Veel gebouwen blind voor hun omgeving

Op de Architectuur Biennale is te zien hoe gebouwen steeds meer op elkaar gaan lijken. Maar Japan en Nederland bewijzen dat het anders kan.

`Metamorph' is het thema van de 19de Architectuur Biennale in Venetië. Het blijkt een oeverloze noemer. Dankzij de computer zijn gedaantewisselingen van gebouwen een kwestie van een paar muisklikken en door innovatieve technieken is tegenwoordig alles maakbaar. Onbeperkte transformatie is een wezenlijk kenmerk van de hedendaagse architectuur. De stroomlijn, de vloeiende vorm, het grillige schotsenpatroon hebben de degelijke `moderne' rechte hoek naar de achtergrond gedrongen.

Eigenaardig is dat desondanks veel recente architectonische creaties op elkaar lijken. Dat beeld wordt bevestigd na het betreden van de onafzienbare tentoonstelling in de Corderie. De inrichting door de New Yorkse studio Asymptote wordt gedomineerd door een parade van neutraal grijs geschilderde gondelvormen die in eindeloze deining de maquettes dragen.

De honderden modellen, gelikte computertekeningen en verwarrend echte, virtuele werelden op flatscreens vertonen een samenhangend architectuurlandschap van een andere planeet. Al die gebouwtypen hebben een metamorfose ondergaan waardoor ze in een zelfde stilistisch vaarwater zijn terechtgekomen. Specifieke functies worden verhuld in grote, gesloten lichamen zonder kop of staart, in kwallen of kristallen. Overkappingen als glooiende landschappen, herbergen, markten en musea. Zo raakt de Santa Caterinamarkt in Barcelona van het bureau Miralles-Tagliabue verwant aan het Paul Klee centrum in Bern dat door Renzo Piano werd getekend. Ook het pelgrimscomplex in Santiago de Compastela van Peter Eisenman is naaste familie.

De Franse ontwerper Dominique Perrault houdt op Tenerife een terrassenhotel gevangen onder een reusachtig visnet waardoor ook daar één grote vorm ontstaat. In de mazen van het net laat hij kleurige bloemen bloeien. Ongeveer dezelfde oplossing kiest Jean Nouvel voor het tijdelijk Guggenheim museum in Tokio. Op het lage, schijfvormig gebouw groeit een bergbos dat naar gelang de seizoenen van kleur verschiet. Artificiële natuur als tegenwicht van de stad.

Voor de cultuur van de Japanse stad moeten we naar de Giardini met de landenpaviljoens. Japan biedt een show in de vorm van een luidruchtig stripverhaal. Model stond de kleine Tokiose wijk Akihabara, ooit bekend om de concentratie van elektronica-winkels. Maar de handel verdween en Akihabara werd een el dorado voor aan computerspelletjes verslaafde nerds. Hun visueel hysterische speelgoedwereld is in Venetië in transparante kasten uitgestald. Hilarisch `Japan' is een verademing op deze massale, diep ernstige architectuur tentoonstelling.

Het Amerikaanse paviljoen toont een appartemententoren die ook uit een stripwereld lijkt weggelopen. Maar geen vrolijke strip. De wolkenkrabber wordt als een grimmige fantasy gepresenteerd in de vorm van een hologram. Het is een monster. De huid is afgestroopt en wat overblijft is een smerige lobbenparasiet met een steel vol naar buiten gekeerde ingewanden. De peulen in de kruin zijn luxe appartementen die bij bewonerswisseling in hun geheel kunnen worden vervangen. De New Yorkse architecten Sulan Kolatan en William MacDonald noemen hun wolkenkrabber `verticaal urbanisme'. Dat is semantische metamorfose die deze creatie alleen maar afstotelijker maakt.

Veel bouwsels op deze biënnale komen uit de lucht vallen en dat doet je er, om te beginnen, verbluft naar kijken. Het crematorium Beukenhof in Schiedam, ontworpen door Asymptote, is gesloten, koud, volkomen onaandoenlijk en hooguit geschikt als vuilverbrandingscentrale. Dat is het bezwaar van veel producten van computerbarok en digitale esthetiek: ze kijken blind naar hun omgeving. Aalgladde bouwwerken zonder geschiedenis.

Gelukkig komt de geschiedenis in het Nederlandse paviljoen ruimschoots aan bod. Hybride landschap is de titel van een heldere presentatie. Drie stedenbouwkundige projecten spelen de hoofdrol: Prinsenland (1982-1984) in Rotterdam, Leidsche Rijn bij Utrecht, de grootste Vinex-wijk van Nederland, en Maastricht Belvédère. Bij al deze projecten is het bestaande landschap onderlegger van de nieuwe woonwijk. Geen tabula rasa als uitgangspunt zoals de modernisten nastreefden. Nee, de kavelsloot en andere elementen van de historisch-topografische kaart bepalen de plattegrond. In deze consequente aanpak is Nederland uniek in de wereld. ,,Didactisch en sexy'', prees een Britse architect de Nederlandse expositie bij de opening.. Didactisch is het zeker, maar sexy allerminst. Het themanummer van de Blauwe Kamer, dat als catalogus dienst doet, bewijst dat het onderwerp in twee dimensies duidelijker tot zijn recht komt.

Architectuur Biennale Venetië. Tot 7 november. www.labiennale.org. Themanummer de `Blauwe Kamer', Hybride landschap, 9 euro.

    • Max van Rooy