonge majoor die na een eerste onderzoek berichtte dat de betrekkingen tussen de Amerikanen en de bevolking uitstekend waren, heette Colin Powell.

Het nieuwste boek van Hersh heeft een run op de boekhandels veroorzaakt. Dat is een compliment voor de verslaggever en de hoofdredacteur van The New Yorker die hem de ruimte heeft gegeven in zijn `Annalen van de Nationale Veiligheid' te spitten naar ware feiten en verklaringen voor wat aan de oppervlakte steeds de heldhaftige respons op de eerste vijandige aanvallen op Amerikaanse bodem heette. Juist omdat de Amerikaanse tv-netwerken steeds minder onafhankelijk journalistiek onderzoek doen, en de landelijke dagbladen zich (naar zij dit jaar schoorvoetend hebben erkend) sterk hebben laten meeslepen in de patriottische behoefte tot steun aan de president, blijkt het sceptische doorvragen van Seymour Hersh van uitzonderlijk belang te zijn geweest.

Zijn boek ontleent zijn My Lai-achtige faam aan de Abu Ghraib-onthullingen. De ontleding van hoe de regering-Bush sinds najaar 2001 omging met de informatie van de inlichtingendiensten geeft een grote samenhang te zienin alles wat er mis is gegaan. De ook door oud-Witte Huis-terrorisme-chef Richard Clarke beschreven fixatie op andere onderwerpen (China, de bouw van een raketschild) dan de dreiging van Al-Qaeda, zorgde ervoor dat George W. Bush en zijn naaste omgeving zo goed als onvoorbereid waren toen Bin Laden toesloeg.

Sinds dat moment zijn de feiten en de reacties gemodelleerd volgens twee leidende principes: de politieke overleving en uiteindelijk de herverkiezing van George W. Bush én de vooral door enkele neoconservatieven bepleite democratische verbouwing van het Midden-Oosten, te beginnen met Saddams Irak.

Het Pentagon van Donald Rumsfeld werd het zwaartepunt bij de bepaling van de internationale reactie op 11 september. Daar, bij de burgertop van de grootste krijgsmacht ter wereld, werden de inlichtingen gezeefd, werd de overbodigheid van echte raadpleging van bondgenoten vastgesteld, daar werd de oorlog tegen het terrorisme vorm gegeven – ook juridisch: te belangrijk om rekening te houden met het internationaal oorlogsrecht. Het Witte Huis tekende voor akkoord, zo nodig aangemoedigd door vice-president Cheney.

Huiveringwekkend

Hersh zet de verschillende slagvelden op een rij: de strijd tussen regering en inlichtingendiensten (die nog steeds woedt), de verwaarloosde na-oorlog in Afghanistan, de wankele samenwerking met de regimes in Pakistan, Saoedi-Arabië, wat hij noemt `de gemiste kans in Syrië', het nieuwe grootste gevaar: Iran, en de rol van Israël, Turkije en de Koerden. En de verbluffende aanloop naar de oorlog tegen Irak.

Niet alle hoofdstukken zijn even gedetailleerd, maar het beeld dat Hersh schetst is onontkoombaar: een kleine groep bestuurders heeft de in decennia gegroeide buitenlandse politiek van de Verenigde Staten binnen een paar jaar onherkenbaar veranderd en daarbij `de bureaucratie overmeesterd, het Congres misleid en de pers geïntimideerd', schrijft Hersh. Hij koppelt er de vraag aan: `Is onze democratie dan zo kwetsbaar?'

Het sterke van deze topverslaggever alleen Bob Woodward van The Washington Post opereert in de zelfde divisie qua toegang tot bronnen en oogst – is dat hij speurt naar de feiten zonder politieke agenda, zonder het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. Hij legt waar nodig verbanden maar specialiseert zich in het raadplegen van oudgedienden uit de krijgsmacht en de inlichtingendiensten die meer liefde hebben voor Amerikaanse idealen dan trouw aan de politieke machthebbers van het moment.

Het resultaat is geen reclame voor het leiderschap van de zittende president, die naar de waarneming van de auteur feiten verdraait om politieke doeleinden te bereiken. De schrijver is het oneens met degenen die George W. Bush een leugenaar noemen. Een plausibeler verklaring is volgens Seymour Hersh `dat woorden voor deze president geen betekenis hebben nadat ze uitgesproken zijn, en dat hij daarom gelooft dat het simpele feit dat hij ze uitspreekt ze waar maakt'. Hersh noemt die mogelijkheid `angstaanjagend'. Zijn anatomie van een ramp leest als science fiction.

Seymour Hersh: Chain Of Command. The Road From 9/11 To Abu Ghraib. Harper Collins, 416 blz. €25,– Vertaald door Marianne Gaasbeek e.a. als Bevel van hogerhand. De weg van 11 september tot het Abu Ghraib-schandaal. De Bezige Bij, 429 blz. €22,90

    • Marc Chavannes